De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 22 september

Geloof & Kerkmaandag, 12 september 2005

Monumentaal Künckelorgel in Workum in gebruik genomen
Rechterlijke uitspraak bracht het orgel in Workum
Workum – Het monumentale koororgel uit 1784 van orgelbouwer Künckel is zaterdag in de Gertrudiskerk in Workum in gebruik genomen. Ds J.D.Th. Wassenaar ging – als oud-predikant van de hervormde gemeente in Workum, voor. Voor Workum het in gebruik kon nemen, moesten er de nodige hobbels genomen worden. Een bewerking van de lezing die ds Wassenaar zaterdag hield.
J.D.TH. WASSENAAR
,,Dit orgel dat op de monumentenlijst voorkomt, is een van de belangrijkste monumenten uit de huisorgelcultuur van de achttiende eeuw’’, aldus dr A.J. Gierveld over een in 1784 door J.P. Künckel uit Rotterdam gebouwd instrument. Onlangs werd het vanuit de kapel van de Vereniging van Rechtzinnig Hervormden te Hoorn naar de Gertrudiskerk in Workum verplaatst.
Zaterdag werd het ter gelegenheid van het Open Monumentendag, tevens Nationale Orgeldag, officieel overgedragen aan de kerkrentmeesters van de protestantse gemeente. ‘s Avonds werd het tijdens een vesper in gebruik genomen. Gisteren is het Künckelorgel tijdens de Avondmaalsdienst bespeeld. Op zijn nieuwe plek zal het niet alleen gebruikt worden voor het begeleiden van de protestantse gemeentezang in het koor van de kerk (en wel in de avonddiensten, bij Avondmaalsvieringen en in trouw- en rouwdiensten). Het is de bedoeling dat het ook bij concerten zal functioneren.
Johannes Pieter Künckel, geboren in Duitsland maar woonachtig in Rotterdam, bouwde zowel kerk- als huisorgels. Zo vervaardigde hij in 1782 het instrument voor de ‘Friese’ doopsgezinde kerk in Zaandam, in 1809 voor de hervormde kerk in Dirksland. In de gereformeerde kerk in Hazerswoude staat een door hem in 1811 opgeleverd orgel.
Dat de kerkorgels van Künckel altijd positief beoordeeld zijn, kan niet gezegd worden. Maar er zijn ook diverse lovende getuigenissen. Zo kwalificeert Gierveld, die in 1977 op Het Nederlandse huisorgel in de zeventiende en achttiende eeuw promoveerde, de instrumenten in Zaandam en Hazerswoude respectievelijk als ‘fraai’ en ‘prachtig’.
Künckel genoot vooral grote bekendheid als huisorgelbouwer. Uit achttiende- en negentiende-eeuwse krantenadvertenties blijkt dat in Amsterdam instrumenten van hem gestaan hebben. Een uit 1783 daterend huis- of kabinetorgel vond later onderdak in de hervormde kerk van Heiloo: in 1862 bood de kerkvoogdij het te koop aan.
Er is een aantal huisorgels van Künckel bewaard gebleven. Het instrument dat inmiddels in de Gertrudiskerk in Workum staat, was in bezit van de zeer vermogende, in 1822 overleden, notaris Abraham Petersen in Delft. Het is een van de grootste huisorgels die ooit in ons land gemaakt zijn. Het werd in 1822 voor 900 gulden aangekocht voor de oud-katholieke kerk in Schiedam. In 1865 werd het voor 500 gulden aan de hervormde gemeente te Odijk verkocht. Daar stond het tot 1933.
Toen werd het te koop aangeboden, en wel ‘wegens aanschaffing van een grooter instrument’. Voor 200 gulden werd het eigendom van de Vereniging van Rechtzinnig Hervormden te Hoorn, bestemd voor ‘de nieuwe kapel’ van de vereniging aan de Eikstraat in de Noord-Hollandse stad. Toen het daar was, werd voor 170 gulden een windmachine besteld.
Het orgel werd achter een schijnfront verborgen: men vond dat het achttiende-eeuwse front niet harmonieerde met het moderne interieur van het kerkgebouw. Alleen de organist kon het instrument toen zien. In de loop der jaren raakte het instrument in verval. In 1965 kwam het op de monumentenlijst te staan. Die mededeling betekende het begin van diverse activiteiten die tot restauratie zouden leiden. Die vond in 1973 plaats, en wel door de firma Fama & Raadgever. Alle overheden (landelijk, provinciaal en gemeentelijk) droegen royaal bij aan de financiering. Het orgel, in 1933 voor 200 gulden gekocht, werd veertig jaar later voor 100.000 gulden verzekerd.

Bloemmahonie

Het orgelmeubel is 306 centimeter, 175 centimeter breed en 87,5 centimeter diep. De constructie van de kast laat duidelijk drie delen onderscheiden: de onderkast, het middendeel van het klavier tot de onderkant van de toren, en de bovenkast. De eikenhouten kern is met bloemmahonie gefineerd. Het meubel is grotendeels in Lodewijk XVI-stijl. Enkele details, zoals de bakstukken, zijn in Lodewijk XV-stijl. De kandelaars zijn verdwenen. De registerknoppen zijn uit ebbenhout gedraaid en hebben een ivoren rond plaatje in het hart, ter versiering. De balgen zijn nieuw; de windkanalen zijn nagenoeg geheel oorspronkelijk; de tremulant is vernieuwd; de schepbalgen kunnen bediend worden door een hefboom aan de achterkant.
Zoals gezegd, is het voor huisorgels een groot instrument. Het pijpwerk staat zo dicht op elkaar, dat het stemmen van het instrument een lastig karwei is.
Hoe is het Künckel-orgel uit Hoorn in Workum terechtgekomen? Welnu: in 1998 ging ik een keer voor in de kapel van de buitengewone wijkgemeente te Hoorn. De samenzang werd begeleid op het monumentale instrument. Ik vond dat zo mooi, dat ik me na de dienst liet ontvallen dat ik het wel wilde kopen, als het ooit verkocht zou worden. In 2003 kwam een van de ouderlingen-kerkvoogd op die uitspraak terug. Men ging de kapel en het orgel verkopen, omdat de buitengewone wijkgemeente en de ‘gewone’ gemeente samengegaan waren. Het instrument bleek te groot voor een huiskamer, ook van een pastorie, te zijn. Het leek wel heel geschikt voor het koor van de Gertrudiskerk. Die inschatting werd bevestigd door adviseur de heer Dick Klomp uit Almere. Overigens: een tweede orgel, naast het uit 1697 daterende Jan Harmens-orgel, zou voor ‘de kathedraal van Workum’ geen overbodige luxe zijn: de afstand tussen het grote orgel en het koor is aanzienlijk.
Tot onze grote vreugde accepteerde het bestuur van de evangelisatievereniging ons bod van 48.500 euro, samengebracht door vermogende gemeenteleden.
Toch kon het instrument nog niet naar Workum gebracht worden. Aanvankelijk wilden burgemeester en wethouders van Hoorn verhinderen dat het monument de grens van de Noord-Hollandse stad over zou gaan. Nadat de gemeentelijke Hoor- en Adviescommissie Bezwaarschriften het college op de vingers getikt had, ging de Vereniging Oud Hoorn dwars liggen. Ook die vereniging wilde het orgel voor Hoorn bewaren. Begrijpelijk. De rechtbank van Alkmaar stelde haar in het ongelijk.
Toen mocht het instrument naar Workum verhuisd worden. Daarmee is de Friese gemeenschap een monument rijker geworden.
Dr J.D.Th. Wassenaar was van 1996 tot 2004 predikant van de hervormde gemeente Workum en de Samen op Weg-gemeente It Heidenskip.
Dit artikel kwam tot stand met medewerking van A. Landman en J. Jongepier.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties