De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 21 mei

Geloof & Kerkmaandag, 23 april 2018

Bij geestelijke verzorging is meten weten
,,Onderzoek het geestelijke en behoud het concrete.” Deze knipoog naar de bekende tekst van de apostel Paulus gebruikte prof. dr. Martin Walton op een conferentie in Zwolle voor geestelijk verzorgers.
Door Wim Warnar
Zo’n zeventig geestelijk verzorgers waren afgelopen vrijdag bijeen op hogeschool Windesheim in Zwolle voor een dag over het ambacht van geestelijke verzorging (GV). ,,Om de bezieling levend te houden moet je af en toe het werk onderbreken en stilstaan bij een vraag als: wat verstaan we onder goede geestelijke zorg? En wat zijn de producten van de GV-er?” aldus dagvoorzitter Carmen Schuhmann van de Universiteit voor Humanistiek (Utrecht).
Dat zijn lastige vragen, zo blijkt dikwijls in de praktijk. Wetenschappelijk onderzoek kan daar bij helpen. In de afgelopen vijf jaar is er een opleving aan onderzoek binnen de geestelijke verzorging (GV). Toch heeft Sjaak Körver niet de illusie dat nu alles wetenschappelijk onderbouwd kan worden. Het eerste doel is om alles wat altijd al impliciet gebeurt binnen de GV, nu goed te beschrijven.
Sjaak Körver, verbonden aan Tilburg University, is samen met prof. dr. Martin Walton bezig met onderzoek binnen de GV. De eerste vraag van zo’n onderzoek moet volgens Körver zijn: wat doen GV? ,,Het gaat vaak teveel over intenties in plaats van over interventies.”
Prof. dr. Martin Walton, verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit, benadrukt het belang van goed wetenschappelijk onderzoek binnen de GV. Daarin moet de onderzoeker vooral op zoek naar het concrete. Uit bestaande onderzoeken blijkt vaak dat er veel tevredenheid is over de geestelijke verzorging. Echter: ,,Het probleem is dat we niet weten wat de GV’er gedaan heeft.” Walton stelt dat het daarom belangrijk is dat de ‘effecten’ worden gemeten.
Lijst invullen
Aan de andere kant stelt Anja Visser, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, dat ‘niet alles meetbaar is’. Je kunt om de effecten te achterhalen een cliënt raadplegen door middel van een persoonlijke vragenlijst. Dat kan leiden tot kwalitatieve en financiële verbetering van de geestelijke verzorging. Een nadeel van zo’n lijst is echter dat die altijd door de cliënt zelf wordt ingevuld. Dat zorgt voor een vertroebeld beeld. Want wie durft na zoveel aandacht van de GV’er in te vullen dat het geen zin heeft gehad?
Een andere bron wordt gevormd door hetgeen de geestelijk verzorger zelf rapporteert. De registratie van gegevens van cliënten door de GV’er is echter een heikel punt. Sommige deelnemers geven aan zelden of nooit iets te registreren. Veel GV’ers zijn wars van administratie. Sommigen vinden ook, verwijzend naar de geheimhoudingsplicht, dat je niets moet opschrijven. De vertrouwelijkheid is volgens hen juist een kracht van de GV’er.. Een deelnemer die gewerkt heeft in een militair revalidatiecentrum beaamt dat. Zijn cliënten zeiden vaak tegen hem: 'Ik ben zo blij dat jij niets opschrijft.”
Smeets is van mening dat je wél iets moet opschrijven. Smeets, zelf werkzaam in het Radboud UMC in Nijmegen, geeft een workshop over registratie. Hij wijst daarbij op het belang van de cliënt. Die hoeft door goede rapportage niet steeds dezelfde vragen te beantwoorden. En de zorg kan beter worden afgestemd op de belangen van de cliënt. Doorslaggevend is volgens Smeets wát je opschrijft en hoe.
Smeets waarschuwt allereerst dat men alert moet zijn op de veranderde regelgeving. Vanaf 25 mei veranderen de Europese regels omtrent privacy. Dat heeft ook consequenties voor de GV. ,,Je moet eerst aan de cliënt toestemming vragen om persoonlijke gegevens te noteren.” Belangrijk is volgens Smeets verder dat je niet eigen gedachten opschrijft, zoals bijvoorbeeld: ,,Ik vond cliënt X er labiel uit zien.”
Tjeerd van der Meer is GV’er bij Jeugdhulp Friesland. Als hij nieuw binnenkomt bij een jeugdinstelling is vaak de eerste reactie: welke jongere is hier nog gelovig dan? ,,Maar”, zegt Van der Meer, ,,iedereen heeft vragen als: wie ben ik, en waarom overkomt deze ellende mij?” Hij merkt dat de aversie vanzelf afneemt als men weet wat je doet. Zelf geeft hij ook trainingen over zingeving aan allerlei medewerkers binnen de jeugdzorg. Dat levert mooie gesprekken op. ,,Het ligt vaak heel dicht bij hun eigen motivatie om het werk te doen.”
Dr. Joep van de Geer is geestelijk verzorger in het Medisch Centrum Leeuwarden. Eind 2017 promoveerde hij op een onderzoek naar de scholing van medewerkers rond spirituele zorg. Van de Geer geeft trainingen aan zowel GV-ers als medisch personeel. Dat is heel krachtig omdat artsen daardoor ook de waarde gaan inzien van geestelijke verzorging.
Hij noemt een verrassende uitkomst van zijn onderzoek als voorbeeld: als zorgverleners goed zijn geschoold rond spirituele zorg, slapen patiënten zelfs beter. ,,Het voegt iets toe waar mensen wel degelijk op zitten te wachten.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties