De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 23 mei

Sportwoensdag, 20 november 2002

Een trainer heeft het grote geoefende oog
Heerenveen – Jaarlijks ontstaan er ruim twee miljoen acute sportblessures. Zo’n blessure zet vaak een streep door allerlei mooie plannen.
BERT KALTEREN
Het is in de eerste plaats vervelend voor de sporter zelf. Maar ook voor team- en clubgenoten en natuurlijk voor een trainer komt zoiets altijd ongelegen. Het NOC*NSF is deze maand een campagne gestart om ook de trainers actief te betrekken bij blessurepreventie, want daarbij is hun hulp hard nodig.
In dat kader belegde het Olympisch Steunpunt Noord Nederland (OSNN) gisteravond in het Abe-Lenstrastadion een bijeenkomst met als thema sportblessures. Het negende noordelijk Coachplatform was bedoeld voor topcoaches uit de drie noordelijk provincies die actief zijn op het hoogste regionale en landelijke junioren- en seniorenniveau. Met ruim vijftig belangstellenden noemde algemeen manager Marcel van der Berg (OSNN) de meeting een succes.
Dat het leven van een topsporter bepaald niet over rozen gaat bleek uit het relaas van Nynke Klopstra. De uit Gytsjerk afkomstige judoka die uitkomt in de lichtgewichtklasse tot 48 kilogram heeft zeven weken stil gezeten vanwege een elleboogblessure. ,,Er zitten wat botsplinters in en de mediale band is weg. Ik moet geopereerd worden, maar zaterdag eerst het NK.’’
De judoka die al vier jaar internationaal acteert zag in het verleden twee keer haar voorbereiding op een EK in het water vallen door respectievelijk een elleboog- en meniscusblessure. ,,Ik heb wel meegedaan, maar het was niet zo’n succes. Ik ben iemand die supersnel herstelt, maar je hebt tijd nodig voor volledig herstel. Anders loop je het gevaar op andere blessures. We krijgen goede medische begeleiding, maar het is ook belangrijk dat een trainer je steunt, vertrouwen geeft en kan afremmen.’’
Dat vond ook wielrenster Chantal Beltman die dit seizoen werd geplaagd door tal van blessures. Na een hersenschudding en een scheurtje in het bekken brak ze vlak voor het WK haar sleutelbeen en daar is ze nu, inmiddels acht weken later, nog niet van hersteld. ,,Het is elke keer als ik bij de arts kom een teleurstelling. Je wilt heel gauw alweer te veel doen.’’
Frits Kessel oud-bondsarts van de KNVB en thans medisch adviseur van NOC*NSF herkende het dilemma van de sporters. ,,Ik moest spelers beschermen en de trainer overtuigen dat het niet kon. Je moet op een goede manier omgaan met het belang van de topsporter en daar moet een trainer rekening mee houden. Je moet als coach weten hoe een speler omgaat met en reageert op blessures. Het is belangrijk dat je als trainer in de gaten hebt dat het mis gaat.’’
,,Een trainer heeft het grote geoefende oog en niet de verzorger of de fysiotherapeut. Als een sporter niet goed functioneert moet een oefening afgebroken worden’’, vindt Anton Engles, fysiotherapeut bij de Atletiekunie (KNAU). Maar volgens Kessel moet een blessure ook de tijd krijgen om te genezen. ,,Het is fantastisch zwaar en je hebt er veel tijd voor nodig. Een goede begeleiding is heel belangrijk, want de coach wordt afgerekend op de prestaties.’’
,,Sportarts Peter van Gouwen geeft ook nooit een prognose. Hij werkt stap voor stap zijn programma af en is bestand tegen de druk van de sporter. Het draait uiteindelijk om de communicatie en duidelijkheid tussen de atleet, de medische begeleiding en trainercoach’’, vertelde Engels. ,,Het zou ideaal zijn als de medische begeleiding de helft van de tijd in de trainingszaal aanwezig zou zijn’’, vertelde Engels in antwoord op de vraag van Tjalling van de Berg (WIK-FTC). ,,Een trainer moet een speler beter laten bewegen. Dan gaan ze beter spelen, waardoor de kans groter wordt dat ze winnen en kampioen worden’’, zei kracht- en coördinatietrainer Jur Roemers.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties