De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


donderdag 19 oktober

Geloof & Kerkwoensdag, 8 maart 2006

Honderd jaar Folkingestraat-synagoge in Groningen
‘De synagoge laat zien: we zijn niet weggevaagd’
Groningen - Het is een gebouw met vele bestemmingen geweest: wasserette, opslagplaats voor radio’s en andere zaken, een kerk en natuurlijk een sjoel. Dit jaar bestaat de synagoge aan de Folkingestraat in Groningen precies honderd jaar. De gehele maand maart wordt daar bij stilgestaan met allerlei jubileumactiviteiten.
LODEWIJK BORN
Eigenlijk is er in 2006 sprake van een drievoudig jubileum. De bouw van de synagoge werd honderd jaar geleden voltooid, de herinwijding vond 25 jaar geleden plaats (29 november 1981), en in 1756 – 250 jaar geleden - werd de eerste volwaardige Groninger sjoel gesticht. De Joodse Gemeente in de Martinistad is zelf nog ouder: uit het jaar 1744.
De Folkingestraat-synagoge is een huis van samenkomst met een verhaal dat door die eeuw heen steeds een nieuw hoofdstuk erbij kreeg. De bouw betekende in 1905 de afbraak van de oude synagoge uit 1756. Het nieuwe gebouw werd op dezelfde plek gebouwd. Er moest een nieuwe synagoge komen omdat de oude niet meer voldeed. De Joodse Gemeente in Groningen groeide zo sterk dat een nieuw onderkomen noodzakelijk werd.
Op 30 juni 1905 legde opperrabbijn Eliëzer Hamburg aan de Folkingestraat 60 de eerste steen. Opmerkelijk aan die steen was dat deze geen Hebreeuwse, maar een Nederlandse inscriptie droeg.
Zo was er meer bijzonder. Als hoofdarchitect werd namelijk een Friese kerkenbouwer aangetrokken: Tjeerd Kuipers (1852-1942) uit Gorredijk. Kuipers, van huis uit gereformeerd en een leerling van Berlage, had een grote naam op het gebied van kerkbouw. In Groningen bouwde hij de Zuiderkerk en de Westerkerk. Nog nooit had hij echter een synagoge ontworpen. Dat christelijke architecten synagogen bouwden, was bij gebrek aan joodse architecten in die tijd heel gebruikelijk, zo vertelt historicus Stefan van der Poel in het vorige week verschenen jubileumboek 100 jaar Folkingestraat-synagoge 1906-2006 .
Kuipers toog naar Duitsland met enkele bestuursleden van de Joodse Gemeente om daar te kijken hoe men synagogen bouwde. Dat leidde ertoe dat er een gebouw verrees in ‘oriëntaalse’ bouwstijl: een stijl onder invloed van de Romantiek in Midden-Europa tussen 1840-1890. Ook de synagogen van Eindhoven (1866), Tilburg (1873), Sneek (1880), Rotterdam (1891) en Deventer (1892) hadden oriëntaalse accenten.
De synagoge werd gebouwd als een kruisvormige basiliek, die gekenmerkt wordt door de koepelvormige torens aan de voorzijde, de hoefijzeren bogen, ramen en prachtige galerijen.
Er was plaats voor ruim zeshonderd mensen. In het schip bevonden zich 363 en in de zijarmen 116 zitplaatsen. Vrouwen betraden de synagoge via twee aparte zij-ingangen en namen boven plaats. Afgesloten van het mannengedeelte, zoals de orthodoxe leer voorschreef, bevonden zich hier 148 zitplaatsen achter gemetselde balustraden met gegoten ijzeren ornamenten.
In de Groninger joodse buurt werd de sjoel het centrum van het joodse leven voor velen. Daarnaast was er een meer welvarende, geseculariseerde groep die zich juist buiten die buurt vestigde en bewoog. Vanaf 1940 werd het proces van inburgering vervangen door segregatie door de Duitse bezetter. Voor de oorlog waren er ,,zo’n drieduizend Joden in Groningen’’, vertelt de huidige secretaris van de Joodse Gemeente, Frits Grünewald (59). ,,In de oorlog werd zelfs nog een jeugdsjoel aan de Folkingedwarsstraat geopend omdat de Joodse Gemeente zoveel kinderen had.’’
De Duitsers ontbonden de gemeente echter op 26 augustus 1943. Van het gebouw maakten ze een opslagruimte voor geconfisqueerde radio’s en tin. De Joodse bevolking werd weggevoerd. Van de 2724 personen die door hen geregistreerd waren als ‘Voljuden’ werden er circa 2550 naar Polen gedeporteerd en vermoord. Slechts tien Groningers overleefden de vernietigingskampen. Er bleef een gedecimeerde Joodse bevolking over. Zo’n 120 joden keerden terug naar Groningen.
Grünewald werd geboren vlak na de oorlog. Zowel zijn grootvader als vader zaten ook in het bestuur van de Joodse Gemeente. ,,Iedereen had wel iemand verloren. Niemand geloofde toen eigenlijk meer in de toekomst. De Joden die hier nog wel waren vertrokken naar het westen, met name in Amsterdam en naar het buitenland. Noord-Amerika, maar ook naar Israël; er ontstond daar zelfs een ‘Gronings dorp’: Hadaran.’’ De sjoeldiensten werden voortaan gehouden in de jeugdsjoel aan de Folkingedwarsstraat. ,,De plek waar ik ook Bar Mitswa (‘Kind der Wet’, LB) ben geworden’’, vertelt Grünewald. Er brak een onzekere tijd aan voor de synagoge. In november 1951 werd het gebouw verkocht aan de ‘Chemische was- en ververij Astra’. De eigenaar van die stomerij was tevens voorzitter van het Apostolisch Genootschap en daarom kreeg het gebouw op de bovenverdieping de bestemming van kerk, terwijl de wasserij beneden was.
Het gebouw raakte door de activiteiten van de stomerij ontzield: het hart van de davidster in het glas-in-lood-raam boven de voormalige hoofdingang bevatte bijvoorbeeld een gat met daarin een afvoerpijp voor het ventilatiesysteem van de stomerij.

Keerpunt

1973 Was het begin van een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de synagoge. Astra verliet het gebouw, net als het kerkgenootschap. Maar de eigenaar wist geen koper te vinden. Het gebouw raakte zodanig in verval dat sloop onvermijdelijk werd geacht.
In 1975 werd Stichting Folkingestraat Synagoge opgericht die ijverde voor het behoud van het gebouw. Doel was aankoop door de burgerlijke gemeente, restauratie van het pand en de synagoge haar oorspronkelijke bestemming van huis van samenkomst teruggeven. Dat leidde tot een verhitte discussie, zowel binnen de Joodse Gemeente zelf, als in de Groninger politiek. Sommigen vonden het een verplichting aan het verleden dat de sjoel behouden zou blijven. De toenmalige Groninger wethouder van onderwijs en cultuur Jacques Wallage, zoon van de oud-voorzitter van de Joodse Gemeente Philip Wallage, vond ‘één monument voor de Joden in Groningen wel genoeg’. Hij verwees daarbij naar het monument van Edu Waskowsky aan de Hereweg dat net onthuld was. ,,Ik kon me die opstelling van Wallage toen best voorstellen’’, zegt Grünewald. ,,Ik had namelijk hetzelfde gevoel: wat moest je met een synagoge zonder Joodse gemeenschap?’’ Uiteindelijk bleef de synagoge behouden door aankoop: twintig tegen negentien stemmen bij de historische stemming in de gemeenteraad op 13 december 1976.
In het jubileumboek blikt Wallage nu terug op die periode en zegt dat hij achteraf blij is dat de sjoel er nog steeds is in de stad waar hij in 1998 burgemeester werd. ‘Ik heb onderschat welke betekenis dat gebouw, gerestaureerd en wel, zinvol zou kunnen vervullen. Dat heb ik echt onderschat. Dat je daar dingen in zou kunnen doen die passend zijn voor de aandacht van de geschiedenis en dat je het bovendien nog lange tijd als sjoel zou kunnen gebruiken, dat had ik niet verwacht. Die gemeenschap is zo klein, dat lukt gewoon niet, dacht ik. Dan staat daar een synagoge en geen Jood te bekennen.’
Driehonderd containers met puin kwamen uit het gebouw en een twee miljoen gulden kostende operatie leverde op dat het gebouw op 29 november 1981 weer werd ingewijd. De synagoge kreeg een dubbele bestemming, want het werd ook een cultuurruimte voor lezingen, exposities en concerten. De Stichting Folkingestraat Synagoge exploiteert het gebouw. De synagogeruimte biedt tegenwoordig plaats aan 120 bezoekers. Tweewekelijks zijn er sjoeldiensten.
De Joodse Gemeente telt ongeveer zestig gezinnen anno 2006. Grünewald: ,,De synagoge en het bestaan van de Joodse Gemeente is het levend bewijs van het feit dat we niet zijn weggevaagd.’’ Dat is ook een van de redenen waarom hij zich nadrukkelijk inzet voor de joodse gemeenschap. ,,De diepe verbondenheid die er is met je geloof en de traditie.’’
Bep Koster (1933) is de huidige voorzitter van de orthodoxe gemeente, die ze omschrijft als ,,levend en levendig’’. Ze is de enige vrouwelijke voorzitter in Nederland. Tot ongeveer 1980 ging ze als niet-Jood door het leven onder druk van haar moeder. ,,Ik mocht er niet over praten dat ik Joods was.’’ Na de dood van haar moeder en haar scheiding ging ze op zoek naar haar wortels. Ze verdiepte zich in de Joodse traditie en volgde tal van cursussen. Koster vond uiteindelijk een thuis in de Joodse Gemeente in Groningen, mede door de hartelijke contacten met voorzitter Manuel Menco en zijn vrouw.
In december 1997 werd ze verkozen tot voorzitter. Juist in het jubileumjaar treedt de Joodse Gemeente voor het eerst duidelijk naar buiten toe, vertelt Koster. Via een speciale publiciteitscampagne rond de jubileumtentoonstelling en de andere activiteiten die de komende tijd staan gepland. De schroom en angst die er binnen de gemeente was, heeft men achter zich gelaten. Grünewald: ,,Sommigen durfden het niet met de geschiedenis in het achterhoofd, alhoewel er nooit sprake is geweest van enige bedreiging.’’
De Joodse Gemeente vervult een sterke regiofunctie. ,,We hebben leden uit alle drie de noordelijke provincies. Het gebouw draagt er ontegenzeggelijk aan bij dat er zoveel activiteit is’’, zegt Koster. Rabbijn Spiero is parttime verbonden aan de Groningse gemeente.
Doordat Groningen een universiteitsstad is, is er de gelukkige omstandigheid dat met regelmaat Joodse gezinnen uit het buitenland zich aansluiten, vertelt Grünewald. Ook merkt Koster dat meer en meer mensen die wel Joods zijn, maar daar tot dusver niets mee deden, op zoek gaan naar hun wortels en daadwerkelijk invulling geven aan hun geloof. ,,De gemeenschap en wat je met elkaar deelt, trekt mensen.’’
De Tweede Wereldoorlog zal altijd een plek daarin innemen. ,,Maar er is onderling respect voor elkaar. Jongeren begrijpen de ouderen hierin en de ouderen snappen ook dat de jonge generatie vooruit kijkt en ook wíl kijken, zonder daarbij voorbij te gaan aan het verleden’’, verwoordt Grünewald.

Expositie

Hoe dat Joodse leven er tegenwoordig aan toe gaat is te zien in de jubileumexpositie Modern Joods Leven , die tot 22 maart is in de synagoge. Nooit eerder werd het leven van de naoorlogse Joodse gemeenschap zo uitvoerig en indringend in beeld gebracht. Robert Mulder, fotojournalist, schrijvend journalist en auteur, fotografeert al sinds vele jaren het Joodse leven in de stad Groningen. Speciaal voor de expositie heeft hij getracht een compleet beeld te schetsen van de gemeenschap.
Mulder laat zien waar tijdens de diensten de bezoekers zitten, wat de rol van de rabbijn is en hoe in de synagoge feestdagen als Chanoeka, Poeriem en het Loofhuttenfeest worden gevierd. Maar ook toont hij hoe het joodse leven zich buiten de synagoge afspeelt. Zo fotografeerde Mulder de rijdende winkel van Pasternak met uitsluitend kosjere producten die Groningen geregeld aandoet en laat hij zien hoe een kosjere keuken is ingericht.
Uniek zijn de foto’s waarop Mulder laat zien hoe kortgeleden onder toezicht van een rabbijn de stoffelijke resten van 22 Joden werden overgebracht van het voormalige Jodenkamp - de oudste joodse begraafplaats van de stad - naar de Joodse begraafplaatsen op de Selwerderhof en aan de Moesstraat.
Zondag 26 maart is in besloten kring een herdenking/viering van honderd jaar synagoge. ,,Daar hebben we bewust voor gekozen als bestuur’’, verwoorden de beide bestuursleden. Leden en oud-leden en de ambassadeur van Israël, Harry Kney-Tal, zullen hierbij aanwezig zijn. Op zondag 2 april doet de synagoge mee in het Open Huis van de Groninger Religieuze en Levensbeschouwelijke organisaties.
De expositie Modern Joods Leven is te bezoeken tot 22 maart. Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag en zondag (van 13.00 tot 17.00 uur). Toegang 2 euro.
Er zijn deze maand nog twee lezingen in het kader van het jubileum. 14 maart Fred Dubbeling over zijn ervaringen met de restauratie in 1981 en op 16 maart Piet Cohen over zijn ontwerp voor het interieur .

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Ik vond uw artikel over de synagoge in groningen.
Ik ben opzoek naar een foto van het ronde glas in lood raam van de synagoge bij de ingang. Kunt u me verder helpen waar dat te vinden?
Vriendelijk bedankt, Marion

Marion Elichalt-Roesink, Alcay, Frankrijk - vrijdag, 22 februari 2008


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties