De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 21 november

Geloof & Kerkdonderdag, 14 juli 2005

Een aanvullende liedbundel op het Liedboek voor de Kerken
Een zingende kerk is een levende kerk
Op 21 mei werd op de Liedboekdag in Apeldoorn de bundel Tussentijds gepresenteerd. Kerklieddeskundige dr Bernard Smilde, destijds medewerker aan het Liedboek voor de Kerken, bespreekt in een vijftal artikelen de verschillende aspecten van ‘Tussentijds’: Vandaag deel 1: doel en opzet.

De nieuwe liedbundel Tussentijds wil een overgang zijn tussen het in 1973 ingevoerde Liedboek voor de kerken en een eventuele tweede versie daarvan. Deze overgangsbundel, die men semi-kerkelijk zou kunnen noemen, verdient serieuze aandacht, vooral nu er de laatste jaren door allerlei organisaties veel op de markt wordt gebracht en tal van plaatselijke gemeenten zelf boekjes gaan uitgeven.

BERNARD SMILDE
Een levende kerk is een zingende kerk. De doden verkondigen niet Gods lof, althans niet zo dat wij het op aarde kunnen horen. We moeten het in dit opzicht hebben van de levende mensen van nu. En die krijgen daar wel heel wat voor aangeboden.
Als je nagaat dat er op dit terrein tussen 1869 en 1934 praktisch niets gebeurd is, dan is het wel opmerkelijk te noemen dat het de laatste decennia heel anders is geworden. Het jaar 1973 was echt een mijlpaal, toen het Liedboek voor de kerken verscheen als officieel kerkelijk gezangboek voor de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Evangelisch–Lutherse Kerk, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit en de Remonstrantse Broederschap.
Tot dit vijftal is het niet beperkt gebleven; langzamerhand heeft het Liedboek zich ook een plaats veroverd bij vrijgemaakt-gereformeerden en christelijk-gereformeerden. En ik denk dat we gerust mogen stellen dat er nog meer denominaties van de kerkelijke staalkaart zijn te noemen die deze bundel als basis voor hun kerkelijk lied gebruiken.
Het Liedboek behoort tot de allerbeste kerkelijke liedboeken die in de wijde wereld in omloop zijn. Ik zeg dit niet op particulier gezag, maar als lid van de Internationale Arbeitsgemeinschaft für Hymnologie (kerkliedkunde). Ons Liedboek heeft twee grote pluspunten. Het biedt in de eerste plaats een uitgebreide selectie van de beste liederen uit de zeven bloeiperioden van het kerklied in voortreffelijk vertaling en verantwoorde notatie. Het bevat daarnaast een groot aanbod van nieuwe (twintigste-eeuwse) liederen die sterk bijbels geïnspireerd zijn en waarvan sommigen al in andere talen zijn overgezet wegens hun opvallende kwaliteit.

Leemtes

Toch zijn er bij al deze rijkdom – die door eenzijdige keuzes van de voorgangers nog lang niet in alle gemeenten is ontdekt – zo langzamerhand wel bepaalde leemtes ontdekt, die op z’n minst om aanvulling vragen. Het Liedboek bevat geen specifieke kinderliederen terwijl er toch de laatste dertig jaar zeker enkele tientallen boekjes met bijbelse kinderliederen zijn uitgekomen, waarin vooral het vertellende element naar voren komt. En er is zelfs de laatste jaren sprake van ‘narratieve’ theologie, waarin dat vertellende element een nieuw aspect opent voor geloof en geloofsbeleving.
Een tweede leemte is te vinden in het feit dat niet alle perioden van het kerkelijk jaar aan hun trekken komen. Zo zijn de liederen waarin het lijden van Christus wordt bezongen bijna allemaal geconcentreerd op Goede Vrijdag. Maar voor een meer gedivergeerde viering van de Veertig Dagen, zoals die door sterkere bewustwording van de liturgie tegenwoordig weer wordt gepraktiseerd, zoekt men tevergeefs naar bruikbaar materiaal.

Inspiratie

Afgezien van deze leemtes zijn er de laatste jaren nog andere ontwikkelingen gekomen op het terrein van het kerklied die aandacht vragen. De inspiratie die zo in de tijd tussen 1950 en 1970 baanbrak bij de dichters van de nieuwe Psalmberijming en de nieuwe Gezangen uit het Liedboek, is niet uitgewerkt, maar heeft zich voortgezet bij dichters en componisten uit dat milieu en kunstenaars die daar aansluiting op hebben. De Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (ISK) die de uitgave van het Liedboek voor de kerken behartigt en alles wat daarmee verband houdt, verzamelde dit werk en publiceerde daarvan in de jaren 1981-2004 niet minder dan acht deeltjes Zingend Geloven ieder met zo’n zeventig à honderd liederen.
Tegelijkertijd openbaren zich ook auteurs die vanuit een wat anders gekleurde spiritualiteit hun stem doen horen. We noemen de Evangelische Liedbundel , de bundel Opwekking , twee deeltjes Eva’s Lied , liederen van Taizé en Iona.
Het is vooral de activiteit op rooms-katholiek terrein die zowel naar kwantiteit als kwaliteit is doorgebroken. Enerzijds als vrucht van het Tweede Vaticaans Concilie, dat meer ruimte bood voor liturgie in de volkstalen, maar ook de wisselwerking met wat op protestants erf gebeurde. Het Liedboek bevatte al teksten van onder anderen Huub Oosterhuis en Tom Naastepad, maar deze auteurs en andere collega’s zijn verder gegaan en publiceerden in kerkelijke bundels en particuliere uitgaven.
Zo verscheen de Randstadbundel sinds 1970 en de meer officiële bundel Gezangen voor Liturgie uit 1984. Daarnaast mag zeker niet vergeten worden het Oud-katholiek Gezangboek uit 1990, uitgave van een klein kerkgenootschap, dat een dik boek met ruim 800 liederen publiceerde, enerzijds sterk geworteld in de traditie, maar tegelijkertijd als gevolg van contacten met de Anglicaanse Kerk voorzien van soms fraaie liederen met mededeelzame melodieën ter beschikking komen.
In 1995 verscheen een brochure onder de titel Op weg naar Liedboek 2000 . Daarin werd voorlopig geïnventariseerd wat er aan wensen en verlangens leefde met het oog op een revisie van het Liedboek. Tot een officiële opdracht voor die revisie is het totnogtoe niet gekomen. Organisatorische problemen bij de totstandkoming van de Protestantse Kerk vragen natuurlijk veel aandacht.
Daarom leek het de Interkerkelijke Stichting een goede zaak om voorlopig alvast de bundel Tussentijds uit te geven. De titel maakt al duidelijk dat we hier te maken hebben met een selectie van materiaal dat sinds de verschijning van het Liedboek beschikbaar is gekomen en in verschillende kringen belangstelling en waardering heeft geoogst.

Helder

Zo ligt het dan nu voor ons, een donkerblauw boekje in stevige band met witte opdruk ‘Tussentijds’ en in kleinere gedrukte ondertitel ‘Aanvullende Liedbundel’ in donkerrood. Het formaat is ongeveer hetzelfde als dat van de grote uitgave van het Liedboek. Het papier is een beetje crème, tekst- en muziekdruk is helder. Het uiterlijk is goed verzorgd. Al met al een uitgave waarmee de uitgevers Boekencentrum en Kok trots kunnen zijn.
Het boek bevat 217 liederen, voorafgegaan door een voorwoord van het bestuur van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied met een inleidend stukje over de samenstelling van deze uitgave, en gevolgd door een register, op de bijbelplaatsen en op het liturgisch gebruik alsmede een verantwoording van de bronnen waaruit het boek is samengesteld en zeer interessante toelichting op de inhoud van de liederen. Een register op de namen van dichters en componisten ontbreekt.
De indeling is vooral gericht op gebruikt in de kerkdienst, maar de samenstellers hopen dat deze uitgave ook in andere bijeenkomsten en voor individueel gebruik van betekenis zal zijn.
De 217 liederen zijn in vijf rubrieken ingedeeld, wel van zeer uiteenlopende omvang. Het eerste deel, met de titel ‘De gemeente bijeen’ (lied 1-116) doorloopt de gang door de dienst van opening tot zegen. In dit gedeelte treft men een groot aantal schriftliederen aan. Daarbij zijn zeventien meest onberijmde psalmen opgenomen als beurtzangen voor voorzanger, cantorij of koor, en gemeente. Hierbij is ook een paar maal gebruik gemaakt van de Vlaamse bundel Zingt Jubilate .
In het tweede deel, ‘De Getijden van de dag’, (lied 117-124) vindt men morgen- en avondliederen. Deze rubriek hoeft niet groot te zijn, daar het Liedboek hier ruim van is voorzien. Het derde deel, ‘De getijden van het jaar’, (lied 125-194), omvat liederen voor de verschillende perioden en zondagen en van het christelijk gedenkjaar. In groep vier, ‘De getijden van het leven’ (lied 195-205) zijn liederen opgenomen voor de onderscheiden momenten van de menselijke levensweg, van geboorte tot uitvaart.
In de laatste groep, ‘De gemeente en de wereld’ (lied 206-217) zijn liederen rondom thema’s als vrede, gerechtigheid, kerk en oecumene.

Zware klus

Het lijkt me dat het selecteren van deze 217 liederen uit een aanbod van vele honderden voor de commissie een zware klus is geweest. De één zal zeggen: ik mis dit of dat; de ander: dit of dat lied had wat mij betreft niet gehoeven.
Zo’n discussie is weinig vruchtbaar. Er ligt voorlopig een uitdaging voor de gemeente tot beproeving. Het is altijd de moeite waard er serieus kennis van te nemen. Dat hoeft niet zo snel te gaan. Laten we onze schatten uit de Psalmen en Gezangen die we hebben, niet vergeten. Er ligt hier zeker een nieuw terrein voor cantorijen en kerkkoren. Niet alleen bij de Psalmen in beurtzang, maar ook om nieuwe melodieën met de gemeente in te studeren.
Er is in elk geval eens wat nieuws te beleven. Want een zingende kerk is een levende kerk en omgekeerd. In de komende weken hopen we nader in te gaan op wat ons aan teksten en melodieën is aangeboden.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties