De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

donderdag 14 december

Hoofdartikelwoensdag, 18 januari 2017

Snelle beslissingen over veenweidegebied
Negen procent van de Nederlandse bodem aan de oppervlakte is veen. Veen stelt specifieke eisen aan de manier waarop op die grondsoort wordt gebouwd, wegen worden aangelegd en landbouw wordt bedreven. In Fryslân zijn omvangrijke veengebieden, die niet allemaal gelijk zijn. De ondergrond van veen kan bijvoorbeeld verschillen per gebied. Sommige delen hebben klei als onderlaag, op andere plaatsen is dat niet het geval. Een ander verschil is de dikte van de veenlaag. In de polders rondom de Grutte Brekken, bij Lemmer, is de veenlaag het dikst: op sommige plekken wel vier meter.
Veengebieden leveren beperkingen op ten aanzien van met name bebouwing en landbouw. In Fryslân is voor beide onderwerpen veel aandacht. Bebouwing op veen kan onder omstandigheden leiden tot problemen met de fundering, vooral als het grondwaterpeil laag wordt gehouden. Houten fundamenten dreigen dan eerder te worden aangetast dan wanneer de palen permanent in het water staan.
Veen levert voor de landbouw specifieke problemen op. Als het waterpeil relatief hoog is, wordt het voor boeren moeilijk om een intensieve bedrijfsvoering te plegen. De grond is dan niet geschikt om met zware tractoren en ander 'boereark’ het veld in te gaan. Dus pleiten boeren voor verlaging van het waterpeil: dan kan het veen de zware machines beter hebben. Verdroging van het veen leidt bovendien tot oxidatie. Daarbij komt nogal wat CO2 vrij.
In Fryslân wordt al lange tijd gesproken over hoe om te gaan met landbouw op veengrond. Soms worden felle discussies gevoerd: boeren en onder anderen milieu- en natuurorganisaties hebben tegengestelde belangen, zo lijkt het. Provinciale Staten hebben in 2015 een visie vastgelegd over de toekomst van de veengebieden. Er zijn afspraken gemaakt over het doen van proeven met bepaalde voorzieningen - bijvoorbeeld het draineren van veengebieden vanuit sloten - en het experimenteren met andere verdienmodellen voor de boer. Duidelijk is dat er per veengebied met specifieke kenmerken modellen moeten worden ontwikkeld. In april van dit jaar moeten van diverse projecten de rapportages komen, blijkens de visienota.
Het belang van veengebieden ligt ook in landschappelijke aspecten. Het zou jammer zijn als deze gebieden worden geofferd aan de belangen van intensieve landbouw. Tegelijkertijd is in sommige gebieden de veenlaag al zo dun geworden dat het weinig zin heeft om met kunst en vliegwerk dat laagje te behouden. Verstandiger is het om in gebieden waar nog voldoende veen is maatregelen te treffen die bescherming bieden.
Verstandig beleid ziet toe op alle belangen: van boeren, van burgers, van natuurorganisaties, van landschapsarchitecten en anderen. Het kan niet anders dat omwille van verstandig beleid offers moeten worden gebracht. Dat zullen ook de boeren moeten doen.
Hun positie is vergelijkbaar met boeren en anderen die in verband met de Centrale As moesten worden gecompenseerd. Ook in hun belang is het goed als de aanstaande evaluatie van proeven en experimenten snel en goed verloopt. Eventuele 'slachtoffers’ kunnen zich dan bezinnen op aanpassingen van de bedrijfsvoering of andere keuzes maken.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties