dinsdag 9 februari

Geloof & Kerkmaandag, 8 februari 2010
Studiedag over depressie, identiteit en zingeving
Etiket ‘depressief’ wordt snel opgeplakt

Kampen - Zo’n 750.000 Nederlanders lijden aan een depressie. Er is veel belangstelling voor de problematiek. Zo veel dat het woord ‘depressie’ aan inflatie onderhevig is, aldus enkele sprekers op een studiedag Dimensies van Depressie: over depressie, identiteit en zingeving, vrijdag in Kampen.

Door Roger Wind.
De stemmingsstoornis, dat is de groep ziektebeelden waartoe depressiviteit behoort, staat op de eerste plaats van psychiatrische aandoeningen. Een uitzending van het Trosprogramma Radar over ongewenste bijwerkingen van antidepressiva op 1 februari kreeg een enorme respons. Alleen al op de aankondiging reageerden meer dan 11.000 mensen.
In dat programma sprak onder andere prof.dr. Trudy Dehue, hoogleraar wetenschapstheorie in Groningen. Zij publiceerde in 2009 het boek De Depressie-epidemie, over het toenemende gebruik van medicijnen en het gemak waarmee die worden voorgeschreven. De samenleving gaat steeds meer mensen depressief noemen, alleen omdat ze niet voldoen aan de maatschappelijke normen van zelfstandigheid en vitaliteit.
Prof.dr. Frits de Lange, hoogleraar Ethiek in Kampen, auteur van het boek De armoede van het Zwitserlevengevoel (2008), sprak over de rol van religie. Godsdienst, zei hij, is noch een oorzaak van depressie noch kan het een depressie verhelpen.
In ons land lijden ongeveer 750.000 mensen aan een depressie, dat is 5,7 procent van de bevolking. Depressiviteit is in de volksmond echter een veel breder begrip geworden dan de eigenlijke ziekte, die aan de hand van een aantal symptomen wordt vastgesteld. Het woord depressief is aan inflatie onderhevig: mensen die zich een paar dagen somber of lusteloos voelen, mensen die rouwen en mensen die niet kunnen voldoen aan de eisen die aan hen gesteld worden door de maatschappij, krijgen al snel het etiket depressief opgeplakt. Heel veel mensen voelen zich depri, down of in een dalletje. En daar springt de farmaceutische industrie op in, aldus De Lange.

Te veel moeten

Hij noemde een aantal kenmerken in onze maatschappij die depressiebevorderend zijn, zoals de schaamte die ontstaat als je niet aan de hoge verwachtingspatronen kunt voldoen en het dictaat dat ons wordt opgelegd om ‘iemand te zijn’. We moeten zo veel. We moeten onszelf verbeteren, we moeten iets willen, we zijn niet goed genoeg zoals we zijn.
Trudy Dehue ging nog een stap verder. In haar betoog schetste ze, met hulp van foto’s van reclamemateriaal, een wereldwijd complot van de farmaceutische industrie. Volgens haar is de theorie dat depressie samenhangt met een verstoorde serotonineproductie in de hersenen nooit afdoende bewezen. Veel verschijnselen die vroeger gewoon bij het leven hoorden, scharen we nu onder de term depressie. Armoede en andere misstanden maken mensen ‘ziek’ en het ‘antwoord’ is een antidepressivum. Haar eigen definitie van wat ziekte eigenlijk is, riep nogal wat twijfel en weerstand op: volgens Dehue is iets pas een ziekte als het onaanvaardbaar is en als het door de geneeskunde te verhelpen is. Ook zij hekelde de ‘maakbare samenleving’ die ons wordt voorgespiegeld door de reclame.

Gevaar

Het hameren op het gevaar van de toenemende medicalisering van de samenleving en de enorme macht van de farmaceutische industrie, brengt in zichzelf een nieuw gevaar met zich mee. Als de aandacht zo nadrukkelijk erop gericht wordt dat veel verschijnselen ten onrechte ‘ziekte’ wordt genoemd, worden mensen die werkelijk lijden aan een depressie, mensen die echt ziek zijn, uit het oog verloren. Terwijl een echte depressie een zeer ernstige ziekte is, waaraan mensen zelfs kunnen overlijden. Voor deze mensen is het dikwijls een zegen dat er medicijnen en andere behandelvormen zijn. Daar had Trudy Dehue het niet over, maar prof.dr. Gerrig Glas, hoogleraar wijsbegeerte aan de universiteit in Leiden, wel. Hij onderstreepte de ernst van een werkelijke depressie, ook als het om een zogenaamde milde depressie gaat. Daarmee nam hij duidelijk afstand van de twee voorgaande sprekers. Depressie doorbreekt de normale ritmiek van het bestaan en wordt vooral gekenmerkt door ‘een gevoel van leegte’, meer dan door schuldgevoel, aldus Glas.
Naast de toespraken waren er ook verschillende workshops, zoals Religie en depressie (prof.dr. Rien van Uden), Depressie is ook een ziekte (prof.dr Gerrit Glas), Godverlatenheid (dr. Arjen Braam), De druk van de depressie voor anderen (dr.Martin Walton) en Op Zoek Naar Zin, door ondergetekende.
In mijn eigen workshop waren ongeveer 25 mensen aanwezig die kennis maakten met de cursus Op Zoek Naar Zin, ontwikkeld door het Trimbos Instituut, voor ouderen met een lichte depressie. De cursus wordt in Fryslân al een aantal jaren aangeboden door de GGZ in de Zuidwesthoek (Sneek) en zal - bij voldoende deelname - binnenkort in Bolsward van start gaan. Door het samenbrengen van de eigen levenservaring met de huidige situatie leren oudere mensen hun mogelijkheden beter te gebruiken en ontstaat een positiever zelfbeeld.

De taal van depressie

Een wat poëtische en beeldende lezing kwam van dr.Martin Walton, docent aan de PThU Kampen. Hij sprak over ‘Woorden wegen waar geen vinden is’, de taal van de depressie. Het was goed voelbaar dat deze spreker depressiviteit van zeer nabij heeft meegemaakt en gevoeld. Walton was jarenlang als geestelijk verzorger verbonden aan GGZ Adhesie in Deventer.
In een boeiende voordracht schetste hij vijf grondhoudingen, attitudes, die nodig zijn om te kunnen omgaan met mensen die lijden aan een depressie. Ten eerste: erkenning van de oninvoelbaarheid. Vervolgens de verbeelding van de zwartgalligheid, zoals bijvoorbeeld in sommige psalmen gebeurt. Dan: de verkenning van betekenissen van wat iemand zegt of doet. Walton noemde hier ook de rouw die woorden en beelden moet krijgen. Rouw is een volkomen normaal en gezond fenomeen. Maar ,,als er geen taal meer is voor rouw wordt de sprakeloosheid makkelijk als depressie geduid”.
Verder noemde Walton de plaatsbekleding. Dat je er bent voor die ander is belangrijker dan wat je zegt. Een hulpverlener (pastor, therapeut) is meer dan een ontvanger, je kunt (en moet dus) sturing geven. Plaatsbekleding is een beter woord dan presentie, dat de klank heeft van passiviteit.
Het laatste begrip waar een depressief mens door geholpen wordt is verbinding, bijvoorbeeld door middel van muziek. Depressie is een storing in het vermogen om verbinding te leggen, aldus Walton.

Don Quichot

Deze dag toonde aan dat depressiviteit zich nog steeds mag verheugen in een grote belangstelling. En dat er vanuit wetenschap en religie een belangrijke bijdrage geleverd kan worden aan de verheldering van de relatie tussen cultuur en ziekte. Er is nog veel onduidelijk en er bestaat nog veel begripsverwarring. Er is een reëel gevaar dat we verzanden in theoretisch vragen, maar ook dat we als een moderne Don Quichot achter windmolens gaan aanjagen, zoals de slechte neoliberale cultuur of de farmaceutische maffia. En dat zou niemands belang dienen, zeker niet het belang van de depressieve patiënt.
i De studiedag werd vrijdag in Kampen gehouden door de Protestantse Theologische Universiteit, het Kenniscentrum Religie en Levensbeschouwing in relatie tot Geestelijke Gezondheid (Dimence) en het Katholiek Studiecentrum voor Geestelijke Gezondheid. De dag was volgeboekt; er waren 130 hulpverleners en belangstellenden
i Roger Wind is predikant en werkzaam als geestelijk verzorger bij GGZ Friesland. Reacties: roger.wind@ggzfriesland.nl

| Fertel in freon | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0 |


Reacties:


Geloof & Kerk
Advertenties
warmtepompen