De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


woensdag 18 oktober

Hoofdartikelvrijdag, 1 september 2017

Fries is niet alleen gered met acceptatie
Goed nieuws voor het Fries in deze krant dinsdag: rijksdiensten als de Belastingdienst accepteren in het vervolg ook in het Fries opgestelde verantwoordingen van instellingen met een goede-doelen-status (zogenoemde Anbiís).
Ophef daarover was ontstaan door het feit dat Doarpsbelang Aldegea-Smel door de Belastingdienst onlangs op de vingers was getikt vanwege een Friestalige publicatie. Dat zal niet meer gebeuren, beloofde minister Plasterk (Binnenlandse Zaken), omdat het Fries in Frysl‚n een gelijke status heeft als het Nederlands, schreef hij aan de Tweede Kamer.
Daar heeft de minister natuurlijk gelijk in en daarom is het terecht dat hij deze beslissing neemt. Ook is het begrijpelijk dat gedeputeerde Sietske Poepjes blij is met dat besluit, zoals dinsdag eveneens in het Friesch Dagblad te lezen was. Maar Friezen en alle andere mensen die de Friese taal een warm hart toedragen, moeten niet denken dat het Fries met een besluit als dit gered is, of zelfs heel veel verder wordt geholpen.
Want enkele kanttekeningen zijn toch wel te plaatsen bij Plasterks besluit. Zo gaat het hier om een toezegging over iets wat volgens de wet al lang werkelijkheid had moeten zijn. Het Fries is hier immers een officiŽle taal die, zoals Plasterk al schreef, dezelfde status heeft als het Nederlands. Uiteraard mag die taal dan ook gebruikt worden door Friese instellingen of organisaties: daar zou geen Tweede Kamerbrief aan te pas moeten komen.
Toch is het ook de vraag of het Fries er op zichzelf veel mee geholpen is als instellingen of organisaties erop blijven staan deze taal te gebruiken in contacten met de rijksoverheid. Men kan niet verwachten dat elke ambtenaar van de rijksoverheid die taal beheerst, zeker niet als die op schrift gesteld is. Moet die dan koste wat kost gebruikt worden, omdat dat nu eenmaal het recht van de Friezen is? Daarover kan men verschillend denken.
Belangrijker voor de instandhouding van het Fries is dan de manier waarop bijvoorbeeld het onderwijs met deze taal omgaat. Ook daarover schrijft Plasterk: volgens hem zijn de gedeeltelijke ontheffingen voor het Fries een goede zaak omdat die juist leiden tot meer Fries onderwijs. Dat valt te bezien, maar zolang er geen concrete doelstellingen worden gesteld bij het streven van het ministerie dat steeds minder scholen binnen het Friese taalgebied ontheffing nodig hebben, is controle nauwelijks mogelijk.
Het allerbelangrijkste voor het Fries is en blijft dat die taal gebruikt wordt, zowel in de onderlinge contacten als in het contact met de plaatselijke overheden of door die overheden zelf. Dat gebeurt gelukkig veel. Een coulante en meegaande houding van de rijksoverheid blijft daarbij ook nodig.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties