De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 21 april

Cultuurdonderdag, 11 januari 2018

LF2018: Praten over kunst is van levensbelang
We hebben tegenwoordig over alles ons oordeel klaar. Over alles behalve kunst. Het lijkt wel alsof we het verleerd zijn om over kunst te praten. Als het aan de Britse schrijfster en critica Tiffany Jenkins ligt, beginnen we daar onmiddellijk weer mee. ,,Kunst is van levensbelang, het helpt ons antwoorden te zoeken op de vraag wat het betekent mens te zijn.”
En het echte drama is dat juist de professionals ons dat niet meer duidelijk kunnen maken. ,,Dat is de werkelijke crisis in de kunst: dat degenen die zich er beroepshalve mee bezighouden, het geloof hebben verloren in wat ze aan het doen zijn.” Tiffany Jenkins is een Brits schrijfster en critica die als honorary fellow verbonden is aan de faculteit Kunstgeschiedenis van de Universiteit van Edinburgh. Ze mengt zich op de Britse televisie, radio en in kranten vaak in discussies over het belang van kunst en kunsteducatie. Op dit moment werkt ze aan een boek over persoonlijk leven.
Een boek over persoonlijk leven, dat heeft niet direct met kunst te maken.
Niet direct, nee. Maar wel alles met mijn interesse in het ongrijpbare, maar essentiële deel van het menselijk bestaan. Het deel van het leven waarin we de betekenis geven aan alles wat we meemaken.”
Bijvoorbeeld door middel van kunst?
„Absoluut. Kunst doet dat ook. Het is in die sfeer van ons bestaan dat kunst een belangrijke rol speelt. Natuurlijk zit er altijd een element van ‘nut’ aan kunst. Wie zal zeggen of de rotstekeningen van 30.000 jaar geleden niet benut werden om de jacht te plannen? En veel kunst is in het verleden gebruikt om heersers in het openbaar prestige te verlenen. Maar er zit altijd een element bij dat voorbij dat ‘nut’ gaat. En daar wordt het interessant. Kunst geeft ons niet te eten, kunst voorziet niet in een dak boven ons hoofd. En toch is het essentieel voor ons mens-zijn. Essentieel om onze verwondering te vangen en om antwoorden te zoeken op de vraag wat het betekent om te leven.”
Geldt dat voor elke kunstvorm?
„Dat denk ik wel. Maar elke kunstvorm heeft wel iets eigens te bieden. Literatuur is in dat spectrum wellicht het duidelijkst een reflectieve vorm van kunst, die ook zichzelf kan bestuderen. Muziek is dan weer heel abstract van aard. Maar dat kan dan juist weer die diepe vervoering in ons losmaken die raakt aan onze verwondering over dit leven. Wat al die kunstvormen bijeenbrengt is hun vermogen om ons voorbij de werkelijkheid van alledag in contact te brengen met het ongrijpbare, betekenisvolle.”
Merkt u dat het lastig is om zo’n positie te verdedigen, om de waarde van kunst te benadrukken?
„Ja het is lastig geworden. Dat was het in het verleden niet, maar onze achting voor kunst is grotendeels verdwenen. De mensheid lijkt gaandeweg het contact met de abstracte, vluchtige, ongrijpbare, transcendentale kant van zichzelf verloren te hebben. Dat is precies de kant waarin kunst zich manifesteert. Wanneer we onszelf niet meer zo zien, als we onszelf reduceren tot dieren, of tot rendementsmachines, dan zijn we niet meer in staat om de echte waarde van kunst te zien. Maar ik blijf optimistisch. Want tegelijk zie je dat mensen, soms tegen de stroom in, toch op zoek blijven gaan naar juist die kant van de kunst en van zichzelf.”
Wanneer een overheid zich met kunst bezighoudt, dan krijgt die kunst al gauw het karakter van een middel, waarbij het doel buiten het domein van de kunst ligt. Zoals in het geval van LF2018, waarbij kunst en cultuur vooral dienend zijn in een verhaal over economische groei en maatschappelijke verandering. Gek genoeg lijkt de kunstwereld daar zonder veel gemor in mee te gaan.
„Dat is helaas een ontwikkeling die zich overal aftekent. Overheden hebben er een handje van om te zeggen: ‘dit zijn de problemen van deze tijd, aan jullie om daar iets op te verzinnen’. En dat hebben de instellingen en de onderzoekers in het veld over zichzelf afgeroepen. Dat is de werkelijke crisis in de kunst: dat degenen die zich er beroepshalve mee bezighouden, het geloof hebben verloren in wat ze aan het doen zijn. Zij zijn niet meer in staat om kunst te rechtvaardigen waarvan het nut niet direct aantoonbaar is. Dan kun je het een overheid niet kwalijk nemen dat die vervolgens ook om nuttige kunst vraagt.”
Als het een crisis is, hoe komen we daar dan uit?
„Dat kan op drie manieren. Ten eerste zou ik willen zeggen: laten we een beetje vertrouwen hebben in de kunst zelf. Er is een reden dat in elke cultuur mensen een kwast oppakken, op een fluit gaan spelen. Het is het deel van ons mens-zijn dat ons leven de moeite waard maakt. Dat zijn we heus niet zomaar kwijt. Ten tweede denk ik dat we de overheden, de politici moeten vragen om hun verantwoordelijkheid niet uit de weg te gaan door de oplossing van maatschappelijke vraagstukken bij de kunst neer te leggen. Ten derde, en dat is voor de kunstwereld zelf, wordt het de hoogste tijd dat het publiek meer respect krijgt. Nog te vaak wordt de mening van het publiek als irrelevant terzijde geschoven, of wordt er gesteld dat het toch geen zin heeft om mensen iets van kunst bij te brengen. Dat vind ik een grove onderschatting.”
Waarom zou het zo moeilijk zijn om met mensen in gesprek te gaan over kunst?
„Het is een paradox van onze tijd. Enerzijds worden kunst en cultuur overal besproken, het wemelt van de prijzen, festivals, evenementen. Anderzijds durven we het nergens meer aan om onderscheid te maken tussen wat we wel en niet goed vinden. Je hoort zelden: ‘dit is goede kunst, want…’ Terwijl het zo mooi zou zijn om juist eens een gepassioneerd betoog te horen waarom uitgerekend dit ene werk zo goed is. Al was het alleen maar om na te gaan waarom je het daar niet mee eens bent. We hebben allemaal wel onze persoonlijke oordelen, maar op de een of andere manier generen we ons ervoor die te delen.”
Dat is toch vreemd. Je zou zeggen dat het juist het teken van onze tijd is om persoonlijke oordelen met anderen te delen. Kijk maar naar Twitter.
,,Maar als het over kunst gaat, zie je dat niet gebeuren. Het is alsof we onszelf daarin niet meer vertrouwen.”
Hoe krijgen we dat vertrouwen weer terug? Hoe moet je beginnen als je wel de interesse hebt in kunst, maar er niet over durft te praten?
,,Een collega van me laat haar studenten kunstgeschiedenis vier uur lang naar één werk kijken. Na dat kijken moeten ze meteen een stuk over dat werk schrijven. Geen van die studenten heeft daar zin in, maar er gebeurt wel wat. ,,Dat is denk ik de eerste stap: neem de tijd om een werk goed tot je te laten doordringen. Daarnaast is er de expertise van degenen die hun leven wijden aan het bestuderen van kunst. Zij kunnen je helpen een kunstwerk te zien in de context waarin het is ontstaan. Hoe het afsteekt tegen andere werken. Waarom iets bijzonder wordt gevonden. En dan is er nog je instinctieve reactie op het werk. Raakt het je? Op basis daarvan kun je je oordeel vormen.”
En dan?
,,Dan begint het gesprek. We komen tot een idee over wat goed en mooi is door onze onderlinge beoordelingen met elkaar te vergelijken. Zulke gesprekken zijn er altijd geweest en we bouwen daar ook nog altijd op voort. In mijn ogen is dat de enige manier om met elkaar met kunst bezig te zijn.”
Hét gesprek over kunst in Fryslân was het afgelopen jaar het project 11Fountains, waarbij in het kader van LF2018 in de Friese elf steden elf fonteinen komen te staan. Daarbij gaat het dus om kunst in de openbare ruimte. Hoe kijkt u aan tegen dit soort projecten?
,,Laat ik vooropstellen dat kunstwerken een enorme opwaardering kunnen zijn van een omgeving. Maar ik constateer ook dat ruwweg sinds 1990 het gemiddelde kunstwerk in de openbare ruimte van een grote banaliteit en nietszeggendheid is. Dierfiguren, overal zie je dierfiguren! Niemand neemt er aanstoot aan, maar wat moet je ermee? Wat dat betreft zou ik geen moeite hebben met een wat terughoudender beleid, of zelfs een opschoning van wat er nu staat. Vroeger kwam er een monument, vaak op initiatief van een groep, met een duidelijke betekenis. Soms bizarre beelden, en we vinden ze misschien niet allemaal meer zo mooi, maar ze stelden wat voor. Ze kwamen voort uit bezield enthousiasme. Brittannia, een Neptunusbeeld in een fontein. Heel anders dan nu. Het zegt nu soms zo weinig, het is zo niksig, dat je net zo goed in het openbaar ons geld kunt verbranden.”
Men staat erbij en men kijkt ernaar.
,,Ja, mensen halen hun schouders op of klagen over de kosten, en dat is het dan. Maar ik geloof ook dat mensen best spontaan over kunst willen praten als ze ertoe worden uitgenodigd. Mijn ervaring is dat als je het gesprek eenmaal aangaat, mensen wel degelijk allerlei ideeën bij een werk hebben.”
Wat vindt u trouwens van het concept om elk jaar twee steden de titel Culturele Hoofdstad van Europa te geven?
,,Het zijn evenementen die een hoop geld en aandacht genereren. Maar tegelijk is de culturele opbrengst voor de stad zelf achteraf vaak maar matig. Dat is iets om over na te denken. Wat heeft de stad zelf te bieden aan de wereld, en wat is de verandering die plaatsvindt?”
We noemen dat hier de legacy. Is zo’n evenement dan verspilde moeite?
,,Nee, nee, zo wil ik dat niet zeggen. Kunst gaat over de universele dingen van het leven. Theoretisch kan iets nieuws, iets prachtigs op elke plek ter wereld ontstaan waar de goede dingen samenkomen. Waar je bestaande kunst waardeert en open staat voor nieuwe kunst. En een Culturele Hoofdstad is wel een plek waar in een jaar tijd veel kunstenaars zich verzamelen, waar geld beschikbaar is, waar aandacht bestaat voor vernieuwende ontwikkelingen. Dat biedt natuurlijk meer mogelijkheden dan anders.”
Nog een laatste aanbeveling voor ons in 2018?
,,Kijk, luister, reflecteer, creëer, en dan kan er zomaar iets gebeuren.”
Dit is de laatste bijdrage in een serie artikelen over de waardering van kunst in Fryslân, in de aanloop naar Leeuwarden Fryslân Culturele Hoofdstad 2018

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

cultuur
Familieberichten
Advertenties