De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

donderdag 14 december

Hoofdartikelwoensdag, 29 november 2017

De actualiteit van honderd jaar geleden
Hoe actueel kan een grondwetswijziging zijn die vandaag precies honderd jaar geleden met een hamerslag in de Eerste Kamer werd aangenomen? Er vond een uitruil plaats tussen confessionele, liberale en sociaaldemocratische partijen: de ene kant kreeg door de staat betaald christelijk onderwijs (artikel 23 van de grondwet), de andere kant mocht voortaan rekenen op kiesrecht voor iedereen boven de (toen nog) 23 jaar. Weliswaar eerst alleen nog mannen, maar dat veranderde twee jaar later. Op veel plaatsen in Europa waarde het revolutiespook en uit angst voor oncontroleerbare gebeurtenissen in het doorgaans zo rustige Nederland kregen ook vrouwen in 1919 actief stemrecht.
Het destijds genoemde weldenkende (liberale) deel van de natie heeft zich in de jaren vóór de gelijkstelling van het christelijk onderwijs altijd verzet tegen bijzondere scholen. ‘Waar de kinderen van hetzelfde Volk naarmate van de door hunne ouders omhelsde kerkelijke leerstellingen worden gescheiden, zal er bekrompen onverdraagzaamheid worden gekweekt’, werd er gezegd. Maar het bleek uiteindelijk niet het christelijk onderwijs dat de door liberalen geregeerde gedomineerde heerschappij zou breken, maar het algemeen kiesrecht. Het waren niet de liberalen noch de sociaaldemocraten maar vooral de confessionelen die er het meeste van profiteerden.
De liberale argumentatie van destijds tegen christelijk onderwijs klinkt verrassend actueel als we nu de meningen horen van diegenen die tegen bijzonder onderwijs zijn. Het zou zogenaamd voor de eenheid van ons land goed zijn als alle kinderen hetzelfde onderwijs krijgen. En niet zelden wordt daarbij gezegd dat het de staat moet zijn die dat bepaalt. Bovendien zouden de populisten in dit land door het afschaffen van artikel 23 van de grondwet graag een einde maken aan islamitische scholen.
Als er een ding is dat de door de overheid betaalde vrijheid van onderwijs heeft laten zien, is dat de staatsalmacht over het denken wat wel en niet goed is bij de opvoeding van onze kinderen los kon worden gemaakt van het elitaire, liberale denken. Historicus Huizinga (een liberaal) zei hierover dat het bijzonder onderwijs ‘de erkenning is van een vrijheidsbeginsel tegen de almacht van de staat in’.
Bijzonder onderwijs is al lang niet meer iets specifiek christelijks. Verschillende theorieën over leermethoden en pedagogische opvattingen vallen eveneens onder de paraplu van het grote goed van artikel 23 van de grondwet. Deze verworvenheid mag niet wordt verkwanseld. Het komt er uiteindelijk op neer dat ouders kunnen beslissen over hoe hun kinderen onderwijs krijgen, hoewel zij zich daar soms nauwelijks om lijken te bekommeren. Maar het gaat erom dat het recht er is. Honderd jaar later en nog steeds actueel. PAdV

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties