De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 21 mei

Geloof & Kerkdonderdag, 19 april 2018

Idealist, buitenbeentje in de kerk en bovenal een realistische noorderling
Yke Luinenburg (62) uit Zuidhorn zit sinds maart in het moderamen (dagelijks bestuur) van de Protestantse Kerk in Nederland. De oud-docent godsdienst aan het Lauwerscollege in Buitenpost over zijn passie voor de kerk en de noordelijke nuchterheid daarbij.
Door Lodewijk Born
Ouderling Yke Luinenburg mag vandaag in Doorn de liturgische opening verzorgen van de tweedaagse zitting van de Generale Synode. Hij moet er wel even op zweten, maar er is genoeg bagage om de synodeleden iets stichtelijks en opbouwends mee te geven, zo blijkt uit zijn levens-verhaal.
Voor het eerst zit hij achter de grote tafel waar de vijf leden van het moderamen zitten. De plek waar hij anders, als ‘gewoon’ synodelid, altijd op uitkeek. Nu krijgt hij dus een ander podium en positie. Op 9 maart werd hij benoemd door de Generale Synode. Op dezelfde dag dat ook de nieuwe preses ds. Saskia van Meggelen benoemd werd.
Yke Luinenburg woont in Zuidhorn, maar is een Fries. ,,Ik ben geboren in Ee, kom uit een gezin van acht kinderen, van wie ik nummer vier was. Twee kinderen kwamen wat later, die werden thuis ‘de lytskes’ genoemd." De één na jongste is broer Otto (52), die verstandelijk beperkt is. ,,Hij heeft een belangrijke rol vervuld binnen ons gezin. Je wist: met Otto moet ik wat anders omgaan dan met de anderen. Het zorgde ook wel voor spanningen tussen mijn vader en moeder ‘hoe ze het allemaal moesten doen’. Het heeft mijn leven verrijkt in de zin dat het een leerschool was hoe ik met mensen moest omgaan; het leverde me veel mensenkennis op." Otto woont tegenwoordig in Appelscha in de antroposofische instelling OlmenEs.
Luinenburg bleef altijd betrokken bij mensen met een verstandelijke beperking, bijvoorbeeld in zijn gemeente in Zuidhorn.
,,Mijn moeder, die de zorg voor de kinderen had, was van oorsprong gereformeerd en mijn vader hervormd. Hij was hoofd van de plaatselijke hervormde school." In Ee woonde de jonge Yke slechts vier jaar. Het gezin verhuisde naar Bolsward, waar Yke zijn jeugdjaren doorbracht. ,,Als het ging om de kerk was ik wel een buitenbeentje. Een zoeker, stelde veel kritische vragen op catechisatie, bijvoorbeeld over de evolutietheorie - wat ze niet leuk vonden. Via het lezen over Gandhi en Martin Luther King ben ik gevormd in mijn geloof, en ik werd ook behoorlijk pacifistisch. Ik droeg bijvoorbeeld zo’n gebroken geweertje op mijn spijkerjackje."
Een idealistische jongeman die een betere wereld voor ogen had, in de roerige jaren zeventig. Na het gymnasium aan csg Bogerman in Sneek besloot hij theologie te studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Niet om dominee te worden, want ik wilde eigenlijk het vormingswerk in, maar het werd onderwijs. Veel van mijn familieleden waren ook die kant opgegaan, en het was net een tijd dat dat christelijk vormingswerk allemaal op de schop ging." Die route werd zo afgesneden.
Prikkelende vragen
Zo kwam hij uiteindelijk terecht op het Lauwerscollege in Buitenpost waar Luinenburg van 1982 tot 2012 docent godsdienst was, en later schoolpastor. Een jas die hem helemaal paste, zo bleek. ,,Ik vond het prachtig, omdat ik veel vrijheid kreeg. Ik was een gedreven docent, creatief en hield van prikkelende vragen stellen aan mijn leerlingen."
Hij komt ze nog wel eens tegen, op straat, oud-leerlingen. ,,Over het algemeen zijn ze heel positief", zegt hij met een gevoel voor understatement. ,,Laatst zei iemand: 'U hebt mij leren nadenken over mijzelf. ‘Ho, ho, dat is nogal wat, dacht ik."
Luinenburg hield ervan om met vieringen op school out of the box te denken. Zoals toen hij voorstelde om met de hele school met Kerst een wandeling door Buitenpost te maken. ,,Langs leerlingen die muziek maakten of borden omhoog hielden met kreten erop waar je dan over moest nadenken. Er moesten wegen worden afgezet en politie-inzet was nodig om het in goede banen te leiden. De directie vond het prachtig, maar het moest wel allemaal geregeld worden."
Door zijn afgeronde opleiding theologie en docentschap werd Luinenburg ook regelmatig gevraagd om te preken in kerken. Dat deed hij vanaf ongeveer 1987. Het besturen in de kerk kwam tevens al vroeg op zijn pad. ,,In de jaren negentig was ik al ouderling in de Hervormde Gemeente van Zuidhorn en sinds 2008 nu weer. ,,Ik maak mijn termijn van twaalf jaar vol", zegt hij met een glimlach.
In zijn woonplaats is er sprake van een federatie van hervormden en gereformeerden, die al op veel terreinen samenwerken. Toen er een afgevaardigde voor de Classis Westerkwartier gezocht werd, nam Luinenburg de taak graag op zich. Vanuit dat gremium belandde hij in 2010 in de landelijke synode. ,,Twee jaar duurde dat. Tot in 2013 de synode gehalveerd werd van 150 naar 75 synodeleden. Toen moest ik er uit." Luinenburg vond het jammer, omdat hij zich thuis voelde op die plek. De combinatie van het grondvlak van de kerk, de samenwerking op plaatselijk vlak - in Zuidhorn ook met meerdere kerken (doopsgezind, katholiek en vrijgemaakt) - en meepraten over wat er vooraf gaat aan beleidsontwikkelingen op kerkelijk terrein.
Noordelijke vergaderingen
Toen er in 2014 weer een beroep op hem gedaan werd om zitting te nemen in de generale synode, zei hij graag ja. Dat hij nu in het moderamen gekozen is, is niet toevallig. ,,Ik heb de laatste twee jaar de vergaderingen voorgezeten die de synodeleden uit de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe altijd houden ter voorbereiding op de synode. Daar spreken we dan de vergaderstukken door met elkaar. Er wordt gesproken over moties en er vindt discussie plaats. Ik denk dat ik zo in the picture gekomen ben."
Hij draagt nu als moderamenlid officieel de titel van Assessor III. ,,Je zou het 'bijzitter’ kunnen noemen." In de praktijk is lid zijn van het dagelijks bestuur van de Protestantse Kerk een veelomvattende taak. ,,Elke dinsdag tussen 10.00 en 14.00 uur vergaderen we in Utrecht met het moderamen en enkele adviseurs. Die gesprekken gaan over van alles. Niet alleen wat er op de synode aan de orde komt, maar de hele dagelijkse gang van zaken in de kerk. Zo is er laatst overleg geweest met het bestuur van de Gereformeerde Bond. Een afvaardiging van de Indonesische kerk PERKI kwam op bezoek. Die wil een verbintenis aangaan met de Protestantse Kerk. Je moet dan eerst wel van elkaar weten: wat voor kerk is dat eigenlijk?"
Ook over de zeventigste verjaardag van de staat Israël werd gesproken en over wat de kerk daarmee doet. ,,Het is dus heel divers en dat maakt het ook zo boeiend. Wat precies mijn portefeuilles zijn, weet ik nog niet eens. Die moeten we eigenlijk nog verdelen."
Luinenburg snapt wel dat het werk van de synode soms ver van mensen in het land af staat. ,,Als plaatselijk gemeentelid besteed je eerder tijd aan je zieke buurman dan aan wat een landelijke synode doet. Toch worden er dingen besproken en besloten waarmee je als plaatselijke kerk te maken krijgt en die ook nuttig zijn." Hij noemt als voorbeeld de discussie over de ambten. In veel dorpskerken is er soms amper nog een kerkenraad bij elkaar te krijgen. ,,Wij bespreken dan: kan wat een ouderling doet niet door een gemeentelid worden gedaan? En: hoe regel je dat als kerk goed? Dat gaat het niet meer om het ambt maar om de functie."
Volgens Luinenburg heeft de plaatselijke kerk nog steeds te maken met het oude bloedgroep-denken dat lokaal soms nog sterk speelt. ,,Gereformeerden denken, ook soms nog na de fusie, vanuit het oude kader: de zelfstandige plaatselijke Gereformeerde Kerk die eigen zeggenschap had over veel zaken. Dan wordt wat er in de synode besproken wordt, gevoeld als bemoeizucht. Zoals over de politiek gezegd wordt: iets wat in Den Haag over ons wordt besloten wordt." Dan gaan de hakken in het zand. Het is iets wat een moderamen goed moet aanvoelen in de praktijk van het kerkelijk besturen.
Een kritische tegenstem vormen, Luinenburg denkt dat het een goede houding is. Juist vanuit het Noorden komt met regelmaat zo’n geluid bij onderwerpen die de landelijke kerkvergadering bespreekt. Scriba René de Reuver zei op 9 maart dat hij persoonlijk blij is met een noorderling in het moderamen. ,,Wij kijken hier in Noorden soms toch wat anders naar voorstellen of nieuwe ideeën. Nuchterheid wil ik het niet noemen. De Groningers hebben er een mooi woord voor: ‘nait dik doun’. Geen dikdoenerij. De Friezen hebben dat ook, zo van: ‘Moat dat wol sa? Kin it net better oars?"
Onwetendheid
Als moderamenlid hoopt hij eraan bij te dragen dat het synodewerk dichter bij de mensen komt. ,,Er is veel onwetendheid. Ook omdat je het allemaal als leek niet kan volgen. Ook voor de synodeleden zelf zijn al die rapporten soms best ingewikkeld en ben je blij dat je een collega kan raadplegen."
Luinenburg neemt in ieder geval mee wat hij in het onderwijs ook al deed: op een begrijpelijke manier dingen uitleggen waarmee de synode bezig is. ,,Daar ga ik mijn best voor doen de komende jaren. Want wat er allemaal achter de schermen gebeurt, is meer dan mensen beseffen."

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties