De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

donderdag 14 december

Hoofdartikelwoensdag, 3 mei 2017

Vrijheid vieren met vrije dag is niet zo gek
Er wordt aan de borreltafel heel wat afgepraat over het officiŽle aantal vrije dagen in Nederland. Het verschilt natuurlijk per cao, maar volgens de wettelijke normen komen we uit op 28 dagen: acht officiŽle feestdagen en wettelijk twintig vakantiedagen bij een vijfdaagse werkweek.
In vergelijking met andere landen hebben Nederlanders minder vakantie maar werken ze gemiddeld korter per dag. In Zweden is het totaal aantal vrije dagen 39, in landen als Frankrijk, Engeland of Denemarken staat de teller op 36. Ook in Portugal, Spanje, ItaliŽ, Noorwegen, BelgiŽ en Duitsland heeft iedereen wettelijk meer vrije dagen dan in Nederland.
Het aantal vrije dagen heeft alles te maken met de arbeidsproductiviteit, die zich uiteindelijk vertaalt in de hoogte van het nationale inkomen per hoofd van de bevolking. Nederland hoort bij de meest arbeidsproductieve landen ter wereld, terwijl landen waar dagelijks veel meer uren worden gewerkt (Spanje, Portugal, ItaliŽ) veel minder hoog scoren. Blijkbaar verzetten we in Nederland met elkaar veel meer werk in minder werktijd.
Ook de hoogte van het maandelijkse inkomen van werknemers is een indicatie. Zo wordt Duitsland gezien als de economische motor van Europa, maar veel werknemers hebben daar per persoon anderhalf of twee banen nodig om de eindjes aan elkaar te knopen.
De conclusie moet zijn dat we in Nederland in vergelijking met het buitenland keihard werken. Dat is de basis van onze relatieve welvaart. De productiviteit zorgt ervoor dat we onze spullen in het buitenland kunnen afzetten: het gaat om luxeproducten die nooit in die kwaliteit voor die prijs in andere landen kunnen worden gemaakt En dan is salaris niet bepalend, maar vooral kennis, opleiding, inzet en betrokkenheid van werknemers en leidinggevenden.
Dit is natuurlijk een economisch ingestoken wereldbeeld. Het houdt geen rekening met stress of welbevinden van burgers, maar speelde deze week wel een rol in de discussie over de vraag of 5 mei, Bevrijdingsdag, een jaarlijkse vrije dag zou moeten worden voor iedereen. Het kabinet Lubbers had in 1987 al besloten dat 5 mei een vrije dag kon zijn voor heel het land, maar de premier liet de uitvoering ervan over aan de werkgevers en werknemers. Het kwam er niet van.
Deze week werd bekend dat een groeiend aantal Nederlanders vindt dat Bevrijdingsdag een nationale vrije dag moet worden, zo blijkt uit onderzoek van het Nationaal Comitť 4 en 5 mei. 70 procent van de mensen is voorstander van een vrije dag. Vorig jaar was dat 60 procent. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat sommigen bijvoorbeeld Goede Vrijdag zouden willen uitruilen tegen 5 mei.
Maar dat is helemaal niet nodig. Er is geen man overboord als we een extra vrije dag zouden krijgen. Mensen gaan er zoīn feestdag vaak op uit en besteden geld aan allerlei zaken. Het belangrijkste is echter niet het economische argument. Een gezamenlijke vrije dag is goed voor de saamhorigheid in het land en voor het besef dat we wel wat over mogen hebben voor onze vrijheid. Dat we ons realiseren dat de offers die zijn gebracht - en die we een dag eerder hebben herdacht - niet voor niets zijn geweest. Vrijheid vieren met een vrije dag is helemaal niet zoīn gekke gedachte.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

De laatste alinea spreekt mij erg aan. Deze verwoordt kort en krachtig waar het om gaat.

Nynke Kramer, Wolvega - woensdag, 3 mei 2017


hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties