De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

donderdag 14 december

Geloof & Kerkzaterdag, 17 juli 2004

‘Hij liet een onuitwisbare indruk achter in theologenland’
Breukelman heeft ons leren lezen

Er zijn niet veel mensen die zo’n onuitwisbare indruk hebben achter-gelaten in theologenland

als ds Frans Breukelman (1916-1993). Onlangs verscheen een bundel over zijn invloed op tijdge-noten.

DINI STAVENGA-VAN DER WAALS
Dankzij zijn inspirerende en vernieuwende leeswijze hebben talloze predikanten en theologische studenten ook zelf de smaak te pakken gekregen om zorgvuldig te luisteren naar de woorden van de Schrift, om ze met fiducie tegemoet te treden en zodoende de bijbel opnieuw te ontdekken.
Zonder enige overdrijving kan ik zeggen dat de gang van mijn leven als predikant verregaand is beinvloed is door deze gedreven, oergeestige en tegelijk ontroerend complexe man. Als ik in december 1959 niet een studieweek onder zijn leiding over het evangelie van Mattheüs had meebeleefd, dan was ik als studente geschiedenis verder gegaan. Maar met deze begeesterde man veranderde alles.
Ineens gingen de bijbelse teksten als ’t ware open. Onontkoombaar werd me door Breukelmans exegese duidelijk dat het bij profeten en apostelen gaat om een zaak die ons allen aangaat en dat er daarom van alles te beleven is in de teksten en ik werd zo enthousiast, dat ik daarbij wilde zijn. Daarom zwaaide ik direct na die week om naar de theologie. En het heeft me nooit meer losgelaten.
In prediking en leerhuis en bij de cursus Theologische Vorming voor Gemeenteleden put ik steeds opnieuw vooral uit wat ik van Breukelman heb geleerd.
Dat ik niet de enige ben die veel aan hem te danken heb, blijkt uit het boek, dat temidden van een grote groep leerlingen op 13 mei jl. in Amsterdam werd gepresenteerd. Eén zo’n mannetje heet het met als ondertitel Frans Breukelman en zijn invloed op tijdgenoten .
Het is een wat merkwaardige titel, zeker als je je de imposante gestalte van Frans herinnert. Toch is het een rake titel. Het gaat in dit boek immers niet om de biografie van een bijzondere persoonlijkheid, maar om wat er van dat ene mannetje is uitgegaan.
Aan het begin van zijn ‘openbare optreden’, toen hij nog dorpsdominee was in Simonshaven en geregeld per motor de boer opging om voor groepen predikanten en studenten te ontvouwen wat hij had opgediept, kenschetste hij zichzelf als ‘één zo’n mannetje uit Simonshaven’. Tot aan zijn dood, veertig jaar later, zou hij een krachtig, eigen geluid laten horen in de theologische discussie en werden zijn onconventionele optredens legendarisch. Dat hij meende de bijbelse teksten ‘voor het eerst te lezen zoals ze zelf gelezen willen worden’, werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Voor velen klonk het aanmatigend en de ‘methode Breukelman’ werd als onwetenschappelijk afgedaan. Anderen omarmden hem als de grootste bijbelgeleerde van zijn tijd, die daadwerkelijk nieuwe wegen wees in exegese en Bijbelse Theologie. Zo typeert prof. Nico Bakker Breukelman als een ontdekker van groot formaat, een Newton of Einstein op het gebied van de bijbelwetenschap.

Veelheid

Het boek bevat ruim veertig bijdragen van theologen uit binnen- en buitenland, die allen reflecteren op wat persoon en werk van Breukelman voor hen hebben betekend. De samenstellers hebben gepoogd in die veelheid van stemmen enige orde aan te brengen door de bijdragen in vier groepen te verdelen. Als ik de bundel echter doorlees, dan doet die indeling wat kunstmatig aan, omdat de bijdragen - zo divers als ze zijn - toch steeds cirkelen om dat ene, dat deze controversiële man de scribenten grond onder de voeten gegeven heeft.
Of om ds Alex van Ligten, predikant in Sneek te citeren: ,,Ik had het predikantschap niet kunnen volhouden zonder Breukelmans aanstekelijke vrolijkheid, zijn gedrevenheid, zijn wijze van exegetiseren’’.
Want dat was één van de vernieuwende dingen van Breukelman, dat hij bij de uitleg van de teksten van meet aan ervan uitging dat het ging om het levende Woord. Dat wil zeggen: de teksten komen tot hun recht, niet als we vragen naar wat er is gebeurd of naar wat wijzelf al dan niet bij het lezen voelen of ervaren, maar als we ze beluisteren, uitgaande van de vraag: Wat wil ons hier van Godswege gezégd worden?
Steeds moet je daarom nagaan in welk káder de teksten staan, wat de structuur is van het betreffende bijbelboek, welke de grondwoorden zijn van het bijbels getuigenis. En dat bijbels ABC, dat hijzelf leerde van Barth en Miskotte, dat had hij en dat hebben wij als predikanten nodig om werkelijk predikánt te kunnen zijn.
Breukelman vertelde wel eens over zijn eigen geworstel met de wekelijkse preken. Dat duurde tot hij tot de bevrijdende conclusie kwam: Niet ík heb iets te zeggen, ík hoef niet zondag aan zondag iets nieuws te verzinnen - nee, er is iets dat gezegd wil worden! Eens en voorgoed is het gebeurd - ons ten goede - dat God zich ons heeft toegewend. Dat is ons betuigd door profeten en apostelen. En nu moet jij, met je eigen woorden, proberen na te zeggen wat dit nu voor ons betekent.
‘Frans Breukelman heeft ons leren lezen’, merkt prof. Rochus Zuurmond in zijn artikel kernachtig op. ,,Hij heeft hen die kunnen en willen luisteren de taal van Tenach leren verstaan, of misschien moet ik zeggen: hij heeft hen die het inmiddels was afgeleerd die taal opnieuw leren verstaan. Het is toegang tot een andere wereld, die desalniettemin relevant blijkt om in onze benauwde en benauwende wereld een opgewekt mens te kunnen zijn’’.
De bijdrage van ds Ad van Nieuwpoort bestaat grotendeels uit het laatste interview vóór Breukelmans dood. Daarin gaat het onder meer over de traditionele exegese versus die van Breukelman. ,,Men las de bijbelse teksten vanouds naief-historisch’’, zegt Breukelman, ,,van begin naar het einde - als reportage van ooggetuigen nota bene! Maar zo historiserend wil die tekst juist niet gelezen worden! Later, na de Verlichting, krijg je een soort omslag. Dan komen er kritische geesten, die zich niets willen laten wijsmaken. Zij gaan de Schriften dus niet meer naief-historisch, maar kritisch-historisch lezen. En wat betekent dat dan? Dat ze uit het verhaal weglopen! Want ze willen de historie weten en als de tekst die niet geeft, dan gaan ze die elders zoeken. Dan krijg je dus dat ze de teksten gaan gebruiken om een historie te reconstrueren. Maar centraal punt is: we hebben niet met historie te maken, maar met het verhaal over het geschieden van de dabhar(Gods woord/daad)’’.

Realiteit

En inderdaad, Breukelman heeft ons laten zien dat het niet gaat om bijbelse geschiedenis, maar om een levende realiteit, die ons hier en nu raakt. Het is een rijk en boeiend boek geworden, een hoogstpersoonlijke geschiedenis van de theologiebeoefening in de twintigste eeuw. Een enkeling constateert dat Breukelman anno 2004 gedateerd en voorbij is.
Anderen daarentegen spreken de stellige overtuiging uit dat deze Bijbelse Theologie haar tijd ver vooruit is.
,,Iemand is pas echt dood wanneer zijn naam niet meer op aarde wordt uitgesproken’’, zei Frans als hij het had over het einde van een mens. Zo bezien is hijzelf nog steeds een getuige in ons midden.
Ds Dini Stavenga-van der Waals is theologe en woont in Buitenpost.
N.a.v. Eén zo’n mannetje - Frans Breukelman en zijn invloed op tijdgenoten, Uitgeverij Kok - Kampen 2004, Prijs 32,50 euro

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties