De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 23 mei

Analysewoensdag, 20 november 2002

Wat George W. ons niet vertelt

De wapeninspecteurs zoeken weer naar verboden wapens in Irak. Veel succes zullen ze niet hebben, meent voormalig VN-wapeninspecteur Scott Ritter. De massavernietigingswapens zijn volgens hem al lang vernietigd. Volgens hem probeert Amerika onder valse voorwendselen een oorlog tegen Irak uit te lokken.

NIEK VAN DER MOLEN
Ex-wapeninspecteur, ex-marinier, Golfveteraan en huidig vredesactivist Scott Ritter is een fel tegenstander van een oorlog tegen Irak. Daar is geen aanleiding toe schrijft hij in Oorlog tegen Irak waarin hij de argumenten voor een gewelddadige aanpak van Saddam Hussein onderuit wil halen. Iraks chemische, biologische en nucleaire wapenprogramma is effectief vernietigd, dankzij de VN-wapeninspecteurs van Unscom, de voorloper van de huidige missie Unmovic die onder leiding van Hans Blix speurt naar massavernietigingswapens.
De Amerikaan Ritter voerde namens de VN wapeninspecties uit tussen 1992 en 1998. Unscom werd vier jaar geleden Irak uitgegooid na een ruzie over inspecties van Saddams paleizen. Nu mag Unmovic gaan uitzoeken wat Saddam in de afgelopen vier jaar heeft uitgespookt. Volgens Ritter niet veel. Door de succesvolle inspecties en internationale sancties heeft Bagdad geen mogelijkheden meer nucleaire, chemische of biologische wapens te maken. De stelligheid waarmee Ritter dat beweert wordt niet onderschreven door oude en nieuwe inspecteurs als Rolk Ekeus, Richard Butler en Hans Blix. En helemaal niet door de Amerikaanse president Bush. Washington is vastbesloten een Ďregime changeí in Irak te bewerkstelligen. Niet alleen omdat Saddams wapens een bedreiging vormen voor de Amerikanen maar ook omdat Irak het internationale terrorisme zou steunen. Die laatste bewering noemt Ritter ook flauwekul. Bagdad onderhoudt geen banden met al-Qaeda, het terreurnetwerk van Osama bin Laden. Saddam Hussein is een wereldse dictator die in de afgelopen dertig jaar het islamitisch fundamentalisme in eigen land heeft bestreden en verpletterd. De oorlog in de jaren tachtig tegen Iran was mede begonnen om de dreiging van het theocratische bewind in Teheran het hoofd te bieden.
Vanwege zijn opstelling en zijn trips naar Irak, waar hij onlangs nog het parlement toesprak, wordt Ritter wel eens afgeschilderd als een verrader en een Iraakse agent. Zelf noemt hij zich een patriot die bij de vorige presidentsverkiezingen op George W. Bush heeft gestemd. Ritters kritiek op Irak is niet mals. Bagdad is voor geen cent te vertrouwen en heeft in de jaren negentig er alles aan gedaan de wapeninspecteurs te misleiden. Maar Irak mag dan de boel bedotten, massavernietigingswapens heeft het niet meer, zegt Ritter.
De Amerikaanse belofte om na het omverwerpen van Saddam democratie te brengen in Irak is volgens Ritter een absurde poging steun te verwerven voor de oorlog. Want Amerika wil helemaal niet dat het Iraakse volk het voor het zeggen krijgt. Dat is niet in Amerikaís belang. Zestig procent van de Iraakse bevolking is sjiitisch, dezelfde islamitische variant die wordt aangehangen in Iran, broeinest van anti-Amerikaans fundamentalisme. Irak bezit de op een na grootste bewezen voorraad olie. Niemand zit er op te wachten dat twee grote olieproducenten dezelfde religieuze en anti-westerse inslag hebben. Ook de Koerden, met 23 procent de tweede groep in Irak, kunnen meer autonomie op hun buik schrijven. Een onafhankelijk Koerdistan bedreigt de stabiliteit in Turkije - gewaardeerd westers bondgenoot - dat ook een grote Koerdische minderheid heeft. Blijven over: de soennitische moslims waartoe Saddam en zijn clan behoren. De rest van de bevolking is hen meer dan zat. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de soennieten nog inspraak in het landsbestuur wordt gegund.
Ritter is er van overtuigd dat Amerika met valse argumenten de geesten rijp wil maken voor oorlog. Washington weet drommels goed dat Irak nu niet in staat is de wereld te bedreigen. Maar wat beweegt Amerika dan? Het is in ieder geval niet om de olie te doen, zegt Ritter. Want aan olie is op de wereld geen gebrek en het Westen kan alle olie krijgen die het wil van Irak. Bagdad heeft beloofd na het opheffen van de VN-sancties in de strategische oliebehoeften van de VS te willen voorzien. Ritter laat daarbij onvermeld dat Amerika nooit om die reden de strafmaatregelen zal opheffen omdat dat wel heel veel weg heeft van chantage. Nooit zal Washington de indruk willen wekken dat het voor Saddam Hussein door de knieŽn gaat.
Volgens Ritter stoken neo-conservatieve haviken als Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz en Richard Perle de Amerikaanse president op Saddam te verdrijven. Zij hebben uiterst nauwe banden met IsraŽl en zij zien Irak als een bedreiging voor IsraŽl en de VS. Dat belooft weinig goeds, vreest Ritter: ,,Ik beschouw mezelf als sterk pro-IsraŽl en als je iets om IsraŽl geeft, is een eenzijdige aanval tegen Irak het ergste wat je maar kunt bedenken. Het leidt tot nog minder stabiliteit in het Midden-Oosten en brengt IsraŽl nog meer in gevaar.íí
De voornaamste beweegreden komt voort uit kil pragmatisme. In de inleiding van Ritters boek haalt een Midden-Oosten-deskundige de woorden van George Kennan, befaamd ambtenaar van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, uit 1948 aan. ,,De Verenigde Staten beschikken over meer dan 50 procent van alle rijkdom in de wereld maar vormen slechts 6,3 procent van de wereldbevolking. In deze situatie kunnen we niet anders dan een voorwerp van jaloezie en rancune zijn. Onze echte opgave voor de komende periode is het ontwerpen van een patroon van verhoudingen dat ons in staat stelt deze positie van ongelijkheid te handhaven zonder onze nationale veiligheid aan te tasten. Om dat te bereiken moeten we alle sentimentaliteit en dagdromen opzij zetten, en zal onze aandacht overal gericht moeten zijn op onze onmiddellijke nationale doelstellingen. We kunnen onszelf geen rad voor ogen draaien en net doen alsof we ons de luxe van altruÔsme en het spelen van grote weldoener in de wereld kunnen veroorloven. We moeten ophouden met praten over vage en onrealistische doelstellingen op het terrein van de mensenrechten, het verhogen van de levensstandaard en democratisering. De dag is niet ver dat we ons bezig moeten gaan houden met ondubbelzinnige machtsconcepten. Hoe minder we dan worden gehinderd door idealistische slogans, hoe beter.íí Het draait dus allemaal om machtspolitiek. Volgens de neo-conservatieven in het Witte Huis, die de les van Kennan ter harte hebben genomen, geldt in de internationale politiek niet het recht maar de macht. Wil Amerika de sterkste blijven dan moet het andere landen zijn wil opleggen. Bedreigingen moeten zo snel mogelijk uit de weg worden geruimd. Vanuit die visie bekeken is de vraag of Irak nu wel of geen massavernietigingswapens heeft niet zo interessant. Het gaat er om dat als Saddam ze ooit in de toekomst te pakken kan krijgen hij als notoire vijand van Amerika een bedreiging vormt. En die overweging is al voldoende om een preventieve oorlog te rechtvaardigen. Voor dat standpunt krijgt Amerika de handen niet op elkaar. Bij gebrek aan legitieme redenen om Irak aan te vallen, wordt Saddam Hussein volgens Ritter daarom nu op dubieuze gronden verdacht gemaakt.
Niek van der Molen is buitenland-redacteur van het Friesch Dagblad

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

analyse
Familieberichten
Advertenties