De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 29 maart

Geloof & Kerkmaandag, 3 februari 2003

Delegatie van doopsgezinden uit Honduras bezoekt Nederland
Hondurese voetsporen van Menno Simonsz

Rottevalle - In Honduras zijn zo’n 12.000 doopsgezinden op een bevolkingsaantal van circa 6,5 miljoen. Maar de kerk in het Midden-Amerikaanse land groeit snel in ledental. Vorig jaar met liefst 9 procent. Bijna twee weken - sinds 22 januari - is een delegatie van Hondurese mennonieten op bezoek in Nederland.

LODEWIJK BORN
De delegatie bestaat uit vier leden van de Iglesia Evangélica Menonita Hondureña. Ze zijn hier op uitnodiging van de Werkgroep Trio (Zending, Hulpwerk, Vrede) van de Doopsgezinde Broederschap. Al in 1984, maar vooral na 1998, ontstonden de contacten tussen de Nederlandse dopersen en hun broeders en zusters in Honduras. In november van dat jaar werd Honduras bijna letterlijk ‘van de kaart geveegd’ door de verwoestende orkaan Mitch. Honduras werd van de landen in de regio het zwaarst getroffen. Meer dan 17.500 mensen kwamen om. De Hondurese samenleving was totaal ontwricht, ennog altijd zijn van de natuurramp de gevolgen zichtbaar. Vanuit Nederland stuurden doopsgezinde gemeenten destijds noodhulp.
Het bezoek van nu heeft een andere insteek, vertelt Jacob. J. Schiere uit Drachten: ,,Doel is om te verkennen wat we voor elkaar kunnen betekenen. Wij spreken hier in Nederland wel over zaken als zending, vredesontwikkeling en hulp-verlening, maar waar héb je het dan over? Wij hebben het gevoel dat we als Nederlandse doopsgezinden veel kunnen leren van hoe bijvoorbeeld de Hondurese bevolking met deze thema’s omgaat.’’

Jonge geschiedenis

De Iglesia Evangélica Menonita Hondureña heeft, in tegenstelling tot de Nederlandse kerk, een jonge geschiedenis, vertelt Juan José Chinchilla, landelijk president van de doopsgezinden. ,,De broederschap is 52 jaar oud. We hebben nu 12.000 leden, verdeeld over 108 gemeenten over het hele land. Honduras is drie keer zo groot als Nederland.’’ Het gemeenteleven is gebouwd op vier basisprincipes: bijbelkunde, begrip van de doperse theologie, kennis van de kerkgeschiedenis en pastorale opbouw. ,,Als je spreekt over pastorale opbouw gaat het om de wederzijdse zorg voor elkaar als broeders en zusters vanuit de Koninkrijksgedachte die wij hebben. Het is pastorale zorg die plaatsvindt in de sociale en politieke context van ons land, regio en woonplaats waar we kerkgemeenschap zijn. We bouwen aan God’s Koninkrijk in een maatschappij die steeds weer verandert.’’
Predikant Miguel Herrera vult hem aan: ,,We gaan uit van het bijbelse begrip vrede, waar het draait om een algemeen welbevinden van de mens. Die vrede is de basis van álles. Alle andere zaken zijn daar een afgeleide van. Er is alleen vrede daar waar gerechtigheid het uitgangspunt is. Die twee zijn complementair. Als wij een situatie tegenkomen waar die vrede er niet is, betekent dat dat we daar aan gaan werken. We lossen het op of zorgen dat het in ‘behapbare brokken’ te hanteren is. De vrede zoeken is onze doperse opdracht. Zo heeft Menno Simonsz het ons voorgeleefd.’’

Conflictbemiddeling

De Hondurese mennonieten hebben een eigen peace and justice program. Ze doen onder meer aan conflictoplossing en -bemiddeling en zorgen dat jongeren uit de milieus van straatbendes worden gehaald.
De doopsgezinden van Honduras hebben het tot in de jaren negentig, toen vooral corrupte legerbazen het land regeerden, niet gemakkelijk gehad. Toch hebben ze nooit het gevaar geschuwd. Ze vingen gevluchte doopsgezinden uit de buurlanden Nicaragua en El Salvador op, ten tijde van de burgeroorlogen in die landen.
Gladys Velásquez, coördinatrice van de uitwisseling tussen Nederland en Honduras, vertelt dat doopsgezinden nog steeds moeten vechten voor hun positie. ,,De Rooms-Katholieke Kerk heeft lang een wat afwijzende en wantrouwende houding ten opzichte van ons gehad. Op dit moment komt er verbetering, we zitten in een proces van acceptatie.’’ De doopsgezinden zijn niet de enige kerken die daar mee te maken hebben. In Honduras bestaat een stille scheiding tussen katholiek en niet-katholiek. Alle niet-katholieke kerken, zoals bijvoorbeeld de methodisten, presbyterianen, pinksterkerken, et cetera, worden allemaal onder de noemer ‘evangelische kerken’ geplaatst. Vooral de zendingsbeweging die vanuit mega-pinksterkerken in de Verenigde Staten op gang kwam in de jaren tachtig, heeft kwaad bloed gezet in katholieke kring.
De doopsgezinde kerk van Honduras bestaat voor 70 procent uit vrouwen. ,,Vrouwen kunnen aanspraak maken op alle ambtelijke functies binnen de kerk en dat gebeurt ook’’, vertelt Ondina Guillen de Vargas, landelijk presidente van het Hondurese doopsgezinde vrouwenwerk.

Nieuwe wet

Ook in politiek en maatschappelijk leven is er een verbetering van de positie van de vrouw zichtbaar. Van de 128 congresleden zijn 25 vrouwelijk, de hoogste rechter van het hooggerechtshof is een vrouw en dat geldt ook voor de algemeen-directeur van de landelijke politiediensten. Onlangs is bovendien bij wet bepaald dat binnen afzienbare tijd er net zoveel mannen als vrouwen gekozen functies moeten bekleden in Honduras.
25 procent van alle doopsgezinden is jonger dan 30 jaar. Let wel: 60 tot 70 procent van de bevolking is nog geen 25 jaar oud. De gemiddelde levensverwachting is 65 jaar. De afgelopen jaren groeide de kerk landelijk gezien fors; vorig jaar met 9 procent. Gek genoeg is de ramp Mitch daar een van de oorzaken van, vertelt Juan José Chinchilla. ,,Bij Mitch waren er vanuit de kerken drie reacties mogelijk: jezelf opsluiten en bidden. De hulp die je kon bieden voor je eigen mensen houden of toch verlenen aan anderen om platgezegd zieltjes te winnen, óf ten slotte zónder voorwaarden hulp bieden omdat dat het enige was wat op dat moment telde. Wij hebben dat laatste gedaan. Mensen hebben toen gezien hoe de doopsgezinde kerk uitstekend georganiseerd was. Wij waren eerder op plekken met hulpverlening dan elke andere kerk. Als je een week lang moederziel op een paal hebt zitten wachten op hulp, zonder eten, en dan zie je dat er een bootje aankomt en diegene stopt jouw een brood toe, dat is een beeld dat je niet gauw vergeet. Hoe we toen geopereerd hebben als kerkgemeenschap werkt nog steeds door.’’
Het bezoek aan hun Nederlandse broeders en zusters zal ook voor eeuwig in hun geheugen gegrift staan. Chinchilla: ,,Het is als een droom die werkelijkheid is geworden.’’ Miguel Herrera vult aan: ,,Wat je altijd hebt geleerd over de historie van de doopsgezinden valt nu allemaal op zijn plaats.’’
De delegatie overnachtte in Veenwouden en Steenwijk (Fredeshiem) en bracht diverse bezoeken aan gemeentes - onder meer Rottevalle - in ons land. Ook werd het schuilkerkje in Witmarsum bezocht en het Menno Simonsz-monument in Pingjum.
Gladys Velásquez: ,,Dát was voor mij de meest indrukwekkende dag. Daar te staan raakte mij emotioneel zo. Toen besefte ik wat de doopsgezinden hier in de tijd van Menno Simonsz aan vervolgingen hebben moeten ondergaan.’’
Wat ze allen als rijke ervaring mee naar huis nemen is de vrolijkheid van de Nederlandse mennisten, de warmte die ze uitstralen en de gastvrijheid. ,,Het is broederschap wat we voelen. Ook omdat het fundament hetzelfde is. Er zit harmonie in de lucht’’, aldus Juan José Chinchilla.
Er is homogeniteit onder de Nederlandse doopsgezinden zichtbaar, ondanks dat iedereen hier op zijn eigen manier het geloof beleefd, vindt coördinatrice Velásquez. Ze besluit met een duidelijke boodschap voor haar Nederlandse medegelovigen: ,,Laten we elkaar met het hárt aanspreken, niet alleen met de tong.’’

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties