De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zaterdag 16 december

Hoofdartikelvrijdag, 30 juni 2017

Over de praatpaal en het belang van design
Vanaf dit weekeinde valt het doek voor de vertrouwde gele ANWB-praatpaal. Het is een kwestie van voortschrijdende technologie en een veranderende samenleving. Iedere automobilist heeft nu wel een telefoon bij zich om de ANWB te bellen.
Toch is het jammer. Nederland heeft namelijk een naam hoog te houden in industrieel ontwerp van hoog niveau in de publieke ruimte. Goed doordachte en eigenzinnige ontwerpen van industrieel ontwerpers van naam en faam kleurden het aanzien van Nederland zoals molen, dijken en tulpenvelden dat ook deden.
De Nederlandse praatpaal is namelijk geen saai baken voor de automobilist in nood zoals in buurlanden wel het geval is of was. Het Nederlandse ontwerp van Chrétien Gerrits uit 1993 is een lust voor het oog én er is over nagedacht. De opvallende lange ´oren’, die de paal de bijnaam Broer Konijn opleverden. De oren hebben een functie. Omdat de ANWB een paal wilde voor mensen van alle lengtes maar zonder opstapje, moest Gerrits creatief zijn. De oren zijn als een kelk die het geluid uit en naar de speaker versterken zodat alle automobilisten van elke lengte goed verstaanbaar zijn voor de centrale.
De opkomst van massacommunicatie en massavervoer in de twintigste eeuw zorgde ervoor dat het aanzien van het landschap in de twintigste eeuw veranderde. Er waren hiervoor immers voorzieningen nodig die in de openbare ruimte werden geplaatst. In Nederland werd er voor gekozen om deze voorzieningen te laten ontwerpen door bekende ontwerpers. Zo vroeg de PTT in 1931 aan architect Leendert van der Vlugt om een telefooncel te ontwerpen. Van der Vlugt is ook de architect van de beroemde Van Nelle-fabriek in Rotterdam, dat inmiddels op de Unesco-Werelderfgoedlijst staat. Zijn grijze telefooncel staat niet voor niets in Museum Boijmans Van Beuningen.
Hetzelfde gold voor de Nederlandse guldens en postzegels. Het afscheid van de gulden in 2002 viel zo zwaar omdat ´we’ zulk mooi geld hadden. De snip, zonnebloem of vuurtoren van de onlangs overleden graficus Ootje Oxenaar waren te mooi om uit te geven. Wat we ervoor in de plaats kregen, waren saaie eurobiljetten.
Inmiddels is de samenleving veranderd. Post versturen we nauwelijks nog en daarom verdwijnen postzegels en postbussen. Iedereen heeft zijn eigen telefoon en daarom zijn telefooncellen en praatpalen overbodig geworden. Bovendien zijn de aloude nationale nutsbedrijven als PTT of NS geprivatiseerd en hun monopolie verloren. Zodoende is hun alomtegenwoordige bedrijfsstijl verdwenen. Daarmee verdwijnt langzaam een belangrijke Nederlandse traditie van design in het publieke domein dat zo goed doordacht en eigenzinnig was dat het zich kon meten met ´gewone’ kunst in het openbaar domein.
Is dat jammer? Ja. Want behalve handig in gebruik is een goed ontwerp ook een lust voor het oog. En even belangrijk is de bijdrage van kenmerkende ontwerpen met een nutsfunctie voor de nationale identiteit. Het is onzin om dingen die hun functie hebben verloren te handhaven. Tijden veranderen, maar ook voor 21e-eeuwse technologie, zoals windmolens of zendmasten, zijn alledaagse ontwerpen nodig die de publieke ruimte en het nationale aangezicht vormgeven.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties