Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Hoofdartikelwoensdag, 7 maart 2018

Het sprookje van de koopkrachtplaatjes
De Nederlandse economie draait goed. Beter dan welk ander land dan ook in de Europese Unie. Dat heeft alles te maken met de onderliggende structuren van onze staatshuishouding. De productiviteit per gewerkt uur hoort tot de hoogste ter wereld. Dat komt niet zozeer door het aantal uren per dag dat door werknemers of directies van bedrijven worden gemaakt. In landen waar het verhoudingsgewijs economisch minder gaat wordt vaak meer uren per dag gewerkt. Het aantal werkuren zegt weinig. Beslissend is wat in die werkuren daadwerkelijk wordt gedaan. Blijkbaar doen we in Nederland per uur heel veel. Dat heeft niet alleen te maken met werklust maar vooral ook met de wijze waarop moderne tijds- en arbeidsbesparende technieken worden ingezet.
Van verschillende kanten is opgeroepen om de enorme winsten die door de productiviteitsstijgingen worden gegenereerd ten goede te laten komen aan salarisverhogingen van werknemers. Die blijven flink achter bij de economische groei. Dat is goed voor de export, maar Nederland is meer dan alleen een export-economie. Ook het verhogen van de binnenlandse bestedingen kan onze economie flink stimuleren. Een loonronde is niet meer dan terecht.
Het is opmerkelijk hoe weinig gevoelig de politiek is voor economische argumenten. In het politieke debat gaat het - tot cijfers achter de komma - over de zogenoemde koopkrachtplaatjes. Terwijl overheidsbeleid (op uitkeringen na) maar een zeer klein deel bepaalt wat gezinnen iedere maand hebben te besteden. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft daar deze week op gewezen. De overheidsinvloed is beperkt en onnauwkeurig. Toch trekt de politiek een grote broek aan. Bijvoorbeeld het verlopen van een hypotheek of het wel of niet kopen van een auto of als de kinderen gaan studeren of het krijgen van een baan heeft veel meer effect op het gezinsbudget dan het stelsel van belastingen, premies en toeslagen waarover de staat gaat.
In het buitenland wordt vaak hoofdschuddend gekeken naar het het cijferfetisjisme van de Nederlandse overheid als het om de zogenoemde koopkracht gaat. Maar de politiek in ons land gaat graag aan de haal met de minieme plussen en minnen en vooral de onzekere voorspellingen die het CPB te voorschijn tovert. Het is verheugend te zien dat de directeur van het CPB dat gaat over de koopkrachtplaatjes dit jaar grote vraagtekens zet bij de ramingen en het politieke absolutisme dat ermee gepaard gaat.
Het belangrijkste is dat de economie het goed doet, dat de werkloosheid daalt en dat bedrijven floreren. Het wordt tijd dat degenen die daaraan hard meewerken en zeker ook uitkeringsgerechtigden niet zoet worden gehouden met koopkrachtplaatjes maar worden beloond met een echte inkomensstijging. PAdV

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties