De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

dinsdag 12 december

Hoofdartikelwoensdag, 19 april 2017

Q-koorts is weg en aantal geiten groeit
De epidemie van de Q-koorts lijkt al lang geleden: zoŽn tien jaar. Maar voor de mensen die nog steeds lijden aan de gevolgen van de ziekte en voor degenen die een dierbare verloren aan de ziekte is de Q-koorts een werkelijkheid, iedere dag.
Nauw verbonden met de emoties rondom de epidemie is de houding van de overheid tijdens de uitbraak. Naar het oordeel van mensen die ziek zijn geworden, maar ook van medici, reageerde de overheid veel te laat. Intussen is het beleid een stuk strenger geworden: iedere veertien dagen wordt geitenmelk gecontroleerd op de ziekte. Sinds 2016 zijn er geen besmettingen bekend in ons land.
In zuidelijke provincies, met name in Brabant, is onrust ontstaan naar aanleiding van de snelle groei die de geitenhouderij doormaakt. Sommige boeren doen aan uitbreiding van het aantal geiten met een factor twee. Boeren die, bijvoorbeeld, tot nu toe achthonderd geiten houden, hebben straks zestienhonderd. Sommige boeren willen hun nieuwe stal betrekkelijk dicht bij een dorp vestigen, terwijl uit de epidemie is gebleken hoe gevaarlijk zoŽn vestiging dichtbij een dorp of stad kan zijn.
De investeringen die voor de uitbreiding moeten worden gedaan, zijn hoog. Om zo veel mogelijk terug te verdienen, houden boeren liever net even meer geiten: iedere geit geeft melk en geitenmelk groeit in populariteit.
Die belangstelling is internationaal. In China, bijvoorbeeld, wordt geitenmelk hoog aangeslagen voor babyvoeding. Het gaat overigens niet alleen om de melk, maar om allerlei producten die met geitenmelk worden gemaakt, zoals kazen.
De onrust over de uitbreidingen is op sommige plaatsen groot. En grimmig. Het zijn niet alleen bange burgers, maar ook bezorgde medici die pleiten voor een stop op de grote uitbreidingen. Volgens hen is het huidige beleid een vorm van uitlokken: als de concentraties maar groot genoeg worden, komt er vanzelf een uitbraak.
De betekenis van de onrust in de geitensector gaat verder dan Noord Brabant. Aan de orde is een dreigend conflict tussen samenleving en een beroepsgroep, de geitenhouders. De voormalige LTO-voorman Albert Jan Maat werd niet moe de boeren in ons land op te roepen tot een goede verstandhouding met de samenleving. Op dat punt heeft hij veel bereikt: zo beseffen veeboeren heel goed dat een positieve houding ten aanzien van verbeteringen in duurzaamheid, water- en luchtvervuiling noodzakelijk is voor het behouden van maatschappelijke acceptatie.
De geitensector was tot voor kort in verhouding maar klein en hoefde zich (daarom) niet zo druk te maken over wat de samenleving accepteert en wat niet. Dat is inmiddels anders geworden: de sector groeit en vestigt door die groei de aandacht op zichzelf.
De geitenhouders doen er goed aan zich bewust te zijn van de gevolgen van maatschappelijk verzet. De schade die daardoor kan ontstaan is vele malen groter dan de extra winst die door uitbreiding kan worden behaald.
Maar voorop staat de zorg om mensen. De bacterie is onder controle, maar weg is die niet. En niemand weet onder welke omstandigheden de bacterie precies toeslaat. Dat besef maant tot vermindering van bekende risicoŽs.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties