De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 23 juli

Regiozaterdag, 22 september 2007

Nieuw boek over het dienstpersoneel op de buitenplaatsen van Oranjewoud
‘Een eer om te werken voor een heer’
ANNEKE VISSER
Oranjewoud - De meeste meisjes begonnen ‘beneden’, in de keuken. Wie geluk had, mocht ‘boven’ werken als kamer- of linnenmeisje, dichtbij de familie in de buurt. En sloeg je een leuke tuinknecht aan de haak, dan was de kans groot dat je na verloop van tijd met je gezin in een dienstwoning bij de buitenplaats bleef wonen.
De meeste personeelsleden op de landhuizen van Oranjewoud deden hun werk met plezier. Ze waren blij met een vaste baan, uitzicht op een pensioen en een betrokken baas. Het was ‘een eer om te werken voor een heer’, zoals de werknemers het zelf vaak zeiden.
In het boek ‘In dienst van de landheren van Oranjewoud’ geven kunsthistorica Rita Mulder-Radetzky en archivaris Barteld de Vries een inkijkje in het leven van de dienstknechten op de drie landhuizen in het dorp. Dat inkijkje is best bijzonder, omdat nooit eerder zo expliciet werd geschreven over personeel op landhuizen waar dan ook in Nederland. In Museum Willem van Haren in Heerenveen werd begin september tegelijk met de presentatie van het boek een expositie geopend, waarin voorwerpen en foto’s uit het boek te bezichtigen zijn.
Dienstknechten
De concentratie van drie buitenplaatsen in Oranjewoud zorgde ervoor dat relatief veel inwoners van het kleine dorp dienstknechten waren. Huize Oranjewoud, Huize Oranjestein en Huize Klein Jagtlust werden halverwege de negentiende eeuw gebouwd als buitenplaatsen voor drie adellijke Friese families die in Leeuwarden woonden. Latere generaties bleven er permanent wonen. Klein Jagtlust, gesticht door de familie Heringa Cats, kwam in 1940 in andere handen; Oranjewoud werd tot 1953 door de familie Blocq van Scheltinga bewoond. Het leven van de familie Bieruma Oosting op Oranjestein ging zelfs tot 1968 door.
,,Eigenlijk leefde het personeel daar eind jaren zestig nog in de negentiende eeuw”, vertelt De Vries. ,,Ze deden hetzelfde werk en droegen dezelfde kleding. ’s Ochtends een blauwe jurk, ’s middags een witte bij het nettere werk. Na de oorlog werd het leven gewoon weer opgepakt. Alsof er niets gebeurd was.”
Respect
De Vries en Radetzky interviewden voor hun boek 38 oud-medewerkers van de drie landhuizen en deden daarnaast archiefonderzoek. ,,Het is allemaal begonnen met een algemeen boek dat we samen schreven over de geschiedenis van Oranjewoud”, vertelt Radetzky. ,,We kwamen tijdens het onderzoek daarvoor veel leuke informatie tegen over landgoedboerderijen en buitenplaatsen. Daar wilden we meer mee doen.”
In de jaren tachtig hield het schrijversduo al verschillende interviews; een paar jaar geleden volgde nog een serie. Ze spraken oud-medewerkers, maar ook kinderen van het personeel. Ook kregen ze de beschikking over het dagboek van een linnenmeisje, die al haar werkzaamheden in detail had beschreven. ,,We waren net op tijd”, vertelt Radetzky. ,,Er zijn er niet veel voormalige dienstpersoneel meer in leven.”
De belangrijkste persoon in de huishouding was de huisknecht. Die bestierde de bovenverdieping, waar de familie woonde. ,,Hij was het aanspreekpunt van de familie wat betreft het personeel”, vertelt De Vries. ,,Hij controleerde het personeel dat de was deed en het huis netjes hield. En één van zijn belangrijkste taken was het opdienen van het eten.”
Het eten werd ‘beneden’ bereid. De keukenprinses stond daar aan het hoofd. ,,De hoeveelheid werk daar was gigantisch”, zegt Radetzky. ,,Het personeel moest niet alleen drie keer per dag een maaltijd bereiden, maar ook groenten uit de tuin verwerken en inmaken. En als de familie terugkwam van de halfjaarlijkse jacht, moest het vlees verwerkt worden.”
Buiten het huis was bijna net zo veel personeel aan de slag. De tuinbaas had een aantal tuinknechten onder zich en was verantwoordelijk voor de oogst. De boswachter en zijn bosarbeiders onderhielden alle grond rondom het landhuis. Dan waren er nog de koetsier en de stalknechten, voor het onderhoud van de paarden en de rijtuigen.
Multifunctioneel
Het koetshuis fungeerde tegelijk als woning voor de koetsier: een multifunctionele accommodatie avant la lettre. ,,Daar was geweldig goed over nagedacht”, vindt Radetzky. ,,Alles moest in de buurt van het landhuis gevestigd worden. Op deze manier zat alles dicht bij elkaar.”
Toen de auto werd geïntroduceerd, moest de koetsier omgeschoold worden tot chauffeur. Een foto die de auteurs van één van de oud-medewerkers kregen, laat zien hoe dat gebeurde. Op de foto staat een koetsier die een blad over auto’s aan het lezen is. Een prachtig beeld, vindt de kunsthistorica. ,,Het laat ook zien dat de familie goed voor het personeel zorgde. Ze kregen ondersteuning om hun werk goed te kunnen doen.”
Cadeaus
Met verjaardagen, jubilea of feestdagen werd het personeel op de buitenplaatsen uitgebreid bedankt met cadeau’s. ,,Daar werd altijd goed over nagedacht”, vertelt Mulder. ,,Iedere medewerker kreeg een cadeau dat bij hem of haar paste. De één een broche, de ander een boek.” Met die cadeaus gingen ze zorgvuldig om. Eén van de dienstmeisjes die de auteurs interviewden had de prent die ze in de jaren vijftig van haar mevrouw had gekregen, nog altijd bewaard.
Het meeste personeel kwam ‘via via’, of door familierelaties aan een baan op de buitenplaats. Af en toe werd er een advertentie geplaatst in één van de lokale kranten. ,,Het dienstpersoneel werd zorgvuldig uitgezocht”, vertelt De Vries. ,,Het waren vaak geliefde banen. Als je het een beetje goed deed, kon je je hele leven op de buitenplaats blijven werken. En vervolgens kon je rekenen op een bescheiden pensioen.”
Met het vertrek van de laatste twaalf medewerkers van Huize Oranjestein in 1968 kwam er een einde aan het dienstwerk in Oranjewoud. Het huis, dat momenteel verbouwd wordt, is in particuliere handen. Eens per jaar is het park open voor publiek. Huize Oranjewoud wordt door de Friesland Bank gebruikt als congrescentrum; Klein Jagtlust is in bezit van een bedrijf.
Sommige van de geïnterviewde oud-personeelsleden missen de tijd op de buitenplaats oprecht, weet Radetzky. Opvallend vindt ze het respect waarmee het personeel over hun bazen sprak. ,,Ze waren eigenlijk allemaal heel tevreden over hun tijd op de buitenplaats. Ze vertelden dat ze er veel hadden geleerd en waren goed te spreken over de manier waarop ze behandeld werden. Eén man vertelde zelfs dat hij graag terug zou willen, als de juffrouw nog had geleefd.”
Het boek ‘In dienst van de landheren van Oranjewoud’ van Rita Mulder-Radetzky en Barteld de Vries is te koop in de boekhandel voor 17,50 euro. De expositie in Museum Willem van Haren is te zien tot 2 december.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties