De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Economiewoensdag, 22 november 2017

Nog twee jaar langer werken tot AOW
Leeuwarden - De AOW-leeftijd moet stijgen naar 69 jaar in 2040, als we de huidige AOW-premieafdracht en -uitkeringen gelijk willen houden. Dat concludeert Willem Heeringa, geboren en getogen in Tzummarum, in zijn proefschrift.
,,De AOW-leeftijd loopt nu op tot 67 jaar in 2021 en wordt daarna gekoppeld aan de levensverwachting. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakt daarvoor prognoses en elk jaar wordt de nieuwe AOW-leeftijd dan voor vijf jaar vastgesteld”, legt Heeringa (43) uit. ,,In mijn proefschrift heb ik berekend dat de AOW-leeftijd geleidelijk tot minstens 69 jaar in 2040 zou moeten worden verhoogd om het effect van de toegenomen levensverwachting volledig op te vangen. Tenminste, als je de huidige AOW-premies niet wil verhogen of de AOW-uitkeringen gaat versoberen.”
De houdbaarheid van het AOW-stelsel staat onder druk door de toegenomen levensverwachting en het gedaalde geboortecijfer. En de grotere deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt blijkt niet op te wegen tegen de afgenomen arbeidsparticipatie van mannen én het gedaalde geboortecijfer, constateerde de promovendus. Vrijdag verdedigt Heeringa, afdelingshoofd bij de divisie Financiële stabiliteit van De Nederlandsche Bank (DNB) en nu woonachtig in Blaricum, zijn proefschrift aan de Tilburg University.
Voor zijn proefschrift richtte hij zich niet alleen op de AOW, maar wijdde ook onderzoek aan het pensioenstelsel, begrotingsbeleid, demografie, kredietrantsoenering en huizenprijzen. ,,Het gaat om maatschappelijke onderwerpen. Dat de AOW-leeftijd erg leeft, zag je wel bij de Kamerverkiezingen. Een derde van de kiezers is natuurlijk ook 65-plus. Ik wil dit soort analyses op een presenteerblaadje aanreiken, zodat de politiek een keuze kan maken.”
Maatschappelijke relevantie is wat Heeringa, na de middelbare school in Harlingen te hebben doorlopen, al vroeg richting een studie algemene economie in Groningen dreef. ,,Ik had een brede interesse en was goed in bèta. Maar ik zag mezelf niet echt in een bèta-omgeving, zoals een laboratorium, werken. Ik vond economie al leuk, en daarin kon ik ook mijn bèta kwijt.” Tijdens zijn studie aan de Rijksuniversiteit Groningen kwam de monetaire economie aan de orde en DNB in beeld.
Heeringa deed zijn scriptie bij DNB, maakte daarna wat uitstapjes naar onder meer de Europese Centrale Bank (ECB), maar keerde steeds terug naar het centrale bankgebouw in hartje Amsterdam. ,,Er komen hier boeiende actuele ontwikkelingen voorbij: pensioenstelsel, AOW, huizenmarkt. En we hebben recent natuurlijk een financiële crisis achter de rug. De afdeling macroprudentiële analyse en beleid die ik leid is direct voortgekomen uit de crisis. We proberen de macro-economie naar de individuele financiële instellingen te vertalen.”
Meer in het Friesch Dagblad van 22 november

| Fertel in freon | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0 |


Reacties:

economie
Familieberichten
Advertenties