De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 22 januari

Geloof & Kerkzaterdag, 12 oktober 2002

Herinneringen van domineeskinderen
Vaders stem vanaf de kansel
Leeuwarden - Zaterdag over een week komen enkele honderden domineeskinderen samen in Amsterdam, op initiatief van domineeszoon en cabaretier Freek de Jonge. Verschillende domineeskinderen beschreven of bezongen hun jeugdherinneringen de afgelopen decennia al.
J.D.TH. WASSENAAR
Jaren geleden schreef cabaretier Freek de Jonge het lied Vaders stem , naar aanleiding van een VPRO radio-programma over de geluiden uit je jeugd. Het gaat over een zondagse jeugdherinnering van Freek, die als domineeszoon met zijn vader van het stadje Workum naar de buurtschap It Heidenskip, temidden van de Friese ‘grazige weiden’ en ‘waatren der rust’, meerijdt. In de kerk van It Heidenskip hoort hij de stem van zijn vader, die een onuitwisbare indruk op hem achterlaat. Eén couplet:
Jongetje op zondagmiddag
Dat niets begrijpt maar alles hoort
Verliefd is op de stem van vader
Die rustig voorleest uit Gods woord
In de verte loeien koeien
Een eendenjager lost een schot
Maar niets verstoort de stem van vader
Die voorleest uit het woord van God
De jeugdherinnering van Freek de Jonge is uniek. Toch blijkt, dat hij een gemeenschappelijke ervaring van meer (bekende) domineeskinderen onder woorden brengt. Zo vertelt auteur Geert Mak in De eeuw van mijn vader over de jaren zestig ,,Mijn vader hield ik steeds vaker gezelschap bij zijn zondagse preekbeurten. We reden dan ‘s ochtends vroeg door het doodstille Friese land, naar Woudsend of Raard, naar Metslawier of Paesens-Moddergat, kleine stukjes bewoning in die vergeten ruimte boven Dokkum.’’
Opvallend zijn de geuren in enkele getuigenissen. Freek de Jonge zingt ,,Benzine ruik ik gier en hooi”, Geert Mak schrijft: ,,In de zomer rook het naar gras en hooi (...)” Hij vervolgt: ,,(..) in de winter was er die eindeloze bevroren vlakte, met hier en daar een boerderij of een kerktoren, waar elk geluid uit de verte klonk als glas.”
Nieuwslezer Harmen Siezen evalueert in een vraaggesprek: ,,Het blijven leuke herinneringen, maar ze zijn wel een beetje gefilterd door de nostalgie van het heden. Natuurlijk, de nare dingen vergeet je en de fijne hou je bij je, zoals dat fietsen door het Drentse land en bij het uitgaan van de kerk altijd tellen hoeveel mensen er geweest waren.”

Domineesbank

Freek de Jonge zingt, dat hij een plek in de ouderlingenbank kreeg. Niet alle domineeskinderen waren blij met een speciale plaats in de kerk. Schrijfster Diet Verschoor heeft benauwende herinneringen aan de domineesbank, zo blijkt uit een passage in haar autobiografische boek Wachten op een oor : ,,Ik liep de kerk in, een grauw gebouw. Voor mij een zee van gezichten. Allemaal ogen, die mij afwogen, mijn moeder afwogen, mijn oma afwogen, mijn zuster afwogen. Over tien minuten, wanneer mijn vader op de preekstoel klom, nadat hij eerst de ouderling van dienst een onhandige knik had gegund, zouden zij ook mijn vader afwegen. Waarom moest ik altijd eerst die kerk in, naar die domineesbank toe? Ik ontnam met mijn lengte het gezicht op mijn moeder. Zou haar hoed goed staan, haar jas goed staan? Ik droeg kleverige nylons en een achterlijk tasje bungelde aan mijn arm. De gemeente zong: ‘het hijgend hert der jacht ontkomen’. Hoe ontkom ik hieraan, dacht ik. Maar ik legde heel bedeesd mijn wanten in de gleuf van de bank.”
Aan de andere kant moet gezegd worden, dat niet alleen de dominee en zijn gezin geobserveerd werden. Op zijn beurt deed de predikant ook aan het ‘kwalificeren’ van mensen. Nadat Geert Mak over zijn tochten door het Friese land verteld heeft, schrijft hij: ,,Als we naar een vreemd dorp moesten, was het soms even zoeken. Terwijl de rest van Gods natuur nog op één oor lag, zag je door de uitgestorvenheid van de zondagochtend overal kleine stroompjes vromen naar hun diverse kerken trekken. Mijn vader had in de loop der jaren een feilloos instinct ontwikkeld om aan de ernst van de gezichten en de snit van de zondagskleding het juiste kerkgenootschap af te lezen. ‘Nee, nee, dit zijn hervormden, daar moeten we niet achteraan rijden. Die ook niet, dat is duidelijk een rooms jongetje. Wat? Dat zie je toch, dat zijn vrijgemaakten! Ha, een synodaal gereformeerde op een fiets!’ En dan liep mijn vader op een holletje een zijdeur binnen, en even later zag ik een dominee in een zwarte toga op de kansel staan.”

Populariteit

Harmen Siezen wijst nog op het verschil in populariteit tussen predikanten: ,,Een dominee van buiten, een vreemde, trekt meestal minder kerkgangers dan de eigen predikant, hoewel mijn vader toch vrij populair was in die tijd. Hij kon goed preken en had behoor-lijk volle kerken. Tenminste, dat zeiden ze altijd. Zelf snapte ik er niet veel van. Zeker niet, toen ik nog onder de tien was. Je zat wel in spanning of alles goed ging en keek voortdurend om je heen of er aandacht was.”
‘Vaders stem’ sprak ‘Gewijde Woorden’, aldus Seth Gaaikema in het gedicht Pastorie , dat met de volgende strofe begint en eindigt:
Pastorie in het Noorden,
in een dorp op een steenworp van de zee
waar jouw vader de Gewijde Woorden
’s zondags voorleest, hij is dominee.
Hebben Freek de Jonge en Seth Gaaikema in ‘Vaders stem’ ‘Gewijde Woorden’ opgevangen, anders ligt dat bij schrijfster Annie M.G. Schmidt. In een interview vertelt zij over haar vader: ,,Iedereen zei dat hij zo mooi preekte, maar ik haatte ze. Ik vind en vond preken überhaupt iets vreselijks: saaie, lange verhalen. Je kreeg een tekst te horen, die telkens herhaald werd en waar een hoop omheen geluld werd. Ik dacht altijd: waar heeft dat nou voor nodig? Zeg nou gewoon wat je bedoelt, dan zijn we klaar en kunnen we weer naar huis. Ik haatte het naar de kerk gaan, omdat het lang duurde, de kerk lelijk was, het orgel slecht en de muziek lelijk. Ik heb veel last gehad van lelijkheid in de kerk.”
Annie zegt verder: ,,Mijn vader hield heel andere preken, maar hij was op de preekstoel in ieder geval een nederig man, hij hield niet van grote woorden en hij stond daar niet hypocriet ver boven z’n geloof uit te praten. Hij was ook geen ijdele man; er zijn een hoop dominees, van wie de ijdelheid af straalt, maar zo was mijn vader niet. Hij had een nederigheid, die ik erg waardeerde. Juist in z’n geloof was hij heel bescheiden, hij hing niet de grote geloofsheld uit op de kansel. Hij gaf ook in zijn preken de twijfel een kans. Ik geloof dat ik eigenlijk nooit religieuze gevoelens gehad heb.”
In het essay God met ons gaat presentator Michaël Zeeman in op de verhouding tussen de vader en de Vader. Als antwoord op de vraag ‘Ben ik ooit gelovig geweest?’ zegt hij: ,,Ik weet het niet goed. Ik heb wel een kinderlijk beeld van de grote Sinterklaas gekend, de onzienlijke die niettemin alomtegenwoordig was, God de Vader, die alles zag en alles in de hand had. Uit allerlei psychoanalytische studies is bekend dat de verwisseling van de vader met God de Vader een erg voor de hand liggende is. Voor domineeskinderen geldt die a fortiori : dezelfde stem die van de kansel de tien geboden leest en het woord Ik even gemakkelijk in de mond neemt als het woord ik, gebiedt een kind even later zijn huiswerk te maken of zijn wild geraas te staken!”
Dr J.D.Th. Wassenaar is als predikant verbonden aan de hervormde gemeente Workum en de Samen-op-Weggemeente It Heidenskip.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties