Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
maandag 18 juni

Dossierdinsdag, 21 augustus 2007

De Dik Trom of Maria Callas van de roeisport
Mik Schots
Roeien is in Nederland buiten studentenkringen geen bijster populaire sport. Er zijn ook niet veel Nederlanders die internationaal aansprekende resultaten hebben bereikt in de roeisport. Een van de weinigen is Jan Wienese, als enige Nederlandse skiffeur (soloroeier) in de geschiedenis winnaar van het olympisch goud, behaald op zaterdag 19 oktober 1968 na een race op het heetst van de dag en met tegenwind op 2250 meter hoogte in Mexico. Deze prestatie maakte hem in één klap tot een bijzondere sportheld.
Leo van de Ruit, sportjournalist van het ANP en eerder auteur van twee boeken over roeien, doet bijna veertig jaar na dato gedetailleerd verslag van deze olympische finale en schetst op basis van gesprekken met de hoofdpersoon en met andere coryfeeën uit de roeiwereld een portret van Wienese. Het geeft een aardig beeld van de roeisport als zodanig en de positie die de omstreden Amsterdammer met Friese voorouders daarin inneemt.
Wienese gold vanaf het begin van zijn carrière als een talentvolle, maar onberekenbare sporter. ‘Schijnbaar eenvoudige races laat hij om volkomen onduidelijke redenen verloren gaan om dan met een plotseling briljante uitschieter in één klap weer alle praatjes over mentale zwakte en een gebrekkig wedstrijdinzicht uit de wereld te helpen’, meldde een krant in 1966.
‘Wienese was iemand die zich goed kon focussen op de wedstrijden die hij per se wilde winnen. Hij deelde het seizoen veel meer in’, stelde zijn grote concurrent Harry Droog echter achteraf. Dat bleek in extremis in het olympische jaar 1968, toen hij zich zelfs vanaf zijn trainingslocatie in Spanje doodleuk 24 uur van tevoren afmeldde voor de drielandenwedstrijd Nederland-Denemarken-Duitsland die voor de olympische kandidaten als verplicht nummer was bestempeld. Als argument voerde hij aan dat hij zich onvoldoende in vorm voelde. En toen de roeibond hem opdroeg om een dag later wel te starten in de klassieke Holland Beker, legde hij zijn boot wel in het water, maar stopte hij tijdens de race abrupt met roeien vanwege maagstoornissen.
Het geeft aan dat Wienese bovendien een eigenzinnige persoon was. ‘Hij was voor coaches niet gemakkelijk, want hij liet zich nooit in een keurslijf drukken’, stelt Droog. Dit wordt bevestigd door coach Koen Visscher, die ‘meer dan eens voor paal’ staat ‘als Jan niet komt opdagen voor een training of het na een kwartiertje zomaar opgeeft om zonder opgaaf van redenen wat anders te gaan doen’. Maar Visscher zag ook de positieve keerzijde. Hij trok in Mexico de vergelijking met operazangeres Maria Callas, ‘die zo nu en dan tegen haar producer tekeer kan gaan’. Een andere keer zei hij, als verklaring van zijn eigen loyaliteit: ‘Jan is als Dik Trom, een bijzonder kind, dat is ’ie. Met gewone dwang kom je bij Wienese nergens. Je moet met hem praten, hem overtuigen. (.) Hij is grillig. Dat komt gewoon voort uit de mentaliteit van de skiffeur. En als je bij de groten de grootste wilt zijn, dan moet je apart zijn’.
Zijn ware grootsheid toonde Wienese in de olympische finale, vanwege de zware omstandigheden een strijd op leven en dood met vooral de West-Duitser Jochen Meissner. Wienese kon ‘sterven’ in de roeiboot en toch zijn techniek vasthouden, ook op de laatste 250 meter. Zelf denkt hij dit te danken aan het feit dat hij op jonge leeftijd al met roeien is begonnen. ‘Wat betreft de roeisport ligt de ontwikkeling van alle bewegingscoördinatie, kracht, uithoudingsvermogen en muzikaliteit tussen pakweg het elfde en het 21ste levensjaar’.
De markante persoonlijkheid die een boek over hem de moeite waard maakt, komt onder andere tot uiting in de wijze waarop hij over het studentenroeien praat. ‘Dat geblèr met zo’n clublied. Het is me een vals geschreeuw van die nerds. Ze zijn nooit van plan de melodie te houden of het ritme te bewaren. Zing eens een beetje melodisch, denk ik dan. Maar nee, wel dat schorre geschreeuw. Dat zegt wat over de conservatieve mentaliteit. Zingen kunnen ze niet, alleen intellectueel zijn. Andere roeiers zijn maar spierproleten. Spieren? Jakkes. Wij studeren. Nou, ga dan studeren!’
Olympisch vuur der ijdelheid. Jan Wienese, legende in de roeiboot - Leo van de Ruit, Tirion Sport, 2007, 173 pagina’s, 16,95 euro. ISBN: 978-90-4390-868-9.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

dossier
Familieberichten
Advertenties