De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

vrijdag 15 december

Hoofdartikelzaterdag, 11 februari 2017

De biecht: van Luther naar Bonhoeffer
De herdenking van vijfhonderd jaar reformatie leidt tot hernieuwde studie van met name leven en werk van Luther. Bij de meeste mensen is zijn theologische erfenis alleen bekend in verhalen over de 95 stellingen die hij op de kerkdeur zou hebben gepind en over zijn vermeende uitroep 'Hier sta ik, ik kan niet anders' voor de Rijksdag in Worms. Er verschijnen veel publicaties over Luther en zijn werk waarmee persoon en werk van de reformator kan worden verdiept. Zo verschenen diverse biografieën en boeken over de geestelijke, culturele en politieke betekenis van Luther en de reformatie.
Een interessant punt - dat in zeker opzicht ook actueel is - uit de erfenis van Luther is dat van de biecht. Die was voor Luther erg belangrijk. In de loop van zijn leven formuleerde hij de betekenis van de biecht op verschillende wijzen en de plaats van de biecht in Luthers opvattingen over de kerkelijke ambten is niet helemaal duidelijk. Wel duidelijk is zijn protest tegen de praktijk van het sacrament van de biecht in de Rooms-Katholieke Kerk. Er waren priesters die biechtelingen ertoe dwongen hun zonden in het openbaar te belijden. En dat was niet vanuit een geestelijke opvatting, maar om mensen te kleineren en om te kwellen. Andere priesters wilden het doen voorkomen dat hoe vollediger de biecht is, hoe groter de genade van God. Dus pijnigden gelovigen hun hoofd en hart om zo veel mogelijk zondige dingen te kunnen opbiechten.
Een belangrijk element in de theologie van Luther is, wat heet: het ambt van alle gelovigen. Iedere oprecht christen is ook priester. En dus kan de biecht plaatsvinden tussen gelovigen - de rooms-katholieke priester is niet nodig. Er gelden ook tussen 'gewone gelovigen' wel regels voor de biecht,
Zijn leven lang was de biecht voor Luther een vitaal onderdeel van zijn gelovig leven. Hij raadde iedere gelovige aan om veelvuldig te biechten. om 'de grote schat' van de vergeving te halen.
Het denken over de biecht in protestantse kring kreeg in de vorige eeuw een impuls door de lutherse theoloog Bonhoeffer. Deze sprak over het leven van de gelovigen in een 'christelijke gemeenschap'. Het samen leven van gelovigen is niet zo maar een bijeenkomst. Het is een gemeenschap van mensen in en door Jezus Christus. Daarmee is die gemeenschap geestelijk van aard. In die gemeenschap heeft de één de ander nodig, als brenger van het Woord van God, om (elkaar) de zonden te belijden. En om de vergeving te verkondigen: in de geestelijke gemeenschap staat de één in plaats van Christus, voor de ander.
Bonhoeffer wijst er ook op hoe degene die zondigt, eenzaam is en uit de gemeenschap wordt gedreven: de zonde 'wil met de mens alleen zijn'. In de biecht en in de vergeving uit volmacht, verliest de zonde haar macht; de uitgesproken zonde heeft geen macht meer. De weg naar de geestelijke gemeenschap ligt open.
Het vrijuit spreken tussen mensen wordt aangeprezen als iets goeds. Het gemoed wordt gelucht en het leven wordt gemakkelijker. Maar de biecht is iets anders. Die vindt niet plaats in de sfeer van de psyche, maar in de geestelijke sfeer. Pas daar kan het woord van vergeving worden gesproken - 'de kostbare schat van vrijspraak, een vrolijk hart en een gerust geweten'.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties