Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
donderdag 21 juni

Analysewoensdag, 15 december 2004

Twijfels bij nieuw ziekenfonds

Het is goed dat het systeem van ziektekostenverzekeringen in Nederland wordt aangepast. Maar het valt nog te bezien dat we door de invoering van de marktwerking goedkoper uit zijn, stel Hans Feenstra, voorzitter van de Raad van Bestuur van De Friesland Zorgverzekeraar.

HANS FEENSTRA
Per 1 januari 2006 moet de Zorgverzekeringswet van kracht worden. Deze wet voorziet in één ziektekostenverzekering voor alle ingezetenen in Nederland. Het onderscheid particulier en ziekenfonds vervalt. Verzekeraars krijgen een acceptatieplicht voor het basispakket - de basisverzekering - en de overheid omschrijft wat in dat verzekeringspakket allemaal zit. De premie wordt gedeeltelijk door werkgevers betaald en gedeeltelijk (het nominale deel) door de verzekerde zelf. De nominale premie moet voor iedere verzekerde bij dezelfde verzekeraar hetzelfde zijn, ongeacht leeftijd, regio, geslacht of gezondheidstoestand. Omdat voor sommige groepen in onze samenleving de nominale premie niet goed op te brengen is, voorziet de wet ook in een tegemoetkoming afhankelijk van het inkomen. De belastingdienst zorgt ervoor dat iedereen die daar recht op heeft die tegemoetkoming ook krijgt.
Het verzekerd pakket van de basisverzekering is ongeveer gelijk aan het huidige ziekenfondspakket. Alle medisch noodzakelijk zorg is gedekt. Hoe dat gedekt is, is een nieuwe vondst van de minister. De wet omschrijft de dekking namelijk in functionele termen bijvoorbeeld huisartsenzorg, tandartsenzorg en ziekenhuiszorg. Met andere woorden, het wát. De zorgverzekeraar dient vervolgens die functionele omschrijving af te bakenen in polisvoorwaarden, het wíe en hóe. Dat kan op twee manieren, of een mengvorm van die twee. Een naturaverzekering en een restitutieverzekering. Bij een naturaverzekering contracteert de zorgverzekeraar hulpverleners en artsen, die dan als tegenprestatie alle verzekerden van die zorgverzekeraar behandelen. Dit systeem lijkt op dat van het huidige ziekenfonds. Bij het restitutie systeem gaat de verzekerde naar de hulpverlener, betaalt zelf de rekening en declareert die bij zijn verzekeraar.

Aanvullend

Mensen die meer willen verzekeren dan het basispakket moeten aanvullend bijverzekeren. Die verzekeringen zijn geheel vrij. Premie en eventuele selectie op basis van gezondheid mag door de zorgverzekeraar worden bepaald. Via die aanvullende verzekeringen, de serviceverlening en de (natura) inkoop van zorg, dient de markt zijn werk te doen.
Tot zover is het geheel nog goed te overzien. Het verschil fonds-particulier, niet meer van deze tijd, is verdwenen. De werkelijke uitdagingen komen daarna pas. Ik beschrijf er een paar.
Het vertalen van functionele aanspraken in zorg in natura is voor een zorgverzekeraar alleen goed mogelijk als je dicht op de zorgverleners en dicht op je klanten zit. Voor een regionale zorgverzekeraar als De Friesland geldt dit. Voor grote landelijk werkende concerns niet of minder. Die verzekeraars kunnen dan bijna alleen maar een restitutiepolis aanbieden. Je ziet dan ook dat het verbond van verzekeraars, de brancheorganisatie voor de particuliere schadeverzekeraars, weinig ziet in de basisverzekering.
In dit verband is het aardig op te merken dat al jaren lang allerlei topmensen in de verzekeringsbranche roepen dat met minder dan een miljoen verzekerden de concurrentiestrijd niet is te overleven. Als ik dan naar mijn eigen bedrijf met bijna 400.000 verzekerden kijk, klopt daar niets van. Onze overhead is lager dan bij de meeste andere (grotere) verzekeraars. Wij hebben onze automatisering op orde tegen lagere kosten dan de meeste collega-verzekeraars. Ons premieniveau behoort al jarenlang tot de laagste in Nederland. Voor 2005 hebben wij nog niet de helft van de landelijke premiestijging van bijna 10 procent. In allerlei vergelijkingsonderzoeken komen wij in de kopgroep uit. Geen enkele objectieve reden dus voor fusies of megalomaan gedrag. Je kunt jezelf maar één keer verkopen. De Friesland, dat eigendom is van de leden-verzekerden, is niet te koop.
In het kader van de gunst om de klant zullen naar verwachting de aanvullende verzekeringen een belangrijk middel zijn. Te verwachten is dat commerciële verzekeraars een strenge medische selectie gaan toepassen. Dat kan dan tot gevolg hebben dat geweigerde klanten, ook maar hun basisverzekering elders afsluiten. Zij worden dan afgehouden van het aanvullende pakket van hun keuze, waarmee deze verzekeraars praktisch toch ook voor de basisverzekering selecteren, hoewel dat eigenlijk niet mag. De minister heeft tot op heden hiervoor geen oplossing aangereikt.
Behandelingen in een ziekenhuis gaan betaald worden als totaalpakket. Dus bijvoorbeeld een blindedarmoperatie krijgt een standaard prijs per ziekenhuis. Elk ziekenhuis gaat zelf zijn eigen prijs bepalen. Daarover kan met de zorgverzekeraars onderhandeld worden. De rekening is dan niet meer een verzameling deelrekeningen zoals nu, bijvoorbeeld een röntgenfoto, bloedonderzoek, het specialisten consult en de operatiekamer, die nu nog elk een vast (overheidsbepaald) maximum tarief kennen. Een bedrag dus per zogenaamde Diagnose Behandel Combinatie (DBC). Die systematiek wordt lastig als we het gaan hebben over gecompliceerde ingrepen.
Verzekeraars mogen per provincie een aparte basisverzekeringvariant aanbieden voor inwoners van die provincie en die een eigen nominale premie geven. Hoewel dus de minister steeds spreekt van gelijke toegankelijkheid voor iedereen, dezelfde basisverzekering moet voor iedereen zonder selectie open staan, is het dus heel eenvoudig een dure Zuid-Hollandpolis aan te bieden tegenover een heel goedkope Drenthepolis. De functionele omschrijving van deze beide polissen zijn iets anders ingevuld en dus zijn het in de systematiek van de minister verschillende basisverzekeringen. In de praktijk werkt dat uit als een ordinaire regiopremie, zoals wij die bijvoorbeeld met auto’s kennen. De beoogde solidariteit is daarmee verdwenen.

Bureaucratische operatie

De zorgtoeslag die iedere Nederlander kan krijgen die een te groot deel van zijn inkomen betaalt aan nominale premie, moet op aanvraag van de verzekerde door de belastingdienst worden bepaald en uitgekeerd. Ook hier start een forse bureaucratische operatie die ook hier de werkgelegenheid zal stimuleren en de administratieve lastendruk fors zal doen toenemen.
En dan het Leitmotiv van de hele Zorgverzekeringswet: marktwerking. Ik durf grote vraagtekens te zetten bij marktwerking in de zorg. Gaan mensen een natura of een restitutiebasisverzekering behalve globaal op inhoud en vooral op premie verder echt beoordelen? Dan zullen ze pas kunnen doen als ze al in het ziekenhuis liggen. Dan blijkt of het een goed ziekenhuis is of dat de dokter weet wat hij doet. Een individuele burger heeft daar doorgaans geen beeld van. Bovendien als je een been breekt ga je toch niet eerst eens rustig in de consumentengids kijken welke dokter het beste een been spalkt. Je hebt dan direct en vlot hulp nodig in het dichtstbijzijnde ziekenhuis.
Ik liet een paar aandachtspunten de revue passeren. Er zijn er nog veel meer. Regionaal werkende verzekeraars hebben dan voordelen. Een zorgverzekeraar die regionaal werkt, kan beter inkopen omdat hij de vraag van de consument optimaal kan afstemmen op het aanbod van zorgleveranciers zoals artsen en ziekenhuizen. Dit in tegenstelling tot landelijk werkende verzekeraars.

Tegenmacht

Aangezien het zorgaanbod op dit moment nog zeer dominant is, vaak bijvoorbeeld is er maar een ziekenhuis per stad of regio, moet de verzekeraar namens zijn verzekerden voldoende ‘tegenmacht’ kunnen ontwikkelen. Sturing in de gezondheidszorg vereist immers dat een zorgverzekeraar nauwe banden met klanten en aanbieders onderhoudt. Dat is precies wat regionale zorgverzekeraars doen.
Het moet gezegd: minister Hoogervorst durft wel door een systeem dat meer dan veertig jaar ondanks alle kritiek heel redelijk gefunctioneerd heeft, geheel te herzien. Het systeem mocht wel eens worden opgefrist. Of we nu echter dankzij de beoogde marktwerking met ons allen ook minder geld aan zorg gaan uitgeven is twijfelachtig. Dat kon zelfs nog wel eens precies andersom gaan. Zorgaanbod is schaars, de vraag in beginsel onbeperkt. Mij leerden ze bij economie dat dan de prijzen stijgen.
We gaan spannende tijden tegemoet in de wereld van ziektekostenverzekeringen. De consument krijgt straks uit veel varianten en mogelijkheden de keuze. Een zorgvuldige afweging daarbij kan een betere prijs/prestatie-verhouding mogelijk maken. Laat iedereen eind 2005 rustig de tijd nemen om zijn polisvoorwaarden, zijn premie en zijn eigen wat langere termijn belang op een rijtje te zetten. Vooral dat laatste! Soms is voorzichtigheid verstandiger dan durf.
Hans Feenstra is voorzitter van de Raad van Bestuur van De Friesland Zorgverzekeraar.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

analyse
Familieberichten
Advertenties