De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

dinsdag 12 december

Analysedinsdag, 9 juli 2002

Het publieke debat over technologie komt vaak te laat
Stier Herman, een politiek dier

Politiek en wetenschap raken steeds meer vervlochten. Dat schept een democratisch probleem.

HANS HARBERS
In onze kennismaatschappij fietsen steeds meer kwesties dwars door de institutionele grenzen van economie, politiek, cultuur, recht, wetenschap en technologie heen. Neem het gat in de ozon-laag en het broeikaseffect, neem veiligheidsvraagstukken of medische kwesties rond geboorte, dood, gezondheid en ziekte of, weer een andere categorie, kwesties als BSE en mkz.
BSE bijvoorbeeld is uiteraard een urgent politiek probleem. Maar het is ook een economisch probleem (van de landbouw-sector en toerisme), een cultureel probleem (vleesrijk consumentisme), een technologisch probleem, een vraagstuk van gezondheidszorg (de Kreuzfeld Jacob-ziekte), een bestuurlijk probleem (de macht van het groene front), en een ethisch probleem (dierenrechten en dieren welzijn). En al die kwesties grijpen op elkaar in.
In zulke situaties is niet duidelijk waar politiek en democratie begint en waar wetenschap en technologie ophoudt. We hebben hier te maken met nieuwe problemen waarvoor de oude vertrouwde kaders niet meer volstaan.

Olympus

In die vertrouwde kaders werd wetenschap gezien als autonoom iets, als een belangenloze zoektocht naar waarheid. En andersom voerde de politiek het monopolie over de definitie van het goede leven. Wetenschap bemoeit zich niet met waarden Ė dat is het domein van de politiek, en de politiek bemoeit zich niet met de vaststelling van de feitenĖ die krijgt ze aangeleverd door de wetenschap. Dit ĎOlympus-modelí van wetenschap, van het dubbele monopolie van wetenschap op waarheid en van politiek op de definitie van het goede leven, dat deugt niet meer in onze hedendaagse kennismaatschappij. De houdbaarheidsdatum ervan is verstreken.
Onze samenleving wordt gekenmerkt door een steeds toenemende vervlechting van staat, markt, politiek en cultuur, waarin wetenschap en technologie diep zijn doorgedrongen. Deze verandering in de verhouding tussen wetenschap en samenleving heeft vergaande gevolgen voor het feitelijk functioneren van wetenschap, en ook voor het beeld dat wij daar van hebben. Wetenschap en wetenschappelijke onderzoekers vertoeven niet langer op Olympische hoogtes, maar begeven zich in de Agora, de maatschappelijke arena waar het publieke en het private bijeenkomen, waar tegengestelde belangen en opvattingen heersen.
Dat leidt tot een situatie van Ďgeorganiseerde on-verantwoordelijkheidí. Niemand durft meer het voortouw te nemen, omdat niemand meer weet wie waarvoor verantwoordelijk is. Zie de BSE-crisis. De zwarte Piet wordt permanent rondgeschoven: van de wetenschap naar de politiek en weer terug, van consumenten naar producenten, van boeren naar de agro-industrie, van nationale staten naar de EU en ga zo maar door.
Vanuit een heel andere achtergrond spreekt de wetenschapsfilosoof Bruno Latour dezelfde taal. Wetenschap, zegt hij, is veel meer dan de simpele representatie van de feiten en de wetten der natuur. De wetenschap verandert niet alleen ons perspectief op de wereld, maar ook de wereld zelf. Neem Louis Pasteur; die veranderde de Franse samenleving met zijn ontwikkeling van de microbiologie. Pasteur was veel succesvoller in het veranderen van de Franse samenleving dan al die politici bij elkaar. Wetenschap is een vorm van politiek bedrijven, voortgezet met andere middelen, zo concludeert Latour in parafrase op Clausewitzí motto dat oorlogsvoering de voortzetting is van politiek met andere middelen..
Als dat zo is, dan hebben we te maken met een schrijnend democratisch tekort. Immers, daar waar politiek handelen in de daartoe geŽigende instituties van de parlementaire democratie ook daadwerkelijk democratisch is gedekt, daar is dat in het geval van politiek handelen in het lab en aan de tekentafel juist nŪet het geval. Hier hadden we juist te maken met de gesloten gemeenschap van wetenschappelijke onderzoekers, de kring waar gewone leken-burgers niets te zoeken hebben.
Al in een vroeg stadium van de ontwikkeling van wetenschap en technologie zou de politiek en de betrokken burger haar zegje moeten doen. Al heeft dat natuurlijk zijn praktische grenzen (democratie kost tijd, is inefficiŽnt, veronderstelt interesse en kennis van burgers enzovoorts). Moeilijker nog is een probleem van meer principiŽle aard. In hoeverre zijn wetenschap en technologie Łberhaupt te democratiseren als je stelt dat die werelden van wetenschap en politiek niet meer gescheiden zijn? Noch de wetenschap, noch de mens is autonoom. Als de mens al de maat is van alle dingen, dan nemen de dingen op zín minst ook mensen de maat. Nieuwe wetenschappelijke kennis en daarmee gepaard gaande nieuwe technologieŽn, zoals de genetica en de biotechnologie, zijn niet louter instrumenten in handen van mensen ter realisering van hun, autonoom en in vrijheid vastgestelde menselijke doelen. Integendeel, die nieuwe kennis en technologieŽn doen ook die mens veranderen - hun handelen, denken en voelen, hun leefwereld, hun levensvorm, inclusief hun interpretatie- en beoordelingskaders, hun frames of meaning.
Er wrikt dus iets in die pleidooien voor democratisering van wetenschap en technologie. Die zijn immers gebaseerd op het idee dat de mens boven het netwerk van mensen en dingen kan gaan staan om daarover een (politiek, normatief) oordeel te vellen.
Maar dat is niet zo; de politiek heeft zich verplaatst, naar het lab en de tekentafel, waar zeer succesvol nieuwe werelden worden gecreŽerd. In zoín nieuwe definiŽring van politiek en democratie is de mens niet meer de exclusieve maatgever aan de dingen. Nee, ook de dingen maken die netwerken. Ook zij zijn relevante politieke actoren.
Neem het publieke debat over de stier Herman. Dat was een debat dat continuÔteit kende, dat zich uitstrekte over een langere periode, er werden steeds nieuwe argumenten aangedragen, alle relevante aspecten en gezichtspunten kwamen aan de orde, iedereen gedroeg zich netjes enzovoorts. Het was effectief omdat het een impact had op de vorming van de publieke opinie, op de ontwikkeling van ethische standaarden en op de politieke beleids- en besluitvorming.

Herman himself

Maar de belangrijkste politieke actor in dit veld was stier Herman himself. Hij heeft de inhoudelijke agenda gezet en het publieke debat is daarin slechts reactief - het volgt, het reageert. Eťrst wordt een nieuwe wereld gecreŽerd - een wereld met genetisch getransformeerde dieren; in het publieke debat dat daarop volgt mag die wereld een beetje bijgeschaafd, gereguleerd en genormeerd worden. Maar aan die nieuwe wereld zelf doet dat debat niet zoveel af. Zoals zo vaak in de geschiedenis gaat de introductie van nieuwe technologieŽn gepaard met nogal wat maatschappelijke ophef, rumoer en twisten. Maar zijn dat toch niet vooral accomodatierituelen in plaats van een glanzende overwinning van de democratie op de technologie?!
Wie de ontwikkeling van technologie wil democratiseren, als dat al mogelijk is, zou zich niet zozeer moeten richten op zulke secundaire, reactieve publieke debatten - debatten die ontstaan nadat de wereld eerst anders is ingericht. Van veel groter belang is dan zich te bemoeien met dat primaire proces van de inrichting van de wereld zelf - bijvoorbeeld door, waar mogelijk, te zorgen voor concurrerende technologische culturen, in plaats van zich te beperken tot de bijschaving-achteraf van ťťn dominante technologische cultuur. Juist dat laatste lijkt me democratisch weinig effectief. Het biedt te weinig weerwoord aan Stier Herman. Het laat hem als politieke overwinnaar bij voorbaat onaangetast.
Dit is een bewerkte lezing die Hans Harbers eind vorige maand hield aan de Rijksuniversiteit Groningen in de Studium Generale-serie ĎBiotechnologie. Over democratische besluitvorming en het publieke debatí

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

analyse
Familieberichten
Advertenties