De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 26 september

Regiozaterdag, 9 september 2017

Regels zitten weidevogelclubs in de weg
Leeuwarden - De collectieven van agrarisch natuurbeheer in Fryslân lopen nog steeds aan tegen regelzucht en bemoeienis van Den Haag en Brussel. In het tweede jaar van hun bestaan zijn ze netto niettemin tevreden met de nieuwe gemeenschappelijke aanpak, vooral omdat er sneller in beheermaatregelen bijgestuurd kan worden.
Sinds vorig jaar functioneert het agrarisch natuurbeheer in Fryslân in zeven collectieven. Tot die tijd waren het de individuele boeren die contracten afsloten met de overheid. In de nieuwe situatie kunnen boeren zich bij het collectief melden, dat vervolgens een selectie maakt van de voor natuurbeheer meest kansrijke gebieden. Zogenaamde mozaďekbeheerders letten er daarbij onder meer op dat er grotere aaneengesloten gebieden ontstaan, waardoor natuurontwikkeling meer ruimte krijgt. Het collectief dient dan één gemeenschappelijke aanvraag in bij de overheid.
“De Nederlandse aanpak via collectieven is nieuw in Europa”, weet Wilco de Jong, voorzitter van Kollektivenberied Fryslân. De gedachte erachter was dat zij beter dan de overheid lokaal kunnen bijsturen, kortere lijntjes met betrokken boeren kunnen onderhouden en tot een verlaging van uitvoeringskosten zouden leiden.
De collectieven hebben een deel van de overheidsrol overgenomen en ontlasten de boeren van administratieve rompslomp. Zo zorgen ze voor de uitbetaling aan betrokken landbouwers en laten ze zelf controles uitvoeren door zogenaamde schouwen – “fjildminsken mei gefoel foar natuer en lânbou” - die van elders komen en de betreffende boeren niet persoonlijk kennen. Zo moet hun onafhankelijkheid gewaarborgd zijn.
Ha ns Kroodsma, voorzitter van collectief Waadrâne, vindt het dan ook wel jammer dat daarnaast óók de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controles uitvoert. “Soms beheare boeren har lân net hielendal neffens de regels fan de NVWA, wylst wy witte dat dit behear wol yn it belang fan de greidefűgels is.” Kroodsma noemt als voorbeeld plasdrasgebieden, die volgens de NVWA zowat volledig onder water moeten staan. “Mar fűgels wolle ek graach hjir en dęr wat grűn űnder ‘e poaten ha.” Nu de aanvragen collectief zijn geregeld, geeft de NVWA wel iets meer marge om van de richtlijn af te wijken.
Ook Brusselse eisen zitten de collectieven nog wel eens in de weg. “Zo was er een regel voor het beheer van kruidenrijk land dat je als boer twee weken van tevoren moest melden als je ruige mest wilde uitrijden”, vertelt De Jong. “Terwijl het juiste moment om dit te doen natuurlijk weersafhankelijk is. Gelukkig wordt die termijn nu teruggebracht naar twee dagen.” Het gevaar bestaat, aldus De Jong, dat welwillende boeren door dergelijke regels hun motivatie verliezen om mee te doen.
Volgens Age Flapper, penningmeester van collectief Súdwestkust, wordt de coördinatie tussen de overheid, Staatsbosbeheer, Fryske Gea en de collectieven wel steeds beter. Ook is hij blij dat het kabinet heeft besloten om jaarlijks twintig miljoen euro meer voor agrarisch natuurbeheer uit te trekken. Hij verwacht er binnen zijn eigen collectief zo’n 100 tot 150 hectare extra door te kunnen aanwijzen.
Meer vandaag in het Friesch Dagblad

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties