donderdag 2 september
Aanbieding van de Dag

Regiodonderdag, 26 juli 2007

De allerlaatste

De hoekige leunder Alida viert zijn honderdjarig bestaan
Zelfs op een drassig weiland vaart-ie nog

De Alida wordt morgen feestelijk binnengehaald op Hassailt bij Zwolle - met aan boord De Smelthezangers - onder leiding van Jelte van der Kamp, kleinzoon van de eerste Alida-eigenaar. Foto uit boek

RIA KRAA
Oudega (S) - Slappe schepen waren het, de leunders van de familie Van der Kamp. Je moest er altijd behoedzaam mee laden en lossen ,,om blijvende vervorming, plooien van het vlak en lekkage te voorkomen”. Verder voer eigenlijk niemand ermee in Nederland; hoe haalden die schippers Van der Kamp het eigenlijk in hun hoofd om nu juist dit type vrachtschip te laten bouwen, met zo’n rare hoekige romp en buitensporig model roer? Niemand die het weet. Het moet iets te maken hebben gehad met de geringe diepgang van die leunders. De Van der Kamps hadden iets met diepgang. Het schippersgeslacht voer in de negentiende eeuw met Enterse zompen, kleine vrachtscheepjes die de grillige en vaak zeer ondiepe Regge nog konden bevaren als alle andere boten daar allang waren vastgelopen. Dat voordeel had een leunder ook. Met honderdveertig ton vracht aan boord stak het maar 1,52 meter diep. Vergelijk het met de klipperaak Soli Deo Gloria (uit 1915), die met 128 ton aan boord al een diepgang had van 1,72 meter.
Wytze van der Kamp liet zijn leunder in 1907 bouwen voor 6800 gulden en toen had hij precies wat-ie hebben wilde: een ondiep schip met kleine mast. Niks was beter geschikt om de vaak ondiepe kanalen te bevaren, en de zeilen konden zó gehesen of gestreken op bijvoorbeeld het Overijsselskanaal (daar lag om de twee kilometer een brug).
Hij noemde het schip Alida, naar zijn Aaltje. Die had hij nog maar een jaar tevoren ontmoet, toen hij aanmeerde langs de steenfabriek in Hoogersmilde. Het verhaal wil dat ze hem brutaalweg toeriep: Schipper heb jij wel een vrouw aan boord? Toen hij zijn hoofd schudde, riep ze terug: Dan wil ik jouw vrouw wel wezen.
Hoe eenvoudig kan zulks gaan. Aaltje Seijen trouwde op 1 februari 1907 met Wytze en haar kersverse echtgenoot liep bij wijze van spreken rechtstreeks van de trouwambtenaar naar scheepsbouwer G. van Aller in Hasselt voor zijn nieuwe boot.
Wytze en Aaltje woonden met hun negen kinderen in de roef. Bank, tafel met twee stoelen, drie bedsteden, fornuisje. Aaltje vond het allemaal veel te krap. Wytze verdiende genoeg om een stuk grond plus huis annex winkel te kopen, maar het groente telen en verkopen ging Aaltje en haar kinderen blijkbaar niet goed af. Binnen een paar jaar waren ze weer aan boord. Ze bleven er tot dochter Hennie in 1948 trouwde en haar ouders in huis nam.
Herman Jansen werd de nieuwe schipper en noemde de Alida naar zijn dochter Gerda. Zijn vrouw was er een van aanpakken: ze vond zo’n zeil- en motorloze boot (de Alida liet zich al sinds voor de oorlog bomen of slepen door mens, paard of sleepboot) belachelijk. Ze dreigde dat ze nú de sleepdraad door zou kappen als hij nú niet besloot om er een motor op te laten zetten. Die kwam er, een 26 pk Blackstone dieselmotor van 8100 gulden. Later liet hij de roef verhogen, zodat je binnen kon staan. Tot zijn 65-ste bleef Herman werken - en toen duurde het twee jaar voor hij overtuigd was dat hij nu echt recht op rijksgeld had zonder dat hij dat hoefde terug te betalen. Met zijn staatspensioentje maakten hij en zijn vrouw nog tien jaar reisjes met de Gerda, en tot zijn dood in 1988 bleef hij er op wonen.
Daarna werd het door koper Ron Goemans omgebouwd tot chartervaart voor passagiers. Er kwam een machinekamer met moderne dieselmotor, twee masten met veel zeiltuig en 24 slaapplaatsen. Hij verkocht hem acht jaar later door aan Remco Visser uit Oudega (Sm), die zich nog alle dagen verkneukelt over het ,,zeer gestroomlijnde schip” met ,,geweldige zeileigenschappen”. Hij heeft het aantal knopen op de gps wel eens zien oplopen tot twaalf. En dan die diepgang. ,,Op een drassig weiland kun je bij wijze van spreken nog varen.”
Henk Dessens: Zeilschip Alida. De unieke geschiedenis van een Overijsselse Leunder (1907-2007). Uitgeverij Walburg Pers
De lahnaak of leunder werd gebouwd in het dorp Leun in het Duitse Hessen, aan het riviertje de Lahn, een zijtak van de Rijn. In Nederland bestelden de vier zonen van Engert van der Kamp er alle vier een; die zijn allemaal verloren gegaan. Wytze van der Kamp is een achterneef van Engberts zonen en had kennelijk van hen gehoord dat die leunders prima voldeden. Zijn Alida is nu de enige leunder in Nederland.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:



regio
Advertenties
warmtepompen