De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 18 december

Geloof & Kerkvrijdag, 4 april 2003

Symposium over boek van theoloog Frans Breukelman
De tweespalt in de godskennis bij Calvijn
De theoloog Frans Breukelman werkte meer dan vijfentwintig jaar aan een boek over Calvijn. Het verscheen echter nooit. Rinse Reeling Brouwer verrichte een titanenklus en stelde uit Breukelmans nagelaten papieren het beoogde boek alsnog samen. Over het belang ervan wordt vanmiddag een symposium gehouden aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (ThUK) te Kampen.
TJERK DE REUS
Hoe is het mogelijk, vijfentwintig jaar werken aan een boek en het uiteindelijk níet gereed krijgen! Dr Rinse Reeling Brouwer, docent aan de theologische universiteit te Kampen, kijkt hier niet zo van op. Hij heeft Frans Breukelman goed gekend, als student ,,aan zijn voeten gezeten’’. De theologische eigenheid van Breukelman hangt samen met zo’n onvoltooid project. ,,Breukelman was nooit tevreden’’, zegt Reeling Brouwer. ,,Als hij bepaalde inzichten had ontwikkeld, gingen die altijd weer op de helling, het werd opnieuw overwogen en tegen het licht gehouden. Dat karakteriseert hem als theoloog.’’
Tekenend is ook dat Breukelman geen wetenschapper pur sang was. Hij werd na zijn theologiestudie gemeentepredikant en was dat ook gebleven als hij niet naar de universiteit toegehaald zou zijn door een groepje bewonderaars. ,,Hij had nauwelijks gepubliceerd. Toch was volstrekt duidelijk dat hij een man was met bijzondere inzichten’’, zegt Reeling Brouwer. ,,Zijn terrein was allereerst de exegese. Hij vond dat de nauwkeurige lezing van de Schrift de hoofdzaak was. Maar daar moest wel een stap op volgen: hoe werkt datgene wat je vindt in de Schrift door in de dogmatiek? In de loop der eeuwen zijn allerlei dogmatische beslissingen genomen, die bij elkaar het belijden van de kerk vormen. Maar hoe verhoudt die dogmatiek zich nu tot de eigenheid en de specifieke aard van de bijbel?’’
Breukelmans bezigheden met de ‘grammatica der Schriften’ brachten hem het plan te binnen om de geloofsleer van de kerk te toetsen op een reeks essentiële punten. ,,Hij wilde dit heel breed aanpakken’’, zegt Reeling Brouwer. ’’Maar wat hij van plan was, is hem niet allemaal gelukt. Wat betreft Calvijn heeft hij wel heel veel op papier gezet. In het Breukelman-archief bevinden zich 164 ordners, waarin verspreid veel papieren zitten die betrekking hebben op Calvijn. Ik heb dat bestudeerd, daaruit geselecteerd en vervolgens een boek samengesteld. Zeer belangrijk bij zo’n onderneming is dat je je precies verantwoord. Het is natuurlijk voor een deel ook míjn boek, daar ontkom je niet aan. Maar ik heb maximaal inzichtelijk willen houden welke keuzes ik als samensteller-redacteur gemaakt heb.’’

Kruispunt

Dat Breukelman zo lang en zo intensief studeerde in Calvijns werken, verraadt een duidelijk congenialiteit. Voor alles was Calvijn voor Breukelman een theoloog die op een kruispunt stond in de kerkgeschiedenis en op dat moment beslissende keuzes deed voor de kerk. Maar bewondering en kritiek sluiten elkaar niet uit. ,,Serieuze kritiek op Calvijn is ook een vorm van Calvijn eren’’, vindt Reeling Brouwer. ,,Breukelman ontdekte bij Calvijn een soort tweespalt in de godsleer. Als het gaat om godskennis, om de vraag: wat kom jij als mens van God te weten? - dan krijg je bij Calvijn een dubbel antwoord. Er is volgens Calvijn een algemene godskennis en een meer specifieke kennis van God, namelijk in Christus. Die algemene godskennis heeft te maken met God als Schepper, terwijl de bijzondere godskennis de verlossing betreft. Nu is dat denken in twee soorten kennis volgens Breukelman funest. Volgens hem is alle kennis van God die wij ontvangen, bijzonder. Het is niet iets wat we zelf kunnen bedenken of op de een of ander manier al weten.’’
Calvijn houdt deze twee soorten kennis duidelijk bijeen, constateert Reeling Brouwer in navolging van Breukelman. ,,Maar in de ontwikkelingen van de theologie ná Calvijn, zie je dat de algemene godskennis een heel eigen status krijgt’’, zegt Reeling Brouwer. ,,De kennis van God wordt meer en meer gefundeerd op wat wij ‘weten’ uit ons geweten, of uit religieuze besef. Dat gaat zich ergens wreken, omdat de eigensoortigheid van de godskennis wordt aangetast. Dat zie je heel duidelijk in de tijd van de Verlichting. Toen werd de vanzelfsprekende godskennis, die iedereen zou delen, weggevaagd door de kritische ratio. Het bleek helemaal niet ‘natuurlijk’ en ‘logisch’ te zijn om in God te geloven en de hele bijbelse openbaring te aanvaarden. Toen dat doordrong, is voor velen het hele gebouw van het geloof ingestort. De gereformeerde leer was weerloos tegen het kritische getij van de Verlichting.’’

Dubbelheid

,,Calvijn is zich bewust geweest van deze dubbelheid’’, zegt Reeling Brouwer. ,,Er zijn drie versies van zijn hoofdwerk - de Institutie - en het is heel boeiend om te zien hoe juist op het punt van de godskennis je een voortgaande ontwikkeling bij Calvijn ziet.
Tijdens het symposium vanmiddag zullen diverse theologen de waarde van Breukelmans werk taxeren. Een van hen is prof. dr W. Balke, die desgevraagd benadrukt dat Calvijns werk niet met twintigste-eeuwse ogen gelezen moet worden. ,,Calvijn heeft geen interesse in wat wij nu systematische theologie noemen; je moet de ‘orde in de godskennis’, zoals je die bij hem vindt, niet doordrijven in de interpretatie van zijn werk.’’ Daarom is het volgens Balke onjuist om bij Calvijn van een tweespalt in de godskennis te spreken en zelfs van een ‘fatale’ ontwikkeling. ,,Calvijn brengt in zijn onderwijs een zekere orde aan, vooral bedoeld als een hulpmiddel om de bijbel te verstaan’’, zegt Balke. ,,Met de bril van de Heilige Schrift ziet Calvijn dat God zich op vele manieren te kennen geeft, maar zonder die bril zijn wij te stompzinnig om er ook maar iets van te verstaan.’’
Ook prof. dr C. van der Kooi - een van andere sprekers - meent dat je Calvijns werk niet met twintigste-eeuwse dogmatische ogen kan lezen. ,,De didactische setting van Calvijns werk mag je niet veronachtzamen. De ‘structuur van de heilige leer’ - waar het Breukelman om begonnen is - verschilt van Calvijns pogingen om de ‘hemelse leer’ aangaande God bij de mensen bekend te maken. Breukelman stelt moderne vragen, die ondenkbaar zijn zonder de Verlichting en zonder de theologie van Barth. Het is de vraag of je de tweevoudige godskennis vanuit dit moderne perspectief kunt beoordelen.’’

Breder

Van der Kooi is onder de indruk geraakt van de nauwgezetheid waarmee Breukelman Calvijn bestudeerd heeft. ,,Je krijgt een goed beeld van zijn precieze werkwijze door dit boek over Calvijn. Maar ik zie eerder kansen in Calvijns leer van de dubbele godskennis dan gevaren,’’ constateert Van der Kooi. ,,Natuurlijk, kennis van God mag nooit losstaan van kennis van Christus. Maar Gods betrokkenheid bij de wereld en bij mensen is wel breder. Calvijn wijst op de vele ‘spiegels’ die er in de wereld en in ons leven zijn. Daarin zien wij iets van God. In een rigide leer waarin alle kennis van God direct met Christus te maken moet hebben, verdwijnt de breedte in Gods openbaring. Dat zou een verschraling zijn.’’
N.a.v: Frans Breukelman, Bijbelse theologie IV/1. De structuur van de heilige leer in de theologie van Calvijn. Kampen uitg. Kok 544 blz. 39,90 euro

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties