De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 22 juli

Analysewoensdag, 4 januari 2006

Rechterlijke macht op pijnbank

Er moet een speciale commissie in het leven worden geroepen die zich buigt over dwalingen van Justitie. Dat vindt Wim Orbons. De commissie is nodig na de verschillende uitglijders van Justitie, onder meer in de zaak Nienke. Het aanpakken van wanbeleid aan het kabinet en de rechterlijke macht zelf overlaten is geen optie, vindt Orbons. Daarvoor is er te veel sprake van vriendjespolitiek en elkaar de hand boven het hoofd houden.

WIM ORBONS
Het is op zich al vreemd dat uitspraken van rechters van rechtbanken en rechters van gerechtshoven (raadsheren) vaak zeer grote verschillen vertonen. Maar het is nog dubieuzer. In steeds meer zaken blijkt dat na herzieningsverzoeken, toevalligheden, of spitwerk van misdaadverslaggevers of rechtspsychologen (en zelfs een arts en filosoof) in sommige zaken de gehele rechtsgang van rechtbank tot en met Hoge Raad een farce is geweest.
Dat zagen we in onder andere de Puttense moordzaak en de Schiedammer parkmoord. Hoogleraar rechtspsychologie prof. dr. Peter van Koppen heeft van meet af aan gezegd (en geschreven aan de toenmalige baas van het Openbaar Ministerie OM, Joan de Wijkerslooth) dat het ‘bewijs’ tegen Cees B. onvoldoende was voor een veroordeling.
Deze zaak, na de justitiële en gerechtelijke dwalingen in de Balpenmoordzaak, de Zaanse paskamermoord en de Puttense moordzaak heeft zoveel twijfel over de integriteit van rechercheurs, OM, maar ook over de rechterlijke macht opgeroepen door het vernietigende rapport van de advocaat- generaal Posthumus, dat in de afgelopen maanden alweer enkele nieuwe zaken zijn voorgedragen voor hernieuwd onderzoek.
Rechtspsycholoog Hans Crombag pleit voor een nieuw onderzoek in de Enschedese ontuchtzaak. Een man (en vrouw en oom) zit al jaren, waarschijnlijk onterecht, in de gevangenis voor ontucht op basis van door de politie afgedwongen verklaringen van zijn minderjarige dochters, die deze verklaringen later weer hebben ingetrokken. De hoogleraar professor mr. Geert Jan Knoops heeft het eerste succes geboekt in de zaak Ina Post. Zij heeft haar straf al uitgezeten voor de (vermeende?) moord op een bejaarde vrouw, maar wil rehabilitatie. Onder politiedwang heeft zij destijds bekend, maar later deze verklaring weer ingetrokken.
In de praktijk van Knoops spelen nog twee dubieuze zaken: de Deventer moordzaak en de zaak van butler Dick van Leeuwerden. De meeste mensen kunnen zich waarschijnlijk nog de (rechterlijke) soap herinneren van de Deventer moordzaak. Fout op fout werd gestapeld, maar de (vermeende?) dader zit nog achter de gevangenismuren. Recent is Maurice de Hond een actie gestart om ook deze zaak opnieuw te laten onderzoeken. Dan zijn er nog minder bekende zaken zoals die van Romy en Marion van Buuren, de zaak-Sweeney, de zaak- Zwakhalen of de zaak-Bolhaar. Op deze zaken hebben de hoogleraren Crombag en Wagenaar in hun nieuwste boek The Popular Policeman and other Cases forse kritiek of wordt cassatie of een herzieningsverzoek voorbereid. Crombag en Wagenaar hebben andere professoren aan hun zijde. Zo verklaren ook Ton Broeders, Tom Schalken en Peter Tak dat het niet om incidenten gaat. Tak kent meerdere zaken waarbij je ernstige twijfels kunt hebben, zaken die nog nooit in de publiciteit zijn geweest.

Omgekeerde wereld

De meest recente mogelijke rechterlijke dwaling is de zaak Lucia de B. Metta de Noo-Derksen, een psychiatrisch arts en Ton Derksen, hoogleraar wetenschapsfilosofie, menen bewijzen in handen te hebben dat de B. het niet gedaan heeft: zeven patiënten vermoord en drie pogingen daartoe. Hun bevindingen hebben zij door verzonden aan Crombag. En die is duidelijk. Ook deze zaak moet opnieuw worden onderzocht.
In deze zaak is geen sprake geweest van ‘tunnelvisie’, maar van een ‘verdachtegeleid’ onderzoek. Normaal zoekt men bij een delict een verdachte. In de zaak de B. is het omgekeerd. De B. werd tot verdachte gebombardeerd vanwege ‘vreemd’ gedrag, waarbij potentiële delicten werden gezocht.
Hoe is het toch mogelijk met al die wetenschap en technische middelen dat we nog steeds onschuldige mensen opsluiten? Jan de Keijser toonde begin 2000 in zijn proefschrift aan dat rechters zelfs in volkomen identieke zaken tot sterk verschillende uitspraken komen. Premier Balkenende zei daarover: ‘De discussie over fouten in de rechtspraak en over integriteit is uiterst gevoelig, maar moet wel worden gevoerd. Nu al verschijnen artikelen over onrechtmatige rechtspraak.’
Maar de meeste politici slapen of laten zich gemakkelijk meeslepen met het romantische beeld van een volkomen integere rechterlijke macht. Heel Nederland mag graaien, maar er is gelukkig nog één macht die vlekkeloos en volstrekt onafhankelijk toezicht houdt, wil men graag geloven. In Nederland werken zo’n achthonderd rechter- plaatsvervangers. Van hen hebben er zo’n driehonderd hun hoofdfunctie in de advocatuur. De andere rechter-plaatsvervangers zijn afkomstig uit het openbaar bestuur, het bedrijfsleven, of ze zijn werkzaam bij universiteiten. Dat kan tot belangenverstrengeling leiden in de ons-kent-ons-cultuur.
Hoogleraar rechtssociologie professor dr. Leny de Groot-van Leeuwen hekelde dit begin dit jaar. ‘Minder tegen politiek en bestuur aankruipen’, was haar boodschap. Waar komt die houding van rechters toch vandaan dat zij menen het altijd beter te weten en zelfs boven de wet te kunnen staan? De arrogantie van de rechterlijke macht werd recent gepersonifieerd in de hoogste man van het gerechtshof in Den Haag. Hij beweerde in Nova dat zijn hof in de Schiedammer parkmoord geen fouten had gemaakt. Hoe kan dat? Zijn hof veroordeelde toch de onschuldige Cees B.

Fouten

Dat medisch specialisten fouten maken, is geaccepteerd. Maar ze moeten wel openlijk voor hun fouten uitkomen. Rechters zijn daar kennelijk nog niet aan toe. Ze verschuilen zich achter de uniciteit van een zaak of achter het (achterhaalde) geheim van de raadkamer. Altijd zijn er bijzondere omstandigheden. De falende rechercheurs en officieren van justitie, die bewust informatie achterhouden en ‘rondshoppen’ totdat ze de zogenaamde deskundige hebben gevonden die beweert wat ze graag willen horen, én rechters zitten nog steeds op hun plaats of zijn zelfs gepromoveerd. Is het redelijk dat die kennelijke wanprestaties zonder gevolgen blijven? En de maatschappij betaalt ondertussen (terecht) de schade aan de mensen die een deel van hun leven onterecht in de gevangenis hebben doorgebracht.
Politici willen dat de kosten van delicten door de daders aan de slachtoffers worden betaald. Maar waarom worden de daders binnen justitie en rechterlijke macht niet aansprakelijk gesteld voor hun ‘delicten’?
Het is merkwaardig dat zoveel wetenschappers eensgezind zijn. Zelfs vanuit de Hoge Raad kwam begin dit jaar kritiek op de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak, uit de mond van advocaat- generaal mr. N. Jörg. En het kabinet onderneemt nauwelijks stappen.

Geen incident

Sterker, de president van de Hoge Raad, P. Haak, had begin 2004 ook al kritiek geuit: ‘Politierechters zijn jong en onervaren.’ Dat is juist, maar de Hoge Raad vergeet dat zij zelf ook onderdeel van het probleem is. De Hoge Raad besluit zelden tot een herziening. Dat is begrijpelijk. Over het algemeen houden de leden van één beroepsgroep elkaar de hand boven het hoofd. Dat zien we ook bij de Medisch Tuchtcolleges.
Daarom zou voor de herzieningsverzoeken een aparte instantie moeten komen, net als in Groot-Britannië en Denemarken. Dat rechters onvolledige OM-dossiers krijgen aangereikt met rammelende bewijsmiddelen is bekend. Maar rechters moeten oordelen op grond van hun eigen onderzoek ter zitting of nader (deskundig)onderzoek gelasten. ‘De zaak van de Schiedammer parkmoord is geen incident, maar een symptoom van een ziekte in onze strafrechtpraktijk, die dringend therapie behoeft, niet alleen in kringen van politie en OM, maar ook in die van de rechterlijke macht’, aldus Crombag. Zijn pleidooi voor een onafhankelijke toezichthouder, zoals de Britse Criminal Cases Review Commission, is dringend noodzakelijk. Dat is ook logisch, want iedereen wordt gecontroleerd en krijgt ontslag bij wanprestaties, ook leden van het kabinet. Maar deze regel geldt (nog) niet voor rechters.
Wim Orbons is voormalig bestuurder van gezondheidszorgorganisaties.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Terecht dat u met het artikel 'Rechterlijke macht op pijnbank' aandacht
besteed aan de affreuse bedrijfscultuur in de rechtsketen. Zouden meer
kranten moeten doen. Een paar inhoudelijk opmerkingen over wat Crombag
vaststelt.
1. Dat irriteert me zo, dat hoogleraren gedwee in het systeem meedoen
gedurende hun actieve loopbaan (wanneer ze nog invloed kunnen
uitoefenen); als ze er niet meer toe doen, ja dan opeens weten ze alles,
zijn ze kritisch, scherp - vinden ze zelf. 2. Het dramatische is dat dit
eigenlijk niks nieuws is; al decennia praktijk ook in Nederland 3. De kop
boven her artikel is wat optimistisch. Rechterlijke macht op de pijnbank.
Suggereert dat het nu dan wel over is met de hufterigheid. Gevreesd moet
worden dat het weerbarstiger is. Zolang de landelijke Dagbladen het geen
voorpagina nieuws maken - zal er niks veranderen. 4. Hoezeer de zorgen en
kritiek ook terecht is, constateer ik dat hij vreemd genoeg de advocatuur
buiten schot houdt. Dat is jammer, een gemiste kans. Het zou zijn verhaal
een stuk completer maken. Voor uw info - meer en dieper spitten, nadere
nieuwscoverage - geef ik hierbij alvast de nodige links.

D. Ackerman, Den Haag - donderdag, 13 april 2006


analyse
Familieberichten
Advertenties