Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Geloof & Kerkwoensdag, 30 juli 2008

God naderen is thuiskomen bij Hem

Dankzij internet, televisie en het vliegtuig ligt de wereld tegenwoordig onder handbereik. Door deze globalisering hebben mensen veel, maar vaak vluchtige contacten. Toch blijft, misschien wel júist nu, de behoefte aan intimiteit en hechte relaties. Hoe kunnen we in een steeds groter wordende wereld dicht bij elkaar blijven? In het Friesch Dagblad een serie over nabijheid. Vandaag deel 5: Nabijheid in de Bijbel.

Maaike Ymkje de Jong
Het thema ‘nabijheid’ komt in de Bijbel verschillende keren naar voren. In zowel het Oude als Nieuwe Testament lezen we vaak dat God nabij of dichtbij is. Het volk Israël heeft bijvoorbeeld een God die dichterbij is dan de goden van andere naties (Deuteronomium 4:7).
Ook de psalmen spreken van Gods nabijheid. ,,U bent nabij, Heer”, staat geschreven in Psalm 119. En Psalm 145 vertelt wie de Heer nabij is: ,,Allen die Hem aanroepen is de Heer nabij, die hem roepen in vast vertrouwen.” Die uitspraak van de psalmist is voor velen in alle eeuwen tot troost en bemoediging geweest.
God is ons nabij, dat geloven christenen en ze lezen dat in de Bijbel. Christenen geloven in genade, dat God de mens nadert. Het is Gods werk dat Hij de mens naar zich toetrekt en het werk van zijn Geest dat de mens ‘bezield’ raakt en vervuld wordt met de heilige Geest. ‘Niemand kan bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt’, zegt Jezus in Johannes 6:44. Maar in het bijbelboek Jacobus lijken de rollen omgekeerd: ,,Nader tot God, dan zal Hij tot u naderen” (Hoofdstuk 4:8). Niet God, maar ik moet eerst over de brug komen.
De Griekse woorden voor ‘nabij’ (engus) en het werkwoord ‘naderen’ (engizoo), zoals we dat lezen in Jacobus 4:8, komen van dezelfde stam. Het betekent dichtbij of nabij komen, maar heeft ook te maken met op elkaar lijken en verwant zijn aan elkaar. God naderen vinden we ook al in het Oude Testament, waar de priesters gewoonlijk in de nabijheid van God mogen komen (Exodus 19:22). De priesters mochten in het heilige en zelfs eens per jaar in het ‘heilige der heiligen’, daar waar God woonde, komen van de tempel, maar het volk niet.
Maar ‘naderen’ en ‘nabij’ wordt ook geestelijk gebruikt: het zich innerlijk gereedmaken, heiligen, voor een ontmoeting met God. Het is het contact met God, ‘gemeenschap’ door het verbond dat God met mensen heeft gesloten.

Verbond

Door de hele Bijbel heen lezen we dat God streeft naar een ‘verbond’ met mensen. Geregeld spreekt God over ‘mijn volk’ als het gaat om mensen waarmee Hij zich wil verbinden, mensen die Hij nabij wil zijn. Zoals onder meer staat in Jeremia 31:33 ,,Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten - spreekt de Heer: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk”.
In het bijbelboek Openbaring wordt verteld door Johannes over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Hoe God daar in nabijheid leeft bij de mensen. ,,Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn”. Zacharia spreekt over de nabijheid van een God die niet loslaat, trouw is. ,,Zij zullen mijn volk zijn en ik hun God, in onwankelbare trouw”
De tekst in Jacobus 4:8 lijkt problematisch: als alles van God komt, waarom moet de mens dan eerst God naderen? De verantwoordelijkheid van de verwijdering tussen mens en God ligt bij de mens en de weg van het herstel van die verbroken gemeenschap moet door de mens worden ingeslagen.
Jacobus wordt vaak verweten dat hij de nadruk legt op de ‘werken’ van mensen. Kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546), die zich verzette tegen de aflatenpraktijk in de Rooms-Katholieke Kerk waarbij je het heil moest verdienen, wilde om die reden dit boek zelfs buiten de Bijbel houden.

Verantwoordelijkheid

Maar het is niet alleen Jacobus die wijst op de eigen verantwoordelijkheid van de mens. Ook Hosea spreekt in hoofdstuk 12:7 als volgt: ,,Keer voorgoed terug naar die God.” In Zacharia 1:3 staat: ,,Keer terug naar mij, dan zal ik naar jullie terugkeren - zegt de Heer van de hemelse machten” en datzelfde lezen we ook in Maleachi 3:7. De nabijheid zoeken met God en het berouw van mensen is een eerste voorwaarde voor het herstellen van die relatie, zegt de Bijbel dus. Het terugkeren van de mens naar God gaat vooraf aan het herstel van het verbond. Keer terug en jullie zullen weer mijn volk zijn. De relatie zal hersteld worden. Het is daarom zo’n kernpunt in de evangelie-verkondiging die dagelijks over de hele wereld plaatsvindt.
Jezus roept zijn leerlingen op hem te volgen: ,,Volg mij”, onder meer te lezen in Matteüs 4:19 en Marcus 1:17. Een oproep die doorgegeven wordt aan mensen die zijn nabijheid nog niet kennen. God zoekt ons op, maar als hij komt laat hij nog een afstand bestaan en roept. Zoals we dat kunnen lezen in Openbaring 3:20 ,,Ik sta voor de deur en ik klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.”
God dringt zichzelf niet op, Hij verplicht de mens niet om tot hem te naderen. De mens heeft een vrije wil van God gekregen. We hoeven de deur niet open te doen, we hoeven niet te volgen. Maar God maakt de afstand wel zo klein, dat de mens die afstand afleggen kan.
Dit komt dicht in de buurt bij wat Paulus zegt in Filippenzen 2:13: ,,Want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt”. Maar Jacobus accentueert de andere kant, die bij ook Paulus in Filippenzen vooropgaat: ,,Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God” (Filippenzen 2:12).

Rennen

In Jacobus 4:7 staat ,,Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten”. God naderen is je zonden afwijzen en als je God nadert, vlucht de duivel. Als we naar Jezus rennen, kan de duivel ons niet meer (achter)volgen. Als we God naderen, zal Hij ons vergeven.
God naderen is echter dan alleen je morele leven een opfrisser geven. Daarbij zou je nabijheid verkleinen tot een vluchtige opleving van je geloofsleven. Het is binnengaan in Zijn aanwezigheid en daar verblijven, er thuis zijn. Een blijvende oefening in toewijding aan Hem. Het verwijst naar het eschaton, het einde der tijden. Gods Koninkrijk is nabij, het is er nog niet helemaal, maar deels ook al wel. En God wil dat wij al bij hem zijn, bij hem thuiskomen. God wil ons leren kennen, nu al.

Zuiver

Hoe dan God te naderen? In het vervolg van Jacobus 4:8 staat ,,Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars”. Rein van handen en zuiver van hart, dat betekent juist handelen en niet van twee walletjes eten. Weifelaars zijn mensen die innerlijk verdeeld zijn, op twee gedachten hinken. Het hart zuiveren betekent weten wat je wilt, maar één ding: de waarheid en lijken op God, Hem ‘nabij’ willen zijn. Als we God naderen, ons aan hem overgeven, zal Hij ons nog sneller naderen.
Jezus vertelt in de gelijkenis van de verloren zoon dat niet alleen de zoon terugkeerde naar de vader, maar dat de vader op de uitkijk stond. ,,Zijn vader zal hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem”, staat in Lucas 15:20. Dat is treffend verbeeld door Rembrandt in zijn schilderij De terugkeer van de Verloren Zoon (1688). Henri Nouwen beschreef in zijn boek Eindelijk Thuis de geestelijke zoektocht aan de hand van het schilderij.
God naderen is uiteindelijk thuiskomen bij Hem. Als je tot God nadert zal Hij je met open armen tegemoet komen en liefdevol opnemen in zijn huis.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties