dinsdag 9 februari

Geloof & Kerkzaterdag, 28 februari 2004
‘Gewone Bussumse jongen’ maakt zijn dromen waar in de Negev
De woestijn zal bloeien als een roos

Bussum - Hij woont sinds achttien jaar in het hartje van de woestijn van Israël: Arthur du Mosch, een ‘gewone’ Bussumse jongen. Gekomen om ervaring op te doen voor ontwikkelingswerk in de tropen, werd hij geraakt door de bijbelse droom dat ‘de woestijn zal bloeien’. Een droom die hij in de loop der jaren steeds meer in daden heeft weten om te zetten.

GERHARD BAKKER
Als kind zag hij de Walt Disney-film The awakening desert (‘De ontwakende woestijn’). Het maakte een diepe indruk op hem - ,,zoals een kind van zeven ergens onder de indruk van kan zijn, en dan meteen álles begint te sparen over het onderwerp. Maar dat was niet zoveel.”
Als hij moet terughalen wat hem toen zo geraakt heeft, zegt hij: ,,Vooral de idee dat het onmogelijk lijkende tóch mogelijk gemaakt kan worden. Dat vond ik geweldig. Een woestijn – een grote zandbak, dacht ik toen nog, het romantische idee dat de meeste Nederlanders hebben - die tot leven komt: dat is zó hoopgevend. Ook uit niets kan nog iets gemaakt worden.”
Toen hij twaalf was ging hij helpen op een boerderij bij Naarden, waar zijn moeder de melk haalde. Na zijn militaire-diensttijd volgde de middelbare landbouwschool, en deed hij daarnaast verschillende cursussen woestijnlandbouw in Deventer en Wageningen. ,,Het was in de jaren zeventig, toen de televisie ons meldde van de hongersnoden in de Sahel. Dat raakte me. Dan ga je denken: wat kan ik er aan doen?”
Om ontwikkelingslanden te kunnen helpen, had hij praktische ervaring nodig. ,,Er verschenen in die tijd al tal van kritische artikelen over ontwikkelingshulp en allerlei boeken. 80 Procent van de projecten mislukt omdat de hulpverleners kiezen voor een te gecompliceerde aanpak, die niet aansluit bij de lokale bevolking, wat maar al te gauw leidt tot afhankelijkheid. Zo moest het niet, leerde ik toen. Veel gezonder is het om iets eenvoudigs op poten te zetten, zonder high tech , wat de mensen zelf kunnen uitvoeren.”
In een van de kritische boeken die hij over ontwikkelingshulp las, werd de zogeheten stortvloedirrigatie beschreven. ,,Dat sprak me aan, want dat was een methode voor woestijnlandbouw zonder high tech hulpmiddelen, bedacht door drie Israëlische wetenschappers. Zij gebruiken de neerslag om akkers te bevloeien, via een systeem van ondergrondse opslag en bevloeiingskanalen. Dat systeem wilde ik in de praktijk bestuderen, en zo ben ik in Israël terechtgekomen, in de kibboets Sde Boker, middenin de Negev-woestijn. Het is de plek waar David Ben Goerion aan het eind van zijn leven woonde, de eerste president van de staat Israël. Met de opgedane ervaring dacht ik later door te reizen naar Afrika.”
Hij was drie maanden vrijwilliger in Sde Boker. Daarna kon hij anderhalf jaar terecht op de proefboerderij bij Avdat, een project van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en de Ben Goerion Universiteit in Beer Sjeva. ,,Avdat ligt even verderop in het Zin-dal”, vertelt Du Mosch. ,,Dat dal doorsnijdt de Negev-woestijn van oost naar west. Er wordt van gezegd dat het de zuidgrens van Israël was. Het volk Israël trok er doorheen tijdens de exodus.’’
,,Toen ik daar bij Avdat rondtrok, kreeg ik de bijzondere gewaarwording ‘hier hoor ik thuis’. Een gevoel dat ik nog nooit ergens anders had gekend. Er was daar iets dat meer met mij deed dan ik ooit verwacht had. Het is voor mij net zo vreemd als voor u, want ik ben niet joods en ik geloof ook niet in reïncarnatie. Maar daar in de omgeving van Avdat kreeg ik het idee dat God wilde dat ik daar was.”
Hij trouwde een joodse vrouw, Anaat, die een Messiasbelijdende jodin werd. Ze kregen drie kinderen, Jonathan (12), Inbar (10) en Doron (2). In december 1988 ,,maakte hij de ‘alyah’ naar Israël”, zoals hij het zelf uitdrukt: toen vestigde hij zich er definitief. In die tijd deed hij wetenschappelijk onderzoek naar het gedrag van woestijndieren. Eerst de Nubische steenbok, daarna de Onager (een ‘woudezel’, familie van het Przewalskipaard) en daarna de zwarte weduwe (een spin). In totaal zes jaar, waarvan de laatste periode in deeltijd.

Woestijntuinen

Vanaf 1990 begon hij aan een cursus toeristengids bij het ministerie van Toerisme, naast een parttime aanstelling als assistent-onderzoeker. Later specialiseerde hij zich in de woestijn van Israël, Jordanië en de Sinaï, en leidde hij heel wat groepen rond. Zo leerde hij de woestijn door en door kennen, van oost naar west en van noord naar zuid.
Na de tweede intifada , de Palestijnse opstand die in 1998 begon na het bezoek van toen nog minister van Defensie Sharon aan de Tempelberg, stortte het toerisme echter volledig in. Du Mosch verloor een belangrijk deel van zijn inkomsten. Maar hij ging niet bij de pakken neerzitten. ,,Net daarvoor was ik met een vriend begonnen met het ontwerpen en aanleggen van woestijntuinen. Daar valt best iets van te maken, zelfs midden in de woestijn, al moet je dan wel speciale maatregelen treffen. En net in die tijd bouwde ik ook m’n eigen huis, in een wijk met aan de woestijn aangepaste woningen. Daar vroegen ze me later ook opzichter te worden bij de bouw van de andere woningen en de aanleg van de infrastructuur.”
Volstrekt vanzelfsprekend vindt hij het dat hij zich aanmeldde voor de burgerwacht, voor de reddingsbrigade in de woestijn, en dat hij nu bezig is met een cursus voor verpleegkundige van de reddingsbrigade (de meeste mensen komen in de woestijn om tijdens watervloeden als gevolg van korte maar hevige regenbuien). ,,Ik wil deel uitmaken van de omgeving waar ik ben. Deel zijn van een levende gemeenschap, ongeacht je achtergrond. Niet alleen maar mooi weer spelen, maar echt meedoen. Het is ook de reden dat ik omga met bedoeïenen. De meeste Israëliërs kijken op hen neer. Ik heb veel van hen geleerd over de woestijn, en maak veel van hun faciliteiten gebruik als ik met groepen door de woestijn trek. Het zijn geweldige spoorzoekers, waar ik veel respect voor heb gekregen toen ik met hen samenwerkte bij de burgerwacht.”
Uit alles wat Du Mosch doet, spreekt zijn liefde voor de woestijn. Van vertrek naar Afrika is het nooit meer gekomen. Het is dezelfde liefde die hem aanspreekt in Ben Goerion, de stichter en eerste president van de staat Israël. ,,Die droomde heel sterk van de woestijn die bloeien zal. Dat had hij uit de bijbel. Hij bedacht plannen om de Negev tot ontwikkeling te brengen. Jammer genoeg zijn die in het moderne Israël niet populair meer. De Negev wordt steeds meer gezien als uithoek. Ben Goerion noemde zichzelf niet-religieus, maar als je zo gedreven bent als hij voor de woestijn was, móet je toch op een of andere manier geraakt zijn. Hij is een man van een kaliber dat zeer zeldzaam is, en dat alleen wordt ingezet als het hard nodig is.”

Brug

Nu het toerisme naar Israël langzamerhand weer wat op gang komt, krijgt Du Mosch het weer wat drukker als gids. Hij ziet zichzelf vooral als brug met Israël. ,,Tussen niet-joden en joden, en tussen christenen van buiten Israël en Messias-belijdende joden in Israël. Ik mag toeristen graag aanwijzen op welke plekken de verhalen uit de bijbel zich afspelen. Waar de steenbokrotsen zijn bijvoorbeeld, waar David zich voor Saul verschool. Of waar men in de woestijn een waterbron aantrof. Voor mij is Israël het land van Gods belofte; dat onthoud ik de toeristen niet.”
Du Mosch weet dat hij daarmee een in Nederland gevoelig liggend punt aanraakt. ,,Maar voor mij is het zo helder als wat. In de geschiedenis van de mensheid is er geen enkel ander volk te noemen, dat z’n land heeft teruggekregen na twintig eeuwen verstrooiing. Dat is iets volkomen ongerijmds. Het gaat tegen iedere menselijke ervaring in: volken plegen op te lossen in het niets. Tót dat moment konden de mensen denken ‘God bestaat niet’. Nu kan dat niet meer, want het woord is in vervulling gegaan dat Hij zijn volk heeft teruggebracht van alle uithoeken der aarde. Maar op het moment dat de staat Israël gesticht werd, is wel de wekker begonnen te tikken. Nu vraagt heel de wereld zich af, wat ze met Israël aan moeten.”
,,Dat de Europese bevolking eind vorig jaar Israël noemde als het land dat de wereldvrede het meest bedreigt, past voor mij in dat beeld. Hoe je ook over die enquête denkt, één ding maakt het wel duidelijk: in Israël ligt de sleutel voor de wereldvrede. En dat is precies wat de bijbel mij leert. Daarin lees ik dat in het einde der tijden de natiën zullen oprukken naar Jeruzalem. En dat Jezus de steen des aanstoots is. Eens zullen beide gemeentes van Christus, de christenen én de Messiasbelijdende joden, in Jeruzalem tezamen komen. Wanneer, weet ik ook niet. ‘Want Hij komt als een dief in de nacht’.”
Na vele jaren als een christelijke eenling in de Negev gewoond te hebben, heeft Du Mosch tot zijn eigen verwondering de afgelopen maanden gezelschap gekregen van een aantal geloofsgenoten. ,,Ik heb me wel een roepende in de woestijn gevoeld. De laatste maanden zijn we er gericht voor gaan bidden. Nu geloven we dat we na een tijd van voorbereiding een nieuwe fase zijn ingegaan. Een halfjaar geleden waren we nog met z’n tweeën, nu komen we wekelijks met drie gezinnen bij elkaar en om de maand met een groep van enkele tientallen mensen.”

Nieuwe nederzetting

In het dorp waar Du Mosch woont, is eind vorig jaar een echtpaar uit Dordrecht komen wonen, dat in de woestijn een opvang wil openen voor kinderen van uiteengevallen gezinnen. ,,Verderop woont een echtpaar uit Zuid-Afrika dat net als wij droomt van een landbouwnederzetting in de woestijn. Samen denken we nu na en praten we over een nieuwe gemeenschap in de woestijn, waar we als gelovigen kunnen samenleven en waar mensen opgevangen kunnen worden die los willen komen van alle beslommeringen van de moderne samenleving.”
Het wordt geen kibboets, vertelt Du Mosch. ,,Geen commune, maar een nederzetting waarin ieder terechtkan met zijn talenten. Een plek waar je met behoud van privacy kunt deelnemen aan het gemeenschapsleven en de ontwikkeling van de nederzetting. Zoals het er nu naar uitziet, gaan we binnen afzienbare tijd samen op weg. Alle puzzelstukjes lijken nu op hun plaats te vallen. Mijn vrouw, die ecologe is, doet al een halfjaar een cursus voor tuintherapie. Ze legt bij een psychiatrisch ziekenhuis met patiënten tuinen aan. Dat werkt heilzaam uit voor mensen, en dat wil ze straks ook graag in onze nieuwe nederzetting gaan doen. Zo komen alle draden bij elkaar. Ik weet het zeker: de woestijn zal bloeien.”

Fertel in freon | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Een verhaal met passie. Iemand die leeft naar zijn passie. Wij, mijn
vrouw en ik, vragen ons af of het mogelijk is om daar enkele dagen te
verblijven, mijn droom is om in de woestijn het leven daar te beleven.

Ben Looye, Schagen - woensdag, 22 juli 2009



Geloof & Kerk
Advertenties
warmtepompen