Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Analysewoensdag, 12 maart 2003

Oud Europa, nieuwe problemen

De voorheen vanzelfsprekende lotsverbondenheid tussen Europa en Amerika is verdampt. De oude en de nieuwe wereld begrijpen elkaar niet meer.

NIEK VAN DER MOLEN
De aanslagen van 11 september in New York en Washington hebben het begin ingeluid van een nieuw tijdperk in de internationale verhoudingen. De voorspelling van het International Institute for Strategic Studies dat oude allianties beoordeeld gaan worden met het oog op een strijd die net zo ingrijpend zal zijn als de Koude Oorlog, is uitgekomen. In die oorlog tegen het terrorisme zijn de Amerikanen zwaar teleurgesteld in hun oude Europese bondgenoten.
,,Amerika verkeert in staat van oorlog. En handelt daarnaar. Eerst Afghanistan, nu Irak. Eerst een verhoging van 15 procent van het defensiebudget, later de aankondiging dat ook de Amerikaanse ontwikkelingshulp de komende jaren drastisch omhoog gaat. Eerst een Amerikaans-Russische entente cordiale en sterk gewijzigde verhoudingen in Centraal- en West-Azië, later een door de Verenigde Staten georganiseerde coalitie tegen Irak. Hoe anders is de aanblik op het Europese continent. Een afwezig debat, veiligheidsinstellingen die op non-actief staan, landen die hun eigen weg volgen’’, aldus Volkskrant -journalist Arnout Brouwers in Met vereende kracht. Europa en de oorlog tegen (Amerika) terrorisme. Brouwers vindt dat Europa haar verantwoordelijkheid ontloopt door niet na te denken over de gevolgen van ‘11 september’ die het hele politieke spectrum door elkaar hebben geschud.
De NAVO lijkt ten dode opgeschreven, de autoriteit van de Verenigde Naties is ondergraven en het westerse kamp is gespleten. De Amerikaanse publicist Francis Fukuyama, die dertien jaar geleden in de triomf van de Euro-Amerikaanse waarden ‘het einde van de geschiedenis’ zag, noemt de verwijdering tussen Europa en de Verenigde Staten ,,een blijvend probleem’’. Zijn collega Robert Kagan vindt dat Europeanen en Amerikanen niet meer dezelfde wereld delen. ,,Amerikanen komen van Mars, Europeanen van Venus.’’ En ondertussen doet Europa alsof er niets is gebeurd. Er is geen debat over Europa’s plaatsbepaling en ambities.
Aan onderling gekibbel daarentegen geen gebrek. ,,Als Europeanen zelf hun verschillen al niet kunnen overstijgen, welke toekomst ligt er dan voor de Atlantische gemeenschap in het verschiet? Europeanen moeten zich de vraag stellen welke rol ze willen en kunnen spelen ten aanzien van hun grootste bondgenoot: die van vazal, partner of concurrent?’’, aldus Brouwers. Werden over die vraag maar net zo veel woorden vuil gemaakt als over het vermeende Amerikaanse ‘unilateralisme’ (het codewoord waarmee Europese critici Amerikaanse arrogantie, eigengereidheid en de onwil zich te onderwerpen aan internationale verdragen bedoelen), schrijft Brouwers. Dat Europese landen zich ook schuldig maken aan die door hen verafschuwde politiek, blijkt wel uit het optreden van de Europese Veiligheidsraadsleden. Als een eenstemmig buitenlands beleid ,,werkelijk het doel zou zijn van de grotere Europese lidstaten, zouden Frankrijk en Groot-Brittannië dan niet hun zetel in de VN-Veiligheidsraad aan de Europese Unie ter beschikking moeten stellen – of tenminste gebruiken als spreekbuis van tevoren door de EU overeengekomen standpunten?’’

Voor of tegen?

De kloof tussen Europa en Amerika is breed en diep. Dat heeft veel te maken met de visie op de gebeurtenissen van 11 september. Amerika voelt zich in oorlog. Europa wuift de terrorisme-dreiging weg. De manier waarop Amerika de zelfverdediging ter hand neemt krijgt veel meer gewicht. Bush’ preventieve oorlogen en zijn unilateralisme worden als gevaarlijker gezien. ,,In Europa wordt het publieke debat gedomineerd door de vraag in hoeverre de Amerikaanse tegenreactie de wereld in vuur en vlam zal zetten. Niet Bin Laden, maar de regering-Bush vormt de fundamentele bedreiging van de ‘internationale rechtsorde’.’’ Daar heeft Bush het ook wel een beetje naar gemaakt. Zijn manier om bondgenoten niet met overtuigingskracht, maar met dwang (,,wie niet voor ons is, is tegen ons’’) achter zich te krijgen, is verkeerd gevallen. Dat hij eerst het doel heeft aangekondigd (Saddam weg) en toen pas is gaan nadenken over het hoe en wat en pas heel laat is toegekomen aan het waarom, werkt ook niet in zijn voordeel. Maar dat alles ontslaat Europa niet van de plicht na te denken over haar positie op het wereldtoneel, zo betoogt Brouwers.
Uit onmacht om een gemeenschappelijke ‘post-11-september’-politiek te ontwikkelen gebruikt Europa volgens hem Amerika als bliksemafleider voor eigen falen. Terwijl de ontwikkeling van een nieuw buitenlands beleid geen overbodige luxe is. Want hoe zit het met onze veiligheidsgaranties? Na 11 september heeft de NAVO, de hoeksteen van de transatlantische samenwerking, aan relevantie verloren. Toen het er op aankwam bleek het militaire bondgenootschap niet in staat één lijn te trekken. Europa bood weliswaar haar militaire capaciteit aan, maar de Verenigde Staten zagen dat vooral als een list om Amerika aan banden te leggen. De Europese NAVO-lidstaten voelden zich miskend omdat Amerika hen links liet liggen met het argument dat de besluitvorming zou worden vertraagd door de omslachtige Europese besluitvorming. De Verenigde Staten vonden dat door alle Europese ‘mitsen en maren’ de NAVO de Amerikaanse veiligheidsgaranties niet wist te behartigden.
Voor de Amerikanen heeft de NAVO afgedaan. Zij werken met wisselende bondgenoten, al naar gelang de bedreiging. De Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld zei het al: ,,De missie bepaalt de coalitie’’. In de strijd tegen het terrorisme werkt Amerika nu samen in een ad hoc coalitie met Pakistan en centraal-Aziatische staten.
De transatlantische ruzie heeft de overbodigheid van de NAVO bezegeld. De teloorgang van het bondgenootschap komt overigens niet uit de lucht vallen. Meteen na de Koude Oorlog werd het einde van de militaire alliantie al voorspeld. Door het wegvallen van de oude tegenstander, de Sovjet-Unie, ontbeerde het bondgenootschap een doel waardoor het een soort ‘OVSE met wapens’ werd. The Economist stelde zelfs dat de NAVO was veroordeeld tot ,, babysitting the end of the Cold War’’ (vredesoperaties op de Balkan en opname Oost-Europese landen).
Europa heeft zich daar niet op voorbereid. Het buitenlands beleid is niet gereorganiseerd. Brouwers heeft daar wel een verklaring voor. ,,Hierbij wreekt zich een aantal oude kwalen; dat voortvloeit uit de afhankelijkheidspositie tijdens de Koude Oorlog: gebrek aan strategische denkkracht, ontwenning aan de uitoefening van macht en verslaving aan morele afzijdigheid.’’
Dat kun je van Amerika niet zeggen. De beleidsmakers in Washington hebben in de dik twaalf jaren na het einde van de Koude Oorlog niet stilgezeten. Terwijl Europa naar binnen was gekeerd en vooral dacht aan vergroting van de welvaart en uitbreiding van de Europese Unie, hebben de Verenigde Staten hun mondiale rol herzien. Door het wegvallen van de Sovjet-Unie bleef Amerika over als enige supermacht met de bijbehorende wereldwijde verantwoordelijkheden. Doordat Europa afviel als potentieel slagveld werden de veiligheidsprioriteiten herzien. Bestrijding van schurkenstaten, internationaal terrorisme en voorkoming verspreiding van massavernietigingswapens werden de nieuwe uitdagingen. Zonder dat Europa het in de gaten had, dreef het weg uit de Amerikaanse aandachtssfeer.
De nieuwe dreigingen doen zich niet alleen buiten Europa voor, maar verdienen volgens Amerika ook een andere aanpak. Kon de Warschaupact-dreiging worden ingedamd door nucleaire afschrikking en het nastreven van een machtsevenwicht, de nieuwe gevaren zijn asymmetrisch van karakter. Tankdivisies en vliegsquadrons kunnen weinig uitrichten tegen terroristen en door hen gesteunde schurkenstaten.
Internationale samenwerking zoals dat tijdens de Koude Oorlog vorm kreeg in defensiepacten met andere landen en binnen de Verenigde Naties werken nu averechts. Die beperken de bewegingsvrijheid te veel. Met de Sovjet-Unie viel nog wel een wapenakkoord te sluiten, met Bin Laden niet. Vandaar de Amerikaanse scepsis tegen verdragen (anti-raketschildverdrag, landmijnenverdrag en verzet tegen Internationaal Strafhof) en bondgenootschappelijke verplichtingen. Zo zei de Amerikaanse onderminister van Defensie John Bolton over de Biologische Wapenconventie: ,,Wat heb je eraan als de landen die deze wapens produceren de conventie schenden? Bovendien, de terreurgroepen die ze inzetten ondertekenen sowieso geen verdragen.’’

Bloedige geschiedenis

Door verplichtingen met anderen aan te gaan wordt in Amerikaanse ogen de speelruimte om op (asymmetrische) bedreigingen te reageren, nodeloos aan banden gelegd. De Amerikanen ergeren er zich nu bijvoorbeeld mateloos aan dat de Veiligheidsraad zo moeilijk doet. Amerika wil het Iraakse gevaar uitschakelen voor het kan toeslaan. Dit preventief optreden – of ‘anticiperende zelfverdediging’ – is niet toegestaan volgens het VN-Handvest. Bush vindt het te gek voor woorden dat hij toestemming moet vragen aan de Veiligheidsraad om zichzelf te mogen verdedigen.
Het volgens minister Rumsfeld ‘oude’ Europa heeft anders dan de Amerikanen alle gebruik van macht afgezworen en verwacht juist alles van afspraken en diplomatiek overleg. Dat heeft veel te maken met de bloedige Europese geschiedenis. Na twee wereldoorlogen zijn de Europeanen er in geslaagd de Frans-Duitse bloeddorst te temperen door een deel van hun soevereiniteit af te staan aan een hogere macht, de Europese Unie. Die ervaring willen ze graag herhalen op mondiaal niveau. Wat in Europa stabiliteit kon brengen, moet ook de spanningen elders ter wereld beheersbaar maken.
Amerika vindt dat vrijheid afhangt van militaire macht, schrijft Brouwers: ,,In Amerikaanse ogen betekende dit dat de Europese bondgenoten – in al hun provincialisme – zich vastklampen aan de mantra’s van de Koude Oorlog: vertrouwen op de multilaterale wereldorde, de Verenigde Naties, en bestaande wapenbeheersingsregime’’.
Volgens de Amerikaanse publicist Robert Kagan van het Carnegie Endownment for Peace-denktank is ,,West-Europa door de vrijwillige inperking van bewegingsvrijheid verleerd in termen van macht te denken. Door regels, wetten en verdragen leven de Europeanen in een zelf geschapen werkelijkheid EUtopia. Maar alleen dankzij Amerikaanse veiligheidsgaranties konden zij hun statenbond opbouwen.’’ Alleen de Amerikanen weten dat het gebruik van de militaire macht een vereiste is buiten ,,het kleine, gezellige door de VS beschermde postmoderne paradijs dat Europa heet’’. De oorzaken van de transatlantische scheuring zijn diep en blijvend. De huidige ruzie rond Irak heeft die kloof niet veroorzaakt, maar wel aan het licht gebracht.
Niek van der Molen is buitenlandredacteur bij het Friesch Dagblad

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

analyse
Familieberichten
Advertenties