De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 24 augustus

Geloof & Kerkdonderdag, 20 juli 2017

Kijken en leven vanuit verwondering, door God geschonken
De zomer is een periode waarin we vaak met andere ogen naar onze omgeving kijken, met verwondering. Mensen uit diverse terreinen van de samenleving schrijven over hun persoonlijke ervaring hiermee. Vandaag een inleiding op het thema door Catherinus Elsinga.
Een geheim
De aandacht voor verwondering hangt samen met hernieuwde belangstelling voor spiritualiteit en zingeving. Kennelijk kunnen we niet toe met een gesloten en mechanisch wereldbeeld. Schoonheid, grootsheid, liefde en de mens zelf verwijzen naar een geheim dat uitgaat boven wat wij vatten.
Dat klinkt op typisch Bijbelse wijze door in Psalm 8. De dichter is diep onder de indruk van de grootsheid van de kosmos als Gods scheppingswerk. Maar Gods glorie herkent hij bovenal in de koninklijke positie die aan kleine en kwetsbare mensen is toebedeeld. De majesteit van kinderen en nietige stervelingen doen de dichter uitroepen: ‘O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde!’ (NBG-vertaling 1951).
Daarmee geeft de Bijbel een duiding aan wat zich aan ons voordoet, een duiding die voorkomt dat verwondering uitloopt op valse mystiek en afgoderij. De aandacht wordt gevestigd op Gods liefde voor zwakken en zondaren die openbaar wordt in Christus. ‘Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen die Hem lief hebben.’
Verwondering geeft hoop
Het woord verwondering hangt in het Grieks samen met het woord ‘zien’ of ‘schouwen’. Het Nederlandse woord is ontleend aan het wonder: dat wat ons van Gods kant overkomt. Bij verwondering spelen beide elementen een rol: wat niet binnen onze horizon ligt, wordt van Godswege binnen ons gezichtsveld gebracht.
Als de HEER aan Abraham belooft dat de bejaarde Sara een zoon zal krijgen, lacht Sara in zichzelf. Maar de HEER wijst haar terecht met de woorden: ‘Zou voor de HEER iets te wonderlijk zijn?’ Elly en Rikkert Zuiderveld schreven er een kinderlied over: Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn. Het laatste couplet luidt:
Dan wordt alles anders,
kan je zoveel meer.
Kijk eens wat je aandurft,
samen met de Heer.
Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn?
Voor de Heer iets te wonderlijk zijn?
Dat voor de HEER niets te wonderlijk is, geeft de gelovige hoop in crisissituaties. Dat ondervindt bijvoorbeeld iemand als de profeet Jeremia als hij rond 586 voor Christus gevangen zit in Jeruzalem. Hij weet dat de stad door de Chaldeeën ingenomen en platgebrand zal worden. Toch heeft hij het lef om van zijn neef een akker te kopen. God belooft namelijk dat er na de donkere jaren van ballingschap voor Israël een nieuwe toekomst aanbreekt. Onvoorstelbaar op dat moment, maar beloofd is beloofd. ‘Zie, Ik ben de HEER, de God van al wat leeft. Zou ook maar iets voor Mij te wonderlijk zijn?’ (Jeremia 32:27).
Gods eigen werk
Verwondering komt over de mensen als Jezus verschijnt. Wanneer Hij een stomme geneest roepen ze uit: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’ Samenvattend schrijft de evangelist over Jezus’ optreden: ‘De mensen zagen vol verwondering hoe doofstommen gingen spreken, kreupelen beter werden, verlamden gingen lopen en blinden weer konden zien en zij verheerlijkten de God van Israël.’ Hier is meer aan de hand dan het leveren van een uitzonderlijke prestatie; God Zelf is aan het werk. Daarom mondt de verwondering uit in lofprijzing.
Omdat Gods aanwezigheid voelbaar is in het wonder, raken aan de verwondering ook ontsteltenis, verwarring en angst. Als Jezus zijn leerlingen door een wonder een geweldige visvangst bezorgt, valt Petrus voor Hem op knieën en roept uit: ‘Here, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens.’
Na de genezing van een zieke noteert de evangelist: ‘En ontsteltenis greep hen allen aan en zij verheerlijkten God, en werden vervuld met vrees en zeiden: Wij hebben vandaag ongelofelijke dingen gezien.’ Die mengeling van angst en vreugde is tekenend voor onze dubbelzinnige verhouding tot God. Hij alleen biedt vervulling en vreugde, maar wie kan zijn komst verdragen?
Inbreuk
Niet slechts Gods grootheid wekt verwondering, maar vooral het feit dat zijn handelen een inbreuk is op de gangbare denkwijze en dynamiek in de wereld. Psalm 118 roept op God te prijzen met het herhaalde ‘Loof de HERE, want Hij is goed, ja zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.’ De dichter heeft door Gods hulp zich kunnen bevrijden uit de omsingeling door zijn vijanden. Dat is al een wonder op zich.
Maar zijn beleving gaat dieper. Want in zijn redding ervaart hij tegelijkertijd ommekeer bij de HEER. ‘Ik zal niet sterven, maar leven en de daden van de HEER verhalen: de HEER heeft mij gestraft, maar mij niet prijsgegeven aan de dood.’ Die mij strafte is mijn redder! Dat maakt het pas echt opzienbarend.
In vers 22-23 volgen dan de bekende woorden: ‘De steen die de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden. Dit is door de Here geschied, het is wonderlijk in onze ogen.’ De afgedankte en verworpene krijgt de meest fundamentele positie in Gods bouwwerk. De HEER haalt een streep door de alom verwachte overwinning van de vijandige machten.
Zo werkt God. Daarom kun je beter bij Hem schuilen dan op mannen met macht vertrouwen - hoe schuldig je ook bent. Maar wonderlijk is het wel.
De tekst over de steen die door de bouwlieden wordt afgekeurd betrekt Jezus op Zichzelf. Hij wordt door de Joodse leidslieden uit ‘de wijngaard’ (Gods volk) gegooid en op brute wijze gedood. Toch zal Hij als opgestane Heer de hoeksteen blijken te zijn. In de persoon van Jezus als ‘steen des aanstoots’ komt het hart van Gods reddende werk aan het licht. Dat is 'wonderbaarlijk om te zien’ (Matteüs 21:42)! Tenminste als je ogen daarvoor geopend worden door de Geest.
Leven van het grootste wonder helpt om in deze wereld hoop te houden. De apostel Johannes peilt niet alleen wat er nu al is, maar hoort en ziet ook wat er komt en de God Zelf aankondigt: ‘Zie Ik maak alle dingen nieuw.’ (Openbaring 21:5). Het eeuwige wonder. Vanuit die verwachting mogen we naar de wereld kijken.
Ds. Catherinus Elsinga is sinds september 2012 verbonden aan wijkgemeente De Ontmoeting in Almelo. Hij is Fries van geboorte en groeide op in de omgeving van Lollum.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties