De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

donderdag 14 december

Analysezaterdag, 27 april 2002

Publicatie van schoolprestaties kunnen ongelijkheid vergroten
Hitlijsten voor scholen gevaarlijk

De publicatie van prestaties van scholen lijkt een goed idee: zo ouders de ‘beste’ school te kiezen voor kinderen. Maar er zijn ook negatieve kanten: deze ‘hitlijsten’ kunnen bijdragen aan de vergroting van de ongelijkheid in het onderwijs.

ANNE BERT DIJKSTRA, RENÉ VEENSTRA en JULES PESCHAR
Sinds enkele jaren kennen we in Nederland een nieuw fenomeen: de publieke beoordeling van scholen. Lange tijd werden alleen leerlingen beoordeeld, niet de school. Rapportcijfers waren voor leerlingen. Maar dat is in korte tijd veranderd. Geregeld verschijnen in kranten en tijdschriften overzichten van prestaties van scholen. Daarin wordt de kwaliteit van scholen beoordeeld en worden rapportcijfers uitgedeeld. Met hitlijsten van goede en slechte scholen als resultaat.
Het verschijnen van dergelijke publicaties is te begrijpen vanuit een veranderende sturing in het publieke domein. De overheid treedt terug en scholen krijgen meer autonomie. Die autonomie gaat samen met controle op output, waarbij scholen wordt gevraagd rekenschap af te leggen van de bereikte resultaten. In de nota Grenzeloos leren brachten de bewindslieden van onderwijs dat vorig jaar nog eens duidelijk onder woorden: de overheid geeft de richting aan, geeft scholen vervolgens de ruimte bij de uitvoering, maar vraagt hen wel om rekenschap af te leggen van het bereikte resultaat.
Tot voor kort was het toezicht van de inspectie daartoe vrijwel het enige instrument. Het afleggen van rekenschap verloopt dan langs politiek-ambtelijke lijnen. In het parlement door de minister, die op zijn beurt de inspectie ter verantwoording roept. Openbare informatie maakt het echter mogelijk dat burgers in dat proces kunnen meekijken, zodat meer directe verantwoordingslijnen ontstaan. Tegelijk verschuift ook het niveau waarop verantwoording wordt afgelegd: van algemeen naar specifiek. Waar het jaarlijkse Onderwijsverslag voor het parlement gaat over de stand van zaken in het onderwijsbestel als geheel, hebben publicaties in dagbladen afzonderlijke instellingen als onderwerp.

Verantwoording

Hitlijsten van scholen brengen zo een verandering in het afleggen van verantwoording tot uitdrukking. Een verandering van de politiek en ambtelijke diensten naar de burgers; van het bestel naar de scholen, en van het voorschrijven van regels naar het controleren van uitkomsten.
Publieke informatie over de kwaliteit van scholen kan twee doelen vervullen. In de eerste plaats geeft het ouders een beter beeld van wat een school te bieden heeft. Dergelijke informatie helpt bij het maken van een weloverwogen schoolkeuze. In de tweede plaats leggen scholen via landelijke of regionale publicaties van schoolprestaties publiek rekenschap van hun functioneren af. Ook dat is een goede zaak omdat het controle op het functioneren van scholen mogelijk maakt. Verantwoording afleggen is een belangrijk beginsel in een moderne democratie. Het afleggen van verantwoordelijkheid aan burgers maakt het mogelijk dat die burgers verantwoordelijkheid dragen voor het handelen van de overheid en publieke instellingen, en zich onderdeel van dat systeem kunnen voelen.
Eén daarvan is de sturende werking die van publicatie van prestatiegegevens kan uitgaan. De publicaties in dagbladen gaan over de opbrengsten van het onderwijs, maar richten zich vooral op de 'hardere' opbrengsten, zoals die bijvoorbeeld in eindexamencijfers kunnen worden samengevat. Maar scholen hebben ook andere opbrengsten die van belang zijn. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan de vormende doelen van onderwijs. Bredere informatie over de kwaliteit van een school is daarom belangrijk.
Niet alleen prestaties op basisvakken als Nederlands en wiskunde moeten in kaart worden gebracht, maar bijvoorbeeld ook zelfstandigheid en probleemoplossend vermogen, of de mate waarin leerlingen kunnen samenwerken. Op die manier wordt voorkomen dat scholen zich genoodzaakt voelen het accent vooral te leggen op de beperkte onderdelen waarop ze nu worden afgerekend.

Dilemma

Een brede set gegevens is ook om een andere reden van belang. Scholen krijgen steeds meer vrijheid om zelf het onderwijs in te richten. Dat kan er toe leiden dat scholen meer van elkaar gaan verschillen en de opbrengsten meer divers worden. Zo’n ontwikkeling is positief te waarderen, zeker als dat betekent dat scholen daarmee inspelen op de wensen van ouders, zich profileren op specifieke doelen, of zich richten naar de behoeften van de (regionale) arbeidsmarkt. Maar ook dan ontstaat een dilemma: grotere diversiteit maakt het moeilijker om scholen te vergelijken en de kwaliteit te beoordelen. Een oplossing voor dit dilemma kan gezocht worden in verbreding van de prestatiegegevens waarmee scholen beoordeeld worden.
Ook bij het publiceren van schoolprestatiegegevens met het oog op het informeren van ouders en een goede schoolkeuze doet zich een dilemma voor. De vraag wie het meest van dergelijke gegevens profiteert, maakt duidelijk waarom het gaat. Met de huidige publicaties wordt slechts een deel van de ouders bereikt. Bovendien zijn ze voor velen moeilijk te begrijpen. Vooral hoog opgeleide ouders weten de gegevens rendabel te maken. Dat verschil komt bovenop de grote verschillen die er toch al tussen de onderwijskansen van kinderen uit verschillende sociale milieus bestaan. Als de publicaties niet sterk worden verbeterd, en beter inzichtelijk worden gemaakt voor ouders die minder de weg weten in het onderwijs, zou het wel eens kunnen zijn dat ze bijdragen aan grotere ongelijkheid in het onderwijs.
Een andere oorzaak van het risico van vergroting van ongelijkheid ligt bij de scholen. Als wordt afgerekend op prestaties en hitlijsten moet het niet verbazen dat scholen op dat punt risico’s zullen willen vermijden. Dus maar liever leerlingen toelaten die gemakkelijk naar de eindstreep te brengen zijn, en liever een ‘veilige’ route zonder veel kans op vertraging of uitval. Ook dat gaat vooral ten koste van leerlingen die over minder onderwijskansen beschikken. De afgenomen mogelijkheden voor doorstroming van lagere naar hogere schooltypen, waarvan nu al sprake is, laten zien dat dergelijke risico’s niet denkbeeldig zijn.
Anne Bert Dijkstra, René Veenstra en Jules Peschar zijn verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze waren recent betrokken bij het opstellen van standaarden voor het publiceren van prestaties van scholen Zie ook het boek: ‘ Het oog der natie. Scholen op rapport’

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

analyse
Familieberichten
Advertenties