De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zondag 17 december

Hoofdartikelmaandag, 24 april 2017

Wie de macht heeft, kan zonder referenda
Kamerleden van PvdA, D66 en GroenLinks zetten zich al tijden in voor het invoeren van het referendum.
Een raadplegende referendum kent Nederland sinds enkele jaren. Het is in 2015 ook al eens gebruikt voor de goedkeuring van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en OekraÔne. Een wetsvoorstel voor een bindend referendum moet nog voor een tweede lezing door Eerste en Tweede Kamer.
Dat voor elkaar krijgen was al lastig, want in een tweede lezing van een grondwetswijziging is een tweederdemeerderheid in beide Kamers nodig. Met VVD, CDA, ChristenUnie en SGP als geheide tegenstanders van directere democratie is die tweederdemeerderheid nimmer te behalen.
Maar nu hebben de drie partijen hun indiening voor tweede lezing uitgesteld. D66 en GroenLinks hebben dat gedaan om de onderhandelingen in de formatie niet in de wielen te rijden. PvdA echter gaat het voorstel ook niet eigenhandig indienen. De reden is simpel: de PvdA-leden hebben op een recent partijcongres tegen referenda gestemd. De fractie moet die lijn opvolgen, wat zou betekenen dat de PvdA tegen het eigen initiatief zou gaan stemmen. Naar alle verwachting komt van dit afstel, uitstel. Tenzij D66 en GroenLinks in de formatie er een 'vrije kwestieí van weten te maken. Maar ook dan zullen ze hun knopen tellen.
De vraag is hoe enthousiast de indieners nog zijn over hun idee. Het kan natuurlijk zijn dat de referendum-indieners principieel voor volksraadplegingen zijn. Maar in de politiek is er ook veel pragmatisme. Bovendien, wat is er voor hen belangrijker: het onderwerp waarover een referendum gaat of het referendum zelf?
Van oudsher zijn voorstanders van referenda te vinden bij partijen die buiten de macht staan. Om de macht uit te dagen, om hun stem ook te laten horen, is het veranderen van regels en instituties een methode. Dat was in 1966 de opzet van D66, om het politieke establishment op te schudden door democratische vernieuwingen door te voeren. Zo zou de burger meer greep krijgen op het landsbestuur. Het is, in zekere zin, hetzelfde verhaal waarmee Thierry Baudet van het Forum voor Democratie dit keer in de Tweede Kamer is gekozen.
Maar D66 en ook, in toenemende mate, GroenLinks zijn geen uitdagers meer van de partijpolitieke orde, maar onderdeel ervan. Ze hebben geen referenda meer nodig om hun stempel op wetten te drukken: ze zitten immers nu te onderhandelen over een regeerakkoord.
Daarnaast is de kans groot dat referenda in Nederland een meerderheid geven aan ideeŽn die D66 en GroenLinks juist niet steunen. Kijk maar naar de uitslag van het OekraÔnereferendum. Wanneer referenda in het nadeel zijn voor het uitvoeren van de eigen politieke idealen, zijn partijen al snel geneigd om lauwer te reageren op volksraadpleging. In het verleden was de PvdA ook vooral voor referenda op het moment dat de partij in de oppositie zat. Wanneer de sociaaldemocraten regeerden was het enthousiasme een stuk minder groot.
Het referendum is een typisch machtsmiddel voor wie buiten de macht staat. Voor partijen die eenmaal door de geŽigende wegen een vinger in de pap hebben gekregen, zijn het slechts hindernissen in het verwezenlijken van idealen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

De strekking van uw hoofdartikel klopt precies. Toen het tweede kabinet-Kok de euro in wilde voeren, werd er geen referendum gehouden omdat men op de klompen wel aan kon voelen dat er vele tegenstanders waren. D66 en PvdA zaten toen ook in het kabinet en hadden de meerderheid der ministerszetels. Maar het kwam D66 niet goed uit. Sindsdien is het streven naar referenda door die partijen ongeloofwaardig. Gelukkig heeft Wiegel er in de Eerste Kamer nog eens een stokje voor gestoken toen een wetsvoorstel tot invoeren van een referendum in tweede lezing werd verworpen.

J. Elsinga, Ermelo - maandag, 24 april 2017


hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties