|
Home Regio Geloof & Kerk Opinie Economie Sport Cultuur Kerkdiensten |
‘Nederland heeft te weinig visie op de toekomst van dit continent’
Europa verdient meer aandacht
Christelijke politici moeten zich niet af keren van Europa, stelt Benjamin Anker. Een defensieve houding is niet gepast.
BENJAMIN ANKER
Lang niet alle burgers in dit land beseffen het, maar zo’n veertig procent onze regelgeving is tegenwoordig afkomstig uit Brussel. De invloed van de Europese Unie op Nederland is dus groot. Die invloed staat in sterk contrast met de aandacht die ze in de nationale politiek krijgt. ,,Nederlandse politieke partijen leiden aan anorexia nervosa als het gaat om een visie op Europa’’, verklaarde de advocaat-generaal bij het Europees Hof van Justitie Geelhoed zondag in het televisieprogramma
Buitenhof.
Hij duidde daarmee op de apathie en onwetendheid binnen partijen al het om Europa gaat.
In het vandaag verschenen
Richting Europa. Christelijk-staatkundige visie op de Europese Unie
van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie wordt gepoogd in die leemte te voorzien.
Gedurende 50 jaar al heerst er vrede, welvaart en stabiliteit in de lidstaten. Dat stemt tot dankbaarheid. Bij het erkennen van de meerwaarde van Europese samenwerking en de ontwikkelingen die in het Europa van vandaag en morgen plaats vinden, past vanuit de christelijke politiek geen defensieve houding. Veel eerder zou er sprake moeten zijn van een pro-actieve, positiefkritische opstelling in het Europese debat.
Dat is niet hetzelfde als het eenzijdig richten van de aandacht op de Europese bestuurslaag of het overwaarderen van de Europese samenwerking. Het uitgangspunt blijft immers dat het bestuur zo dicht mogelijk bij de burger dient plaats te vinden. Alleen als er goede redenen voor zijn is het nuttig bevoegdheden op een grotere afstand uit te oefenen. Een pro-actieve opstelling behelst wel het voortdurend nadenken over verbetering van besluitvormingsstructuren, bevordering van een effectief bestuur en stimulering van het Europees politiek bewustzijn onder burgers. Een afwachtende houding zal er immers alleen maar toe bijdragen dat Europa ‘ruggelings de toekomst in struikelt’, zoals de Utrechtse historicus Van Rossem de Europese situatie recentelijk kenschetste. Voor de christelijke politiek ligt hier een belangrijke taak. Samen met geestverwanten in andere EU-lidstaten moet worden gezocht naar een krachtiger christelijk geluid. Dat is goed voor de politiek, goed voor de samenleving en goed voor Europa.
Een bijzondere dienares
Die visie op Europa heeft vanuit christelijk oogpunt ook een principieel aspect. Hoewel de positie van de Europese bestuurslaag zonder meer een bijzondere is, maken de instellingen van de EU (Raad van Ministers, Europese Commissie etc) deel uit van onze overheid. Ten opzichte van vroeger is er een bestuurslaag bijgekomen waarop bevoegdheden worden uitgeoefend die eerst exclusief op nationaal overheidsniveau lagen. Dit optreden als overheid brengt mee dat het inhoudelijke beleid van de Europese instellingen in overeenstemming dient te zijn met de taak die vanuit bijbels perspectief aan de overheid is opgedragen: het bevorderen van publieke gerechtigheid in de samenleving. Of een overheid de samenleving ‘ten goede’ is (Rom. 13), wordt in eerste instantie bepaald door de inhoud en het effect van het beleid. Deze taak stelt grenzen aan de mate waarin economische en strategische positieverbetering het doel mogen zijn van Europees beleid. Bovendien behelst die taak een specifieke verantwoordelijkheid voor elk beleidsterrein waarover op Europees niveau wordt beslist.
In het verlengde hiervan dient de Europese bestuurslaag de culturele diversiteit in Europa te respecteren. Die verscheidenheid wordt met de toetreding bovendien nog een stuk groter. Het streven naar meer eenheid van beleid mag geen onrecht doen aan de historisch gegroeide eigenheid van Europese volkeren. De ontwikkelingen gedurende de eerste vijf decennia van Europese samenwerking in het kader van de EU wijzen echter ook niet in die richting. Toegenomen mobiliteit en communicatie hebben gezorgd voor meer culturele ‘kruisbestuiving’, maar breken als zodanig de bestaande culturen in West-Europa niet af. Eenheid van beleid leidt zo niet per definitie tot een culturele ‘eenheidsworst’, zolang de Europese bestuurslaag zich niet actief bezighoudt met sterk cultuurgebonden beleidsterreinen als bijvoorbeeld binnenlands bestuur en onderwijs.
Bestuur dient zo dicht mogelijk bij de burger plaats te vinden. Maar wat betekent dit concreet? Of iets op nationaal of Europees niveau moet worden beslist zal voornamelijk afhangen van praktische overwegingen: is de problematiek grensoverschrijdend, is er beter resultaat te boeken door op ‘hoger’ niveau te beslissen en betreft het niet een beleidsterrein waarop de culturele diversiteit van de verschillende lidstaten een doorslaggevende rol speelt, dan is er veel voor te zeggen delen ervan op Europees niveau te regelen.
Dat dient dan bij voorkeur op slagvaardige wijze te gebeuren. De instellingen van de EU moeten zich niet met alles een beetje bezighouden: ze zouden op daadkrachtige wijze een beperkt aantal taken moeten vervullen. Daarbij moet gedacht worden aan beleid op het gebied van de Interne Markt, landbouw, milieu en asielvraagstukken. Hierbij mag de lidstaten niet volledig de ruimte worden ontzegd om op nationaal niveau eigen accenten te leggen of om oplossingen aan te dragen die pasklaar zijn voor de regionale problematiek.
Vanuit christelijk perspectief zijn ook deze beleidsterreinen niet los te zien van noties als sociale rechtvaardigheid, rentmeesterschap en verantwoordelijkheid. Deze drie noties gelden daarbij niet alleen voor de Europese samenlevingen, maar ook voor de gevolgen van Europees beleid in met name de ontwikkelingslanden. De economische weerbaarheid en eenheid in Europa mogen niet worden nagestreefd zonder de positie van minder weerbare economieën elders in de wereld in beschouwing te nemen.
Cultuuromslag
Tot zover de hoofdlijnen van de publicatie. De opmerking van Geelhoed over de beperkte horizon van Nederlandse politieke partijen is helaas maar al te waar. Hoewel onlangs de zorg om de Nederlandse financiële bijdrage aan de uitbreiding de politieke agenda geheel bepaalde, sprak ook daaruit weinig visie op de toekomst van ons continent. Het denken lijkt vaak niet veel verder te gaan dan de afweging tussen kosten en baten.
Er zal, ook binnen de christelijke politiek, een cultuuromslag plaats moeten vinden waarbij de aandacht gelijkmatiger wordt verdeeld tussen Den Haag en Brussel. De nationale en Europese bestuurslaag zijn met elkaar vervlochten, en een eenzijdige focus op het Haagse resulteert er alleen in dat op veel terreinen achter de feiten aan wordt gelopen. Daarmee zou de christelijke politiek zichzelf een slechte dienst bewijzen, juist nu de uitbreiding kansen ziet om het ‘moreel gemiddelde’ van de EU op te vijzelen. Een pro-actieve houding van de christelijke politiek in Europa is meer dan ooit gewenst.
Mr drs Benjamin Anker is medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie
Morgen op de Rotterdamse econoom Arjo Klamer: Europa wordt te groot
Fertel in freon | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0 Reacties:
|
Advertenties
|