Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
zondag 24 juni

lf2018maandag, 19 februari 2018

Wat willen we bewaren van het culturele hoofdstadjaar 2018?
Het is eindelijk 2018 en alle ogen zijn op Leeuwarden als Culturele Hoofdstad gericht. De verwachtingen zijn hoog, ook van de nalatenschap van LF2018. Maar hoe ‘verzamel’ je zo’n evenement voor later?
Mijn zolder is een plek van erfgoedoverslag. Dat geldt voor veel zolders, maar in dit geval gaat het om Fries erfgoed dat ergens in een professioneel depot of archief thuishoort. Het zijn drie grote boodschappentassen vol met materiaal over Simmer 2000, die ik vijftien jaar na dato in bewaring kreeg van de bedenkster van het evenement, Gryt van Duinen.
Het is een goudmijn voor de historicus die dat bijzondere evenement wil onderzoeken. De inhoud varieert van petjes van de Slachtemarathon, een knuffelkoe en andere merchandise tot mappen vol notulen en correspondentie, deels handgeschreven.
Aanleiding voor de overdracht van al dat historische materiaal waren verkennende gesprekken die ik destijds met het Fries Museum voerde over de manier waarop je zulk eigentijds erfgoed nou eigenlijk verzamelt. Daarbij bleek dat het museum op dat moment nog niets bezat over Simmer 2000. De gesprekken werden door omstandigheden afgebroken, en nu staan die drie tassen nog steeds bij mij op zolder.
Dat is geen ideale bewaarplaats. Zeker niet als je bedenkt dat Simmer 2000 hét verhaal van Fryslân op de drempel van de 21e eeuw vertelde. Dat maakt die tassen dus ook drager van dat verhaal. De vraag is nu: willen we echt zo slordig omgaan met ons eigentijdse erfgoed?
 
Wat hebben de musea wel?
Om nog even bij Simmer 2000 te blijven, wat hebben de Friese erfgoedinstellingen nu dan in collectie over dat evenement? Een kleine rondgang langs de online inventarissen is weinig hoopgevend.
Dat hoeft niet te betekenen dat er niets ligt - archieven beschikken vaak genoeg over nog niet geïnventariseerde collecties die barsten van informatie. Maar voor de nieuwsgierige onderzoeker is op dit moment heel weinig beschikbaar.
Natuurlijk, we hebben de publicaties in de media, de audio en video van de evenementen zelf en de bestuurlijke papierwinkel. Maar wil je reconstrueren hoe het evenement in de hele provincie begon te leven, wat het losmaakte, en hoe het een zomer lang de provincie betoverde, dan heb je meer nodig.
Stel, je zou in 2025 een tentoonstelling willen organiseren om te laten zien wat Fryslân in het jaar 2000 over zichzelf zei en dacht, dan wordt het nog een hele toer om daar geschikte voorwerpen bij te vinden. De knuffelkoe, de ansichtkaart van die ene dankbare Fries om utens, de bizarre helm van kolonel Sjaarda Hzn, wie weet waar ze liggen?
 
LF2018 als erfgoed
We zijn achttien jaar verder en weer is de provincie in de greep van een groot cultureel evenement. Een gebeurtenis die als het goed is een blijvende verandering in Fryslân teweegbrengt. In de economie, in de mentaliteit, in de cultuur. Wat politici en organisatie van LF2018 graag de legacy noemen.
Legacy kun je vertalen als de nalatenschap, of nog wat vrijer, als het erfgoed van het evenement. Hoe zit het daarmee? Het project begon ooit bij gedeputeerde Jannewietske de Vries, maar ook met enthousiastelingen uit het culturele veld die elkaar aan de kroegtafel steeds verder opjutten om er echt mee aan de gang te gaan.
Van die oorspronkelijke groep zijn nog maar een paar direct bij LF2018 betrokken, en de herinneringen over die begintijd zullen nu al waziger zijn geworden. Zijn de vroegste e-mails over hun wilde plannen bewaard? De ruwste schets van het bidbook? Het bierviltje waarop iemand als eerste het woord ‘mienskip’ krabbelde?
De beelden van de emoties op het Gouverneursplein, toen bekend werd dat Leeuwarden de titel had gewonnen, zijn iconisch aan het worden. Ze vormen waarschijnlijk het beginpunt van onze collectieve herinnering aan LF2018 in de jaren die volgen. Maar hoe reconstrueren we wat er aan die eerste mijlpaal voorafging?
De techniek is hierin de vijand van de historicus geworden. Want wie archiveert appjes op zijn eigen telefoon? E-mails? Conceptversies van stukken? Facebookberichten met de reacties van anderen?
Ik doe het zelf al niet, laat staan dat ik het van drukbezette leden van een organisatie onder hoogspanning mag verwachten.
Dit soort digitale vergetelheid treft de stiekemste onderonsjes tussen machthebbers, de prachtigste uitwisselingen tussen kunstenaars, de digitale sporen van iedereen die een uniek verhaal te vertellen heeft.
 
Hoe bewaar je Fryslân?
Het is gelukkig niet zo dat de Friese erfgoedsector zit te slapen. Digitaal erfgoed staat al enige tijd bovenaan de agenda’s in de archiefwereld. En wat het materiële erfgoed van onze tijd betreft, verschuift er ook het een en ander.
Al een paar jaar wordt er gewerkt aan een zogeheten Collectie Fryslân. Daarbij staat het erfgoed zelf voorop, en niet de vraag wie toevallig wat in beheer heeft. We hoeven niet in elk museum een Friese sjees te bewaren, maar een of twee exemplaren overhouden in de provincie is toch wel belangrijk.
Die afstemming vindt nu plaats en dat is goed. Maar werkt die aanpak ook al voor nieuw, nog niet verworven erfgoed? Erfgoed dat tussen de kieren van het collectiebeleid van de opgetelde instellingen door glipt? Stemmen die ook met elkaar af wat ze van onze tijd willen overhouden?
Navraag bij Tresoar leert dat er al dapper gepionierd wordt op dit vlak. Bijvoorbeeld rond het project Holwerd aan Zee. Dat initiatief wordt onder meer in foto’s en met interviews gedocumenteerd.
Belangrijk, want dat project laat heel mooi zien hoe een dorp reageert op de actuele maatschappelijke ontwikkeling van bevolkingskrimp. Als we daarvan straks alleen maar de vergaderstukken en toevallige media-optredens kunnen terugvinden, dan hebben we niet bewaard waar het eigenlijk om gaat: het elan waarmee een kleine groep dorpelingen reageerde op de gevolgen van de krimp.
 
Iedereen beheerder
Het is broodnodig om voortaan vanuit één Friese erfgoedcollectie te redeneren. Logischerwijs zou je dan ook één beheerder van dat erfgoed overhouden: de Friese gemeenschap als geheel.
Dat maakt ons dus allemaal een beetje erfgoedbewaker. En in combinatie met de techniek van nu (die heeft immers ook een hele positieve kant) kunnen we ook allemaal een beetje curator van die collectie zijn.
We kunnen via onze eigen sociale media – zonder tussenkomst van welke instelling dan ook – Fries erfgoed aanwijzen en tonen. Iedereen kan zijn eigen plekken, voorwerpen en beelden naar voren schuiven. Wij mogen het zeggen.
Maar in die vrijheid schuilt ook het gevaar. Want wie voelt zich bij zoveel uitvoerders nog verantwoordelijk voor het eindresultaat?
 
Friese Topstukken
Het inmiddels verweesde internetproject Friese Topstukken, waarbij het Fries Museum mensen opriep om hun persoonlijke topstuk in te sturen, was een eerste aanzet tot een soort bundeling om dat te ondervangen. Maar die website is inmiddels helaas onvindbaar.
Het Friese online erfgoedplatform Redbot, onderdeel van het Friese Deltaplan Digitalisering, kan die rol in de toekomst wellicht op zich nemen. Maar dat lijkt nu nog vooral in beslag genomen door het ontsluiten van bestaande collecties die gaan over vroegere eeuwen.
We zijn net begonnen aan een jaar dat de komende decennia een bijzondere bijklank zal houden in Fryslân. Laten we met elkaar zorgen dat we daarover in 2068 een spectaculaire tentoonstelling kunnen organiseren.
Erik Betten is historicus en journalist bij het Friesch Dagblad

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Leeuwarden-Fryslân 2018
Familieberichten
Advertenties