De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


woensdag 18 oktober

Regiowoensdag, 22 oktober 2003

Groningen hoogt afgegraven wierden op
Groningen - De provincie Groningen gaat de duizenden jaren oude wierden die de afgelopen decennia onder meer door boeren zijn afgegraven, herstellen. Dat heeft de Groningse gedeputeerde H. Bleker bekendgemaakt. De wierden (terpen) zijn woonheuvels waar soms 2000 jaar op werd gewoond, gebouwd, begraven en geploegd.
Ongeveer 150 jaar geleden ontdekten boeren dat de vruchtbare wierde-aarde zeer geschikt was als meststof. Sindsdien ging het snel met het afgraven. Ongeveer de helft van de wierden is verdwenen. Ruim tien jaar geleden begonnen de eerste pogingen tot herstel, maar het bleek lastig om geschikte grond te vinden. Volgens Bleker is dat nu voudiger geworden. In Groningen is vorig jaar een ‘grondmeester’ aangesteld, die de vraag naar en het aanbod van grond coördineert. Hij weet het meteen zodra er grond vrijkomt bij weg- of andere werkzaamheden en zal nu worden ingeschakeld om die grond direct veilig te stellen voor het ophogen van de oude wierden.
Niet alleen wierden maar ook beschadigde dijken en essen (bouwlanden daterend uit de Middeleeuwen) komen verhoging in aanmerking. Groningen wil zich richten op wierden die voor een groot deel zijn afgegraven of die uitgesproken steile kanten hebben gekregen. Dat zijn er ruim 85.
De provincie schat dat uiteindelijk 25 wierden daadwerkelijk worden aangepakt en 38 nadrukkelijk níet. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval wanneer een afgegraven wierde belangrijke landschappelijke kernmerken heeft gekregen. Bij de overige wordt een gedeeltelijke aanvulling overwogen.
Voor Fryslân zou de Groninger aanpak ook best geschikt zijn, vindt E. Kramer, voorzitter van de Vereniging voor terpenonderzoek. ,,Het zou op zichzelf heel goed kunnen aanslaan’’, zegt hij. Zolang het maar niet gebeurt als handige mogelijkheid om (vervuilde) bagger kwijt te kunnen, zoals is gebeurd in Raerd.
Wat hem betreft zijn er twee argumenten voor ophoging: bewoners van de nu vaak kleine terpen met steile randen (,,ze groeven vaak letterlijk tot de achtergevel af’’) kunnen nu geen kant op en zouden veel baat hebben met grondaanvullingen, al was het maar voor een aanbouwtje hier en een garagebox daar. Tweede voordeel van aanvullingen is het gunstige effect voor het grondwaterpeil. Door de afgravingen zijn terpen vaak solitaire restheuvels in het landschap waar het water langzaam uit weg zakt. Slecht voor de fundamenten van de bebouwing én voor de organische archeologisch interessante resten (textiel, leer, bot, hout).
Esthetiek is wat Kramer betreft geen reden tot ophoging. ,,Schijnverfraaiing zou dat zijn. Je draait er de klok toch niet mee terug. En zo’n steile rand aan een terp: so what . Die zijn allang begroeid; het valt de voorbijganger niet op.’’

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties