De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zondag 22 oktober

Geloof & Kerkzaterdag, 7 juli 2007

‘Bijbel en krant horen bij elkaar’

Nijland - Nog maar net terug uit Zambia, viert pater Johannes Bouma cmm (76) morgen in de Sint Martinuskerk in Roodhuis zijn vijftigjarig priesterschap. 39 jaar bracht hij door als missionaris in Afrika. De moeilijke jaren van de Apartheid maakte hij mee in Zuid-Afrika. Hij was er ,,een teken van hoop”, werd hem verteld bij zijn afscheid.

HANNEKE GOUDAPPEL
Al heel jong wist Johannes Bouma dat hij missionaris wilde worden. ,,Ik kan het me nog precies herinneren. Negen jaar oud was ik, toen ik in 1940 een pamflet las over de herdenking van een Nederlandse missionaris die als martelaar was gestorven tijdens de Bokseropstand in China in 1900. Dat wilde ik ook worden. Het ene - missionaris - ben ik geworden, het andere - martelaar - niet.”
Voor Bouma was het tijdens zijn studietijd heel duidelijk: hij wilde niet alleen priester worden, maar júist ook missionaris. ,,We dachten aan het buitenland, waar volgens onze kinderlijke begrippen Jezus nog niet verkondigd was. In Nederland stond alles - zeker in die tijd - kerkelijk op z’n plaats. Dat missionaris zijn, dat was het helemaal.”
Bouma volgde zijn gymnasiale studie aan het klein seminarie van de Congregatie van Missionarissen van Mariannhill in Arcen in Noord-Limburg. ,,In september 1952 ben ik bij deze congregatie ingetreden.” Vandaar de letters cmm achter zijn naam, de afkorting van het Latijnse ‘Congregatio Missionariorum de Mariannhill’.
Na zijn intrede deed hij ook een studie filosofie en theologie in Würzburg in Duitsland. In juli 1957 werd Bouma in Groningen tot priester gewijd. ,,Dat bisdom was toen net nieuw. Samen met drie klasgenoten werd ik er tot priester gewijd. Twee van hen zijn inmiddels gestorven.”
Elf jaar heeft Bouma moeten wachten voor hij daadwerkelijk missionaris werd. Hoewel hij toen hoopte meteen als missionaris aan de slag te gaan, is hij achteraf blij met de tijd dat hij als priester in Nederland heeft gewerkt. Eerst zeven jaar in Arcen op de priester- en broederopleiding. Vervolgens werkte hij van 1963 tot 1967 als kapelaan in de Vredesparochie in Amsterdam. ,,Dat was in de tijd van het Tweede Vaticaanse Concilie. Ik ben blij dat ik dat heb mogen meemaken. Er was veel enthousiasme in de parochie over wat er allemaal zou gaan gebeuren in de kerk. De nieuwe Katechismus was een wegwijzer. Gespreks- en bijbelgroepen gingen aan de slag. Ik ben er rijker van geworden.”

Apartheid

In 1967 was het dan eindelijk zo ver. Bouma werd benoemd als missionaris in Zuid-Afrika. Hij kreeg in eerste instantie - het was inmiddels 1968 - een visum voor een half jaar. ,,Nederlanders waren daar in die tijd niet zo gewild. Ze waren te veel tegen de Apartheid. Het was bij iedere verlenging weer een voorlopig verlof wat ik kreeg. Ze hielden je goed in de gaten.”
In Zuid-Afrika werkte Bouma onder de Zulu’s in Natal. ,,Mijn eerste belangrijke taak was om de Zulu-taal machtig te worden. Daar heb ik een paar maanden voor uitgetrokken. Het viel niet mee. Je moet durf hebben om fouten te maken. Maar de mensen waarderen het zeer als je het probéért.”
,,Ik werkte in Natal in een kleine parochie met praktisch alleen zwarte mensen. Behalve het gewone pastorale werk, was ik assistent aan een klein seminarie voor zwarte jongens. Ik onderichtte hen in de Latijnse taal. Dat was best ingewikkeld. Hun moedertaal was Zulu, mijn moedertaal was Fries, en via het Engels bracht ik hen Latijn bij. Tegen mensen die kleinerend over zwarte mensen deden, zei ik wel eens: wie van jullie heeft een vreemde taal moeten leren op zó’n moeilijke manier?”
Na vier jaar werd Bouma door de bisschop aangesteld tot rector van datzelfde klein seminarie. Dat bleef hij negen jaar. Daarnaast bleef hij het pastorale werk doen. Zijn laatste negen jaren in Zuid-Afrika was hij provinciale overste. Dat hield in dat hij het hoofd was van de missionarissen van Mariannhill in Zuid-Afrika.

Hoop

,,De laatste vijf jaar in Zuid-Afrika waren uitdagend, maar ook heel moeilijk”, vertelt Bouma. ,,Het was eind jaren tachtig, het hoogtepunt van de Apartheid. Ik kreeg toen te maken met de politieke onrust onder de zwarte bevolking onderling, wederzijdse brandstichting en moorden. Ik heb in die tijd veel jonge mensen begraven die vermoord waren.”
In de ‘township’ waar Bouma werkte, was hij de enige blanke. ,,De mensen waren verward. Ik heb geprobeerd er zo goed mogelijk tussenin te staan. Ik durf het haast niet te zeggen, maar toen ik wegging in 1993, zei een van de sprekers: ‘Pater, u liet ons nooit alleen in deze moeilijke tijden, u was een teken van hoop’. Daar werd ik stil van. Ik heb geprobeerd om vanuit mijn priesterambt, vanuit mijn roeping te werken en er voor de mensen te zijn. Maar dat ik een teken van hoop was, wist ik niet.” Bouma vindt het ,,niet iets om trots op te zijn”, maar is er wel heel blij om.
Het missiewerk is niet alleen maar ‘God brengen’, zoals hij in zijn kinderjaren dacht, heeft Bouma ervaren. ,,In de eerste plaats: God wás er al. De Zulu’s hadden een sterk Godsbesef, al was dat anders dan het onze. Ook Christus was lang niet overal meer onbekend. Het sociale aspect eiste steeds meer aandacht. En natuurlijk hield in Zuid-Afrika het politieke aspect ons ook veel bezig. De Apartheid was de oorzaak van veel verdriet en ellende. Helaas zag niet iedere kerkganger dit. Voor de ene gelovige was de Apartheid een onaanvaardbaar onrecht. Voor een ander gold dat helemaal niet zo.”

Rechtvaardig

,,Ik heb de woorden van Micha ontdekt: ‘Man, je weet toch wat God verwacht van je: rechtvaardig handelen, met tederheid beminnen en vertrouwelijk omgaan met God’”, citeert Bouma vrij een Engelse vertaling (Micha 6: 8). ,,Voor mij is dát de kern van christen-zijn. Het geloof moet zichtbaar worden in je handelen en in je omgang met mensen. En dat komt voort uit een vertrouwelijke omgang met God, wat te maken heeft met eredienst, persoonlijke bidden en kerk.”
,,Christen-zijn moet in elk geval z’n uitwerking hebben in de maatschappij. Ik denk aan Bonhoeffer die zei: ‘de bijbel en de krant horen bij elkaar’. Als jij je niet laat informeren over en onverschillig staat tegenover het gebeuren in de wereld, heeft de Bijbel niet veel zin. Het gaat bij God om het welzijn van de mens, de hele mens, en niet alleen het welzijn van de mens in de kerk. Een holistische benadering dus.”
Sinds 1993 werkt Bouma in Zambia. Eerst in het noorden van het land. ,,Daar heb ik geprobeerd de Bembataal een beetje te leren.” Na drie jaar verhuisde de priester naar de hoofdstad Lusaka. ,,Daar zat ik weer in de administratie en kon ik met Engels terecht.”
Sinds vorig jaar werkt Bouma weer in een parochie als pastor en is hij weer een nieuwe taal aan het leren: Silozi. Dat valt nog niet mee. ,,Het onthouden van woorden gaat niet meer zo gemakkelijk als jaren geleden. Mijn geheugen schijnt te verzwakken.” Al vond Bouma het werk in de administratie ook een uitdaging (,,je bent een leidende figuur voor je medebroeders”), het pastorale werk heeft voorál zijn hart. ,,Het optrekken met mensen en er voor hen zijn.”

Genade

Bouma heeft er nooit spijt van gehad dat hij priester is geworden. ,,Het priesterschap raakte in een crisis in de jaren zestig en zeventig, en je zag medebroeders en vrienden naast je verdwijnen en het ambt verlaten. Dat was heel pijnlijk. Ik houd het erop dat het Gods genade was die me staande hield in die jaren.”
De heilige mis in de Sint Martinuskerk in Roodhuis waarin zondag zijn jubileum wordt gevierd, is een mis ,,uit dankbaarheid”. ,,Dankbaar voor al het goede dat ik heb mogen ontvangen en voor wat ik heb mogen doen voor en door de mensen die mijn pad kruisten de laatste vijftig jaar.” Niet voor niets is de viering in de Sint Martinusparochie. ,,Het is de parochie waar ik ben gedoopt, mijn eerste heilige communie heb gedaan en waar ik in 1957 ook mijn eerste heilige mis heb opgedragen.”
De mis in de Sint Martinuskerk in Roodhuis begint morgen om 11.00 uur. Na afloop is er gelegenheid om priester Bouma te feliciteren.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 2


Reacties:

Ooit een Mariannhiller, altijd een Mariannhiller?
Zou het dan toch waar zijn?

Sinds de reünie van Sept 2011, bij gelegenheid van 100 jr St. Paul is mijn belangstelling voor alles wat te maken heeft met Mariannhill toegenomen. In de midden vijftiger jaren heb ik drie jaar op St. Paul de Mulo gevolgd, en daarbij de jonge Pater Jan Bouma leren kennen.
Nu 50 jaar later ben ik hem tijdens de reünie weer tegengekomen. Blij hem weer eens gezien en gesproken te hebben. Het kostte Jan maar weinig tijd om veel oud St. Paul gangers bij deze reünie te herkennen. Wat een geheugen.! Na 50 jaar.
Jan, veel succes met je verdere werkzaamheden in Afrika.
Verder mijn bewondering voor allen die betrokken zijn bij: "Bouwen met de Bouma's ".
Oud juvenist Paul Sweens

Paul Sweens, Mill - maandag, 21 november 2011


Via google en de naam pater Bouma kwam ik bij dit prachtige artikel over zijn 50 jarig priesterschap in 2007 teerecht. Ik ben in de zestiger jaren, zelf studerend op St.Paul in Arcen geweest, waar Pater Bouma prefect was over de studenten. Het was een tijd waarin hij mede aan mijn vorming heeft bijgedragen. Ik heb er nog fijne herinneringen aan. Ook de jaarlijkse fietstochten vanuit Arcen naar Friesland (Gaasterland) of via Eysden naar Francorchamps.Ik wil graag Pater Bouma de beste wensen overbrengen voor zijn geweldige inzet en doorzettingsvermogen. Wellicht is het mogelijk dat we met elkaar nog in contact kunnen treden.

Cor Berden, Stramproy - maandag, 31 maart 2008


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties