|
Home Regio Geloof & Kerk Opinie Economie Sport Cultuur Dossiers — populisme en de kerk — De Nieuwe Bijbelvertaling Kerkdiensten
|
Krampachtigheid rond religie wordt minder
‘Grote verhalen’ hebben veerkracht. Dat is de slotsom van interviewers Govert Buijs en Herman Paul. Vanuit de gedachte dat de belangstelling voor ‘grote verhalen’ groeit, stelden zij een boek samen over ‘religie in het publieke domein’.
Tjerk de Reus
De grote verhalen zijn voorbij - een gevleugelde uitspraak, die in de afgelopen decennia bijna een plekje in Van Dale’s Spreekwoordenboek veroverde. Het is een uitspraak van de Franse filosoof Lyotard, die ermee wilde zeggen dat de grote, overkoepelende levensbeschouwingen - zoals het christendom of het socialisme - voor mensen van vandaag weinig zeggingskracht meer hebben.
Mensen denken eerder ‘in het klein’, weten niet precies wat de absolute waarheid is en hoe de problemen in de wereld moeten worden opgelost.
Kleine verhaal
Wat mensen bezighoudt, is vooral het ‘kleine verhaal’ van hun eigen leven, werk, familie en vrienden. Maar betekent dit dat ‘grote verhalen’ definitief bij het oud vuil kunnen? Nee, zegt dr. Govert Buijs, samen met dr. Herman Paul samensteller van de interviewbundel De veerkracht van het grote verhaal. Zeker in de samenleving van vandaag kunnen grote verhalen hun veerkracht bewijzen, vindt hij. ,,Ik denk dat vooral de christelijke traditie veel te bieden heeft. Niet alleen voor gelovigen, maar voor de samenleving als geheel.’’
Dr. Govert Buijs (1964) is docent Sociale en Politieke Filosofie aan de Vrije Universiteit, waar hij ook coördinator is van de masteropleiding Christian Studies of Science and Society. Het boek dat hij samenstelde bevat interviews met vertegenwoordigers van de grote godsdiensten en levensbeschouwelijke stromingen: van Paul Cliteur tot Kardinaal Danneels.
Waarin zit precies de veerkracht van het grote verhaal?
,,De veerkracht waar de titel van ons boek over spreekt, heeft vooral te maken met het feit dat levensbeschouwelijke visies in allerlei processen van modernisering helemaal niet tandeloos worden. Ze gaan juist in op nieuwe vragen. Dus je kunt beter niet zeggen dat ‘grote verhalen’ verdwijnen, maar dat ze zich aanpassen en vernieuwen. Dat geldt voor de ene levensbeschouwelijke visie natuurlijk sterker dan voor de andere. Maar vanuit elke levensbeschouwelijke traditie proberen mensen creatief antwoord te geven op vragen van de moderne samenleving.”
De ondertitel van het boek luidt: Religie in het publieke domein. Is er werkelijk iets veranderd in de samenleving als het gaat om de waardering van religie? Of blazen de media het thema op?
Buijs: ,,Er is wel iets veranderd. In de afgelopen decennia zijn kerkbezoek en kerklidmaatschap sterk teruggelopen. Sociologen dachten dat daarmee ook religie geheel zou verdwijnen. Nu krijgt men veel meer oog voor de taaiheid van religie. Er is veel meer ‘religiositeit’ dan vaak werd gedacht. Dat gaat gelijk op met een zekere herwaardering van het christendom en zelfs van het instituut kerk. In de jaren zestig werd hier fors tegen aangeschopt. Het was allemaal zo onderdrukkend en het moest allemaal heel anders. Dat had alles te maken met de vernieuwingsdrang van die generatie, maar ook met hun frustraties jegens kerken. Maar de rol van deze generatie is bijna uitgespeeld. Nieuwe generaties hebben helemaal niet die negatieve gevoelens bij geloof en kerk. Neem als voorbeeld een student die niets weet van kerk en christendom. Als zo’n student zich verdiept in de vraag ‘Wie zijn die christenen nu eigenlijk en wat doen zij?’ komt hij vermoedelijk uit bij het beeld van christenen als mensen die positief en betrokken meedraaien in de samenleving, niet wereldvreemd zijn, meer dan anderen zich willen inzetten voor vrijwilligerswerk en bovengemiddeld bereid zijn goede doelen steunen. Bovendien zitten er elke zondag - hoewel je dat op maandag in de krant helemaal niet leest - veel meer mensen in de kerk dan op het voetbalveld. Dat zijn de feiten, die nu weer erkenning krijgen.’’
Cohen
,,Ik verwacht dat er nu geleidelijk meer ontspannen verhoudingen ontstaan tussen kerken en religieuze instellingen enerzijds en anderzijds de overheid of andere spelers op het publieke veld. Denk aan de opstelling van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. In zijn ogen is religie een belangrijke factor in de samenleving en dat moet je daarom gewoon serieus nemen. We zien elkaar weer beter staan, zou je kunnen zeggen. De krampachtigheid neemt af. Het besef daagt dat het niet nodig is om alles wat riekt naar christendom of religie terzijde te schuiven met bijvoorbeeld een simplistisch beroep op de scheiding van kerk en staat.’’
Biedt deze nieuwe situatie ook nieuwe kansen voor religies of voor ‘grote verhalen’?
,,Laten religies zich vooral niet rijk rekenen als zouden binnenkort de mensen ineens in drommen voor de deur staan. Maar ik denk wel dat het bijvoorbeeld voor religieuze instellingen wellicht gemakkelijker kan worden om subsidie te krijgen. Niet omdat je religieus bent, maar omdat je religieuze identiteit je niet meer op achterstand zet. Ook in het debat rond de islam zie ik nieuwe kansen. De discussie werd voorheen bepaald door de D66-agenda, waarin religie naar de rand van de samenleving gedrongen werd. Je mag alleen op het publieke veld meedoen als je je identiteit aflegt - dus als je niet ‘jezelf’ bent. Die agenda is echt aan het eind van zijn Latijn en dat klaart de lucht op: er kan nu meer ontspannen met moslims gesproken worden, omdat er een basaal besef is ontstaan dat zij hun religieuze eigenheid niet hoeven te ontkennen.’’
U heeft in januari een paginagroot artikel in NRC Handelsblad gepubliceerd over de mogelijke rol van het christendom in de samenleving. Welk punt wilde u maken?
,,Allereerst dat bestaande beelden over de geschiedenis van het christendom geen recht doen aan de feiten. Bij het verleden van het christendom denkt men vrijwel meteen aan de kruistochten, aan de verzuiling, aan de jaren vijftig waarin zowat iedereen achteraf gestikt schijnt te zijn in de christelijke bekrompenheid en de spruitjeslucht. Dat zijn verwrongen beelden. De geschiedenis van het christendom heeft zeker zwarte bladzijden, maar de christelijke traditie heeft ook veel waardevols aangereikt ten dienste van de samenleving. Basisnoties van onze samenleving, bijvoorbeeld over de waardigheid van de mens - íeder mens! - en over sociale zorg, liggen ten grondslag aan de huidige democratische rechtsstaat. Het christendom is niet alleen vaak op duistere wijze vermengd geweest met de macht, het heeft ook steeds allerlei vormen van absoluut machtsdenken onder kritiek gesteld. Het burgerlijk samenlevingsideaal dat grote betekenis heeft gehad in de geschiedenis van West-Europa, is grotendeels hierdoor geïnspireerd.’’
Boete en berouw
,,Die inspiratie kan nog steeds oriëntatie bieden bij de inrichting van de samenleving. De laatste jaren hebben we de hoogtijdagen meegemaakt van een economisch zelfontplooiingsdenken. De liberale ideologie, zoals gepropageerd door bijvoorbeeld de VVD, heeft zijn duizenden verslagen. Het christelijk-sociale denken biedt een andere visie. Vrijheid is van groot belang, maar niet de diepste grond van ons samenleven in een maatschappij. Dienstbaarheid aan je medemens is veel wezenlijker. Bovendien is er in de christelijke traditie veel nagedacht over de donkere kant van de mens. Mensen zijn er helemaal niet altijd toe geneigd om het goede na te streven. Het eigen ik bevredigen ligt veel meer voor de hand. Het christendom heeft dit willen erkennen en ook vormen gevonden om ermee om te gaan: denk aan de centrale rol van boete en berouw, biechten en vergeving. Die zaken raken aan een diepte in het mens-zijn, die andere ideologieën gewoonweg missen.’’
Als u concreet een paar nieuwe wetten mocht invoeren, wat zou u dan doen?
,,Het gaat niet om een wet zus of een wet zo. De stijl van politiek bedrijven is heel belangrijk. Zorg dat mensen zien dat het om meer gaat dan om de economie. In de achterliggende jaren heeft de WRR een paar keer de rol vervuld van aanjager van het normatieve debat, maar dat lijkt een toevalstreffer te zijn omdat de huidige WRR-voorzitter hiervoor persoonlijk een antenne heeft.
Als duurzamer signaal tegen de voortdurende neiging tot verschraling en versmalling zou ik willen pleiten voor de instelling van een adviesorgaan waarbinnen het normatieve debat over maatschappelijke thema’s gevoerd wordt. Vertegenwoordigers van verschillende levensbeschouwelijke stromingen kunnen hier hun inbreng leveren. Een soort Sociaal-Economische Raad (de SER), maar dan niet sociaal-economisch. Met de instelling van zo’n soort ‘reli-SER’ zou de overheid een duidelijk anti-technocratisch, anti-economistisch signaal afgeven en daarmee aangeven dat ze het van groot belang vindt dat het gesprek over inspiratiebronnen en normatieve richtingwijzers voor de samenleving op hoog niveau gevoerd wordt.’’
N.a.v. Govert Buijs & Herman Paul, De veerkracht van het grote verhaal. Levensbeschouwing in het publieke domein. Zoetermeer, Boekencentrum. 144 blz. Prijs: 14,90 euro
Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0 Reacties:
|
Advertenties
|