De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 20 april

Cultuurwoensdag, 21 maart 2018

Persoonlijke overpeinzingen bij een Hindelooper kast
Eppie Dam schreef een gedichtencyclus bij een van de belangrijkste werken van de Groningse drukker en kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945): Kast met oudtestamentische voorstellingen .
Eind 2017 zag dichter Eppie Dam uit Sloten een foto van de kast in dagblad Trouw en raakte meteen gefascineerd. ,,Drie deuren met telkens vier Bijbelse voorstellingen waarin de kleuren rood en geel overheersen, alsof er met zon en bloed is geschilderd. Het was zo elementair en vol overtuiging gemaakt, dat je bijna in één oogopslag zag: hier wordt een bijzonder verhaal verteld.” Een paar maanden geleden verworf het Groninger Museum deze monumentale kast van Werkman, lid was van de Groninger kunstkring De Ploeg. Inmiddels is de kast onderdeel van ‘De Collectíe’en daarmee permanent toegankelijk voor publiek.
 
Kun je iets meer vertellen over deze kast?
Werkman heeft de panelen in 1943 geschilderd op verzoek van de jonge predikant August Henkels, met wie hij bevriend was. Henkels keerde na acht maanden gijzelingskamp terug naar zijn standplaats Heerenveen en had behoefte aan iets nieuws. Hoewel Werkman zelf onkerkelijk was, heeft hij de opdracht van harte aanvaard. Het resultaat: twaalf oudtestamentische voorstellingen op triplex van niet al te beste kwaliteit. Hij kreeg de blanco paneeltjes thuisgestuurd, Henkels droeg de taferelen aan. Totaal onbekend met de joodse leefwereld was Werkman overigens niet. Denk aan zijn ‘Chassidische legenden’ uit 1942, in sjabloon gestempeld op papier, en nog altijd een hoogtepunt in zijn oeuvre. Bij die opdracht was dominee Henkels indirect betrokken, nadat hij de kunstenaar een boek had uitgeleend van de joodse godsdienstfilosoof Martin Buber.
 
Je koos ervoor om de afbeeldingen op de kast te verwerken in vijftien gedichten, terwijl Werkman maar twaalf voorstellingen schildert.
Dat klopt. Mijn cyclus start met een opmaat, die ik als ondertitel meegaf: ‘bij het handwerk van alles het begin’. Dat is tegelijk een verwijzing naar de schepping zoals beschreven in het boek Genesis. Na zes gedichten bij evenzoveel panelen stel ik in een tussengedicht de vraag: wat bleef er van die schepping over en wat van de idealen van mensen? Wij kennen inmiddels de geschiedenis. Na opnieuw zes gedichten bij de volgende panelen maak ik de balans op van een erfenis die ternauwernood werd gered. En nog steeds moet worden veiliggesteld.
 
Waarom moest de kast ook zelf betrokken worden in de gedichtencyclus?
De kast staat symbool voor dingen die de moeite waard zijn om te bewaren. Noem het gedachtegoed. In dat tussengedicht verbind ik de begrippen ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ aan de nieuwtestamentische woorden ‘geloof, hoop en liefde’. Nee, het is niet gewaagd om Christendom en Franse Revolutie op die manier in één adem te noemen. Beide gingen met bloedvergieten gepaard, maar dat maakt de uitgangspunten niet minder waardevol. Die blijven onversneden en liggen in elkaars verlengde.
 
Stap voor stap ga je de Bijbelse voorstellingen langs. De gedichten lijken allemaal persoonlijke overpeinzingen te zijn.
Het zijn persoonlijke overpeinzingen, waarbij ik me laat leiden door de beelden. Hier ontvouwt zich de geschiedenis, en de mens heeft er zijn rol in gespeeld. Typerend voor het Oude Testament is, dat het zo’n oer-realistisch beeld geeft van de werkelijkheid. Het eerste plaatje linksboven toont Adam en Eva nog idyllisch in het Paradijs, maar de slang hangt al in de boom. Werkman heeft dit paneeltje meteen maar ‘de zondeval’ genoemd. Gaan we langs die linkerdeur omlaag dan volgen: de zondvloed, de vlucht uit Sodom en het offer van Izaäk. Dat zijn bedreigende en vaak beangstigende verhalen, maar ook het Oude Testament laat zien dat er altijd weer een uitweg is. Zo zijn er meer panelen waar je moed uit kunt putten en hoop aan ontlenen. De profeet Elia wordt in het rivierdal gevoed door de raven. Zo kan hij een tijd van schaarste overleven. De mannen in de brandende oven zijn onaantastbaar voor de vlammen. Alsof het beeld wil zeggen: als je uit het ware hout gesneden bent, ben je in staat om het vuur van de tijd trotseren.
 
Het achtste paneel is gewijd aan Jefta’s dochter. Daarvoor vertaalde je een gedicht van de Friese dichteres Ella Wassenaer.
Richter Jefta overtreft nog net niet aartsvader Abraham in zijn bereidheid alles op te offeren, zelfs zijn eigen vlees en bloed. De richter was onbezonnen en wist niet wat hij deed. Abraham legde, om zijn geloof te bewijzen, weloverwogen zijn zoon op het slachtblok. Jefta beloofde God, in ruil voor een militaire overwinning, dat hij bij behouden thuiskomst het eerste zou offeren dat hij tegenkwam. Het bleek zijn dochter te zijn, zijn enig kind. Ella Wassenaer heeft dat voortijdig afgesneden leven adembenemend verwoord. Het gedicht is ooit prachtig vertolkt door sopraan Akke Kingma, net als ik geboren in Kollumerpomp. Van Ella Wassenaer heb ik les gehad op de onderwijzersopleiding in Dokkum. Ik zie de vertaling als een stille hommage aan beiden.
 
Wat heb je in je gedichten willen benadrukken?
Dat de geschiedenis zich herhaalt, maar dat we niet zijn overgeleverd. Het maakt wel degelijk uit waar je staat, welke politieke keuzes je maakt, of je verbinding zoekt of isolement. Wat dat betreft stelt de huidige tijd ons niet gerust. Er heerst berusting, ideeënarmoe, en nationalisme viert overal hoogtij. Mensen graaien, vluchten in consumptie, iedereen lijkt weg te kijken en niemand neemt verantwoordelijkheid. Dan is het gouden kalf opeens weer levensgroot aanwezig en zijn Sodom en Gomorra niet ver weg. Je kunt Sodom de rug toekeren, zoals Lot deed, maar je moet wel sterk in je schoenen staan.
 
Het Groninger Museum noemt het werk een monument van contrasten. Het is een traditioneel meubel met moderne Bijbelse voorstellingen. Qua stijl, maar ook qua inhoud?
Ik denk dat het museum met ‘contrasten’ zijdelings doelt op de verhouding tussen dominee Henkels die kunstzinnig was, en beeldend kunstenaar Werkman die oog had voor het existentiële. In hun vriendschap overstegen de veronderstelde tegenstellingen elkaar. Maar het is waar, in het kunstwerk raken qua stijl twee uitersten elkaar. Traditioneler dan een Hindelooper kast kun je niet bedenken. En wie goed naar de voorstellingen van Werkman kijkt, ziet hoe modern ze eigenlijk zijn en ver wegblijven van het zoete kinderbijbelplaatje. Inhoudelijk ging Werkman minder ver: hij schilderde puur het verhaal, en wat we zien is wat we zien. Misschien zorgen de gedichten voor een nieuw contrast, al zou ik ze eerder eigentijds dan modern willen noemen. In het gedicht bij het gouden kalf is sprake van een ‘aardse voetafdruk’, verwijzend naar de menselijke belasting van de schepping. Na de verkenning van het beloofde land keren de spionnen terug, maar ze hebben niet allemaal hetzelfde verhaal: ‘met nepnieuws komen de verspieders’ en ‘met nepnieuws komen zo tien anderen’. Weet dan maar eens als volk wie je moet geloven. Of wie je wilt geloven.
 
De volledige gedichtencyclus van Eppie Dam, behorende bij de ‘Kast met oudtestamentische voorstellingen’ van H.N. Werkman, zijn hieronder te lezen.
De weg van Paradijs naar Leeuwenkuil
vijftien gedichten bij een Hindelooper twaalfluik
EPPIE DAM & H.N. WERKMAN
De gedichten:
----
1. er werd een kast (bij het handwerk van alles het begin)
er werd een kast gemaakt in Hindeloopen
en niemand vroeg nog naar de prijs
drie deuren sloegen naar het zeegat open
beloofden dicht iets zeer nabijs
-
er werd een kast voorzien van twaalf panelen
het was geen triplex eersteklas
maar scheppingsliefde kan een wereld schelen
de blaren zie je later pas
-
er werd een kast met zon en bloed beschilderd
en niemand dacht nog aan verval
dezelfde sloop die revoluties schilfert
en iemand zag de scheurtjes al
----
2. ergens moet je (eerste paneel: de zondeval)
ergens moet je met het paradijs beginnen
wie geen idee heeft van Atlantis en Utopia
zal weer op aarde nooit de vruchten kennen
en valt nog voor zijn val in ongena
-
ergens moet je blootstaan aan je naaktheid
teruggeworpen op je eerste zelf
of niemand weet van jouw geaardheid
en daarvan wist je zelf nog maar de helft
-
ergens moet je vroeg al afscheid nemen
van wat je stralende voor ogen stond
alles legt de schaamte aan je schenen
maar je hoeft niet schuldig door de grond  
----
3. het regent regens (tweede paneel: de zondvloed)
het regent regens niet te stelpen
het regent regens door de zeeën tijd
wat zou een woord van Noach helpen
het regent regens tot in eeuwigheid
-
het regent regens loden pijpestelen
het regent regens zink tot op het bot
wie kan het naast de veerman schelen
ooit scheen een boog de hand van God
-
het regent regens almaar grijzer
nog zwarter kleurt de horizon
en niemand bidt de zonnewijzer
vertrokken met de noorderzon
----
4. in Sodom (derde paneel: de vlucht uit Sodom)
in Sodom is het zalig toeven
vraag het aan de vrouw van Lot
je leeft er lang voor je genoegen
maar gaat er zelf nog aan kapot
-
in Sodom ga je nooit geloven
maar iets roept jou tot heiligdom
het keert je hart ondersteboven
je kijkt nog eenmaal achterom
-
in Sodom wachten ommekeren
en staan er vluchtelingen klaar
nog hangend aan een huis des Heren
geen omzien naar een zoutpilaar
----
5. een mens (vierde paneel: het offer van Izaäk)
een mens wil alle offers brengen
een pink een arm maar niet zijn kind
hij geeft zijn been om af te wenden
wat in de sterren staat geprint
-
een mens moet vele diepten kennen
de allerdiepste in zichzelf
wil hij aan deze opdracht wennen
hem net van hogerhand verteld
-
een mens zal aan het woord geloven
dat ergens riep en dan weer zweeg
hij komt de stem maar net te boven
die hem voorbij zijn grenzen kreeg
----
6. je mag aan iets (vijfde paneel: het gouden kalf)
je mag aan iets je hart toch geven
voordat het nog verloren gaat
geld aanzien liefde om het even
zolang je voor je vuren staat
-
je mag aan iets je oog toch lenen
wanneer het aan een wens voldoet
er heerst al zoveel grijs beneden
en kijk wat bladgoud met je doet
-
je mag aan iets je ziel verliezen
hier staat je aardse voetafdruk
waar opgeheven vingers kniezen
pluk jij de vruchten van geluk
----
7. met nepnieuws komen (zesde paneel: de terugkeer van de verspieders)  
met nepnieuws komen de verspieders
heeft iemand daar nog van terug
twee bruggenbouwers als opinion leaders
voor zoet de druiven op hun rug
-
met nepnieuws komen zo tien anderen
bedrog en waarheid even oud
het blijft met feitenlast meanderen
en bubbels leven in hun cloud
-
met nepnieuws komen de beloften
wie steekt zijn handen in het vuur
een woord wringt zich in duizend bochten
de zoete druiven nu al zuur
----
8. er bleef een kast (intermezzo bij een schuivend grondpatroon)
er bleef een kast bewaard uit Hindeloopen
zes poten had hij om te staan
drie deuren en drie laden vastbesloten
om iets van waarde op te slaan
-
er bleef een kast gehecht aan de papieren
van vrijheid eendracht broederschap
geloof hoop liefde tot in alle kieren
waar vanitas al brood in zag
-
er bleef een kast bestaan die uitentreuren
grootmoedig vroeg om lijfsbehoud
maar voor zijn sleutelgaten zag ebeuren
hoe waarden werden afgebouwd
----
9. in aanbidding (zevende paneel: de koperen slang)
in aanbidding buigen knieën
beter-af rechtop en fier
dan hun val voor relikwieën
maar dat zie je vaker hier
-
in aanbidding bang naar boven
smeken zielen doe het niet
maar je hoeft niet te geloven
wat een talisman gebiedt
-
in aanbidding blijf je zinken
en het helpt niet overeind
tot je geestesgaven blinken
en een loden last verdwijnt
----
10. ik ben (achtste paneel: Jefta’s dochter)
ik ben de regen die niet vloeien mag
ik ben de grond die niet mag drinken
ik ben de wijnrank die niet bloeien mag
ik ben de vrucht die niet mag schenken
-
ik ben de stem die niet betoveren mag
ik ben het zeil dat niet mag varen  
ik ben het hart dat niet veroveren mag
ik ben de schoot die niet mag baren
-
ik ben het smeulvuur dat niet laaien mag
ik ben het lijf dat niet mag vrijen
ik ben de zeewind die niet waaien mag
ik ben Jefta’s dochter en moet schreien
-
* Het gedicht is ontleend aan “jefta’s dochter” van de Friese dichteres Ella Wassenaer, gepubliceerd in 1978 en vervolgens in het vergeetboek geraakt.
----
11. de slinger heeft (negende paneel: David en Goliath)
de slinger heeft het zwaard verslagen
zo gaat dat in de wereld niet
je hoeft het maar aan hen te vragen
verpletterd op hun grondgebied
-
de slinger heeft iets in te brengen
zo stond het in de wetten ooit
maar dommekrachten zullen dwingen
tot alle kansen zijn vergooid
-
de slinger heeft het laten lopen
omdat hij zelf zo sterk niet was
hij mag nog op een wonder hopen
een kleine adder onder gras
----
12. een broodprofeet (tiende paneel: Elia en de raven)
een broodprofeet klinkt honingzoet
zolang hij harten weet te laven
met alles waar hij goed aan doet
en ver blijft van de wereldraven
-
een broodprofeet staat zomaar in
voor blijvend witte bruiloftsweken
hij zemelt van gemeenschapszin
ooit is het tegendeel gebleken
-
een broodprofeet doet zich tegoed
aan nu besteld en morgen brengen
een groot profeet weet zich gevoed
door krijsend zwarte hemelingen
----
13. onaantastbaar (elfde paneel: de mannen in de vuuroven)
onaantastbaar langs de muur
vurig met de dood voor ogen
mannen van het ware uur
en er was zo veel gelogen
-
onaantastbaar voor het front
alle moed om op te geven
zelfs met doden op de grond
houden zij nog iets in leven
-
onaantastbaar voor het vuur
van de zinderende oven
is hun huid nog even duur
van vertrouwen en geloven
----
14. je kan niet leeuwen (twaalfde paneel: Daniël in de leeuwenkuil)
je kan niet leeuwen kwalijk nemen
dat ze lief als poesjes zijn
niet die oude bloeddorst claimen
van het menselijk refrein
-
je kan niet leeuwen euvel duiden
dat ze zinken in gespin
zinnend nog op zoemgeluiden
van wie weet een nieuw begin
-
je kan niet leeuwen zo verwijten
dat ze los van hun natuur
gauw de andere kant op kijken
ze spelen bijbels leentjebuur
-
*De profeet Jesaja zag de leeuw onschuldig naast het kalf liggen alsof een tweede paradijs nog zo gemaakt kon worden.  
----
15. er staat een kast (bij een erfenis ternauwernood gered)
er staat een kast in het museum
met beelden in een deur gevat
de geur nog van een oud Te Deum
en slangen op het dievenpad
-
er staat een kast om niet te kwijnen
te goed om aan de straat gezet
waar ook ideeën al verdwijnen
zijn oefening in stil verzet
-
er staat een kast in oude glorie
met sporen van een testament
getekend door zijn coverstory  
waar hij de schaduwzij van kent

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

cultuur
Familieberichten
Advertenties