De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

woensdag 13 december

Economiedonderdag, 13 juli 2017

Fikse mindering in fosfaatrechten in 2018
Leeuwarden - Melkveehouders krijgen volgend jaar 8,3 procent minder fosfaatrechten. Hun dieren produceren te veel mest en daarmee fosfaat. De korting is ingesteld om het mestoverschot weer onder het Europese plafond te krijgen.
Staatssecretaris Martijn van Dam (Landbouw) heeft het kortingspercentage gisteren bekendgemaakt. Met de korting moet de productie van de totale melkveehouderij weer onder het maximum van 84,9 miljoen kilo fosfaat komen. Lukt dat niet, dan komt er een extra korting, waarschuwde de staatssecretaris gisteren in een brief aan de Tweede Kamer.
De korting wordt gebaseerd op de fosfaatproductie van 2 juli 2015, de datum waarop het ministerie naar buiten bracht dat er beperkingen komen op de omvang van de veestapel. Op de peildatum lag de productie op 89,4 miljoen kilo. Op 2 juli 2015 werd ook het fosfaatrechtenstelsel aangekondigd dat op 1 januari 2018 in werking treedt.
Bij de aankondiging van het fosfaatrechtenstelsel was direct al duidelijk dat er generieke kortingen aan zaten te komen om weer onder het plafond uit te komen. In eerste instantie was het de bedoeling dat alle boeren gekort zouden worden. Bij de overdracht/verkoop van rechten komt er een korting van 10 procent.
Het opleggen van een generieke korting leidde tot veel kritiek. Vooral biologische en grondgebonden boeren stellen dat ze niet hebben bijgedragen aan het landelijk overschot omdat hun productie is afgestemd op de hoeveelheid grond die ze hebben.
Van Dam ging er in het beginstadium nog vanuit dat de generieke korting zou uitkomen tussen de 4 en 8 procent. Hoe meer groepen er vrijgesteld zouden worden, hoe hoger de korting voor de overgebleven boeren zou worden, was zijn insteek. Hij wilde de groep uitzonderingen zo klein mogelijk houden, maar onder druk van de Kamer zijn biologische en grondgebonden boeren nu toch vrijgesteld. Er is ook een uitzonderingspositie voor nieuw gestarte bedrijven en bedrijven die in een bijzondere situatie zitten vanwege de realisatie van een natuurgebied of de aanleg of het onderhoud van publieke infrastructuur of nutsvoorziening.
Sinds 2015 is er geen melkquotum van de EU meer. Het aantal koeien in Nederland nam daarna snel toe, net als het mestoverschot. De EU gunt Nederland al jaren soepele mestregels. Door het overschot dreigde die uitzonderingspositie, de zogenoemde derogatie, verloren te gaan.
Om het mestoverschot dit jaar al terug te dringen heeft het kabinet eerder een opkoopregeling ingesteld. Die moet ervoor zorgen dat de uitzonderingspositie binnen Europa met een hogere bemesting behouden kan blijven. In verband met klimatologische omstandigheden groeit het gras hier langer en meer dan in veel andere Europese landen. Mest kan hier dan ook beter en meer worden opgenomen door het gewas. Ook de veevoersector werkt aan het verlagen van de hoeveelheid fosfaat in het voer. Dit jaar moeten alle melkveehouders al uitkomen op een bedrijfsomvang van de situatie van 2 juli 2015 minus 4 procent (uitgezonderd grondgebonden met voldoende grond).
Brancheorganisatie LTO Nederland stelt dat de korting veel bedrijven zal raken maar vindt het belangrijk dat er nu duidelijkheid is over het kortingspercentage en ziet de noodzaak ertoe in, aldus Kees Romijn, voorzitter Melkveehouderij. ,,We hebben altijd gestreden om de korting zo laag mogelijk te houden, maar om derogatie te behouden moeten we binnen het sectorplafond van de melkveehouderij blijven.”
De landbouworganisatie heeft zich ervoor ingezet geen veiligheidsmarge in te bouwen, zoals Van Dam in eerste instantie van plan was. Dat betekent dat bij eventuele tegenvallers in de reductie van de fosfaatproductie de generieke korting hoger uitkomt dan de nu gestelde 8,3 procent. ,,Door onze inzet is het kortingspercentage nu eerst aanzienlijk lager vastgesteld.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

economie
Familieberichten
Advertenties