Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
donderdag 21 juni

Hoofdartikelvrijdag, 1 februari 2013

De bouwsector en de Nederlandse economie
Het waren geen vrolijk makende cijfers die het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) Nederland deze week presenteerde. De malaise in de bouw houdt voorlopig aan, met een stevige daling van de werkgelegenheid in 2013 en 2014 en teruglopende investeringen in de sector, zo is de voorspelling. Pas in de jaren 2015 tot en met 2018 kan herstel optreden, met name in de woningbouw.
Wat vooral droevig stemt in de analyse van de EIB is de constatering dat de ontwikkeling van de Nederlandse woningbouw in de afgelopen vijf jaren zeer ongunstig afsteekt tegen de situatie in het buitenland. In Europa ging het alleen slechter in Spanje, Ierland en Portugal. In vergelijking met Duitsland, BelgiŽ en Frankrijk is de terugval van de Nederlandse woningbouwinvesteringen zelfs uitzonderlijk groot te noemen.
De achtergrond van de negatieve situatie is vooral het onbedoelde gevolg van het overheidsbeleid, dat de vraag naar woningen meerdere malen negatief heeft beÔnvloed. De onderzoekers doelen hier mede op de moeizame discussie over het afschaffen dan wel het beperken van de hypotheekrenteaftrek en de steeds strengere kredietregels.
Als we naar het kabinetsbeleid kijken op het gebied van financiŽn en economie dan valt op dat dit eenzijdig is gericht op het huishoudboekje van de overheid. Alles wordt in het werk gesteld om dit op orde te krijgen. Dat is op zich een nobel streven, mede ingegeven door de verplichtingen die ons land is aangegaan binnen de eurozone.
Toch neemt het koor van economen toe dat zegt dat het overheidsbeleid kan uitdraaien op het tegenovergestelde van wat was bedoeld. Iedere week vallen in ons land, om in de bouwsector te blijven, vele bedrijven om, met in hun kielzog bouwmaterialenhandelaren, keukenmakers, hoveniers, architecten en andere toeleveranciers. Steeds meer mensen moeten een beroep doen op een uitkering, wat de staat geld kost. Daarnaast vangt de overheid door het stijgende aantal faillissementen steeds minder belasting. De bezuinigingsdrift zorgt voor een negatieve spiraal die noopt tot steeds meer bezuinigingen.
Dat het vooral de overheid zelf is die verantwoordelijk is voor de grote problemen in de bouwsector is makkelijk te constateren. Zo werden investeringen in onder meer de infrastructuur, die de activiteit in de bouw hadden kunnen aanjagen, geschrapt om het ideaal van nivellering, het verkleinen van de inkomensverschillen, vorm te kunnen geven. Het kabinet kwam tot deze onzalige beslissing nadat duidelijk werd dat er geen draagvlak bestond in ons land om de inkomensverschillen te verkleinen via de zorgpremies. En dat allemaal in een staat die toch al behoort tot de landen die gemiddeld de laagste inkomensverschillen ter wereld kent.
Het begrotingstekort wordt uitgedrukt als percentage van het nationaal inkomen. Als het nationaal inkomen groeit wordt het tekort als vanzelf kleiner. Als de groei van het nationaal inkomen stagneert of als dit kleiner wordt door een krimpende economie zijn er steeds zwaardere middelen nodig om de doelstelling van om een begrotingstekort van 3 procent van het nationaal inkomen te halen. Het is, met andere woorden, misschien beter dat het kabinet meer de nadruk gaat leggen op vergroting van het nationaal inkomen, dan op bezuinigingen.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties