De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 17 januari

Economiewoensdag, 20 december 2017

Topman bij zwakke bank van lagere sociaaleconomische komaf
Tilburg - De rol van de bestuursvoorzitter was mede bepalend of banken in de financiële crisis overheidssteun nodig hadden. Zwakke banken hadden een CEO van lagere komaf en bonussen voor de korte termijn. Deze banken namen meer risico dan gemiddeld.
Dat concludeert Joris van Toor in zijn proefschrift. “De sociaaleconomische komaf van CE’s bij zwakke Amerikaanse banken was lager dan bij financiële instellingen die de crisis zonder steun zijn doorgekomen. De karakteristieken van CEO’s en hun gevoeligheid voor financiële prikkels waren een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van de crisis”, zegt Van Toor.
In het onderzoek werd gekeken naar het beroep van de vader van de topman: een neuroloog werd hoog ingeschaald, een fabrieksmedewerker laag. “Banken die veel risico namen en meer korte termijnbonussen uitkeerden, kwamen slecht door de crisis. Ik heb overigens niet onderzocht of de CEO voor het risicoprofiel van de bank zorgde, of dat de instelling bewust een bestuurder heeft gezocht die grotere risico’s wilde nemen. Dat is nog een onderzoeksveld dat in ontwikkeling is.”
De financiële crisis werd in 2007/2008 ingeluid door een bankencrisis. Voornaamste oorzaak waren de grote risico’s die banken en financiële instellingen namen met hypotheken in de Verenigde Staten. Toen bleek dat huizenbezitters, nog al eens zonder of met weinig inkomen, hun hypotheek niet meer konden betalen en de sleutels inleverden, kwam de speculatie met hypotheekproducten keihard aan het licht. In Nederland kregen onder meer ABN Amro, ASR, ING, SNS Reaal en Aegon hulp van de overheid.
Van Toor heeft ook onderzocht hoe banken die kort voor de crisis erg goed presteerden, het er nu vanaf brengen. “De Amerikaanse financiële instellingen die het hardst gegroeid zijn vlak voor de crisis, en dat gebeurde vooral via het uitgeven van hypotheken, hebben nu de meeste moeite om te herstellen. Mijn interpretatie daarvan is dat veel inkomsten opgaan aan het voldoen aan nieuwe regels, grotere buffers en andere veiligheidsmaatregelen die overheden, toezichthouders en maatschappij hebben opgelegd.”
Het opmerkelijke is dat bij Europese banken de crisis geen spelbreker is geweest. “Europese banken die het voor de crisis goed deden, doen het nu ook goed. Interessant is dat die trend gedragen wordt door banken in Noordwest-Europa. In de perifere landen - Griekenland, Spanje, Ierland - nemen we dat niet waar.”
Nieuwe leiding
Een derde onderzoeksvraag die de promovendus zich stelde was de invloed van een nieuwe bestuursvoorzitter op de prestaties van een financiële instelling. “De winstgevendheid van een bank daalt substantieel na het aantreden van een nieuwe CEO. Dat heeft simpelweg te maken met een toename in de voorzieningen voor slechte leningen. De hoogte van die voorzieningen wordt mede door de nieuw CEO zelf vastgesteld.” Voorzieningen worden gedaan op de bankbalans op basis van de risico’s op wanbetaling bij leningen.
Het gebeurt vaker, ook bij niet-financiële instellingen, dat een nieuwe topman schoon schip maakt om na verloop van tijd te kunnen laten zien dat zijn of haar nieuwe koers werkt. “Er zijn twee mogelijke verklaringen. In de eerste plaats inderdaad de positionering van de nieuwe CEO ten opzichte van zijn voorganger. Het kan echter ook zo zijn dat die voorganger daadwerkelijk te weinig voorzieningen heeft gepleegd en dat die onder de nieuwe topman op het juiste niveau worden gebracht. Ik wil maar zeggen: het hoeft geen opportunistisch gedrag van de nieuwe CEO te zijn als hij de voorzieningen verhoogt.”
De promovendus raadt aan om veranderingen in het voorzieningenniveau bij een wisseling van de wacht goed in de gaten te houden. Hogere voorzieningen hebben effect op de winstgevendheid en kunnen tot een afname in de verstrekking van leningen leiden.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

economie
Familieberichten
Advertenties