De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

dinsdag 12 december

Hoofdartikeldinsdag, 19 juli 2016

Markt mag niet laatste woord hebben in EU
Nu Groot-Brittannië uit de Europese Unie wil stappen is het debat over de toekomst van Europa weer aangezwengeld. De Brexit en de groei van eurosceptische partijen in de lidstaten van de EU heeft duidelijk gemaakt dat voor veel Europeanen de overdracht van nationale bevoegdheden naar Brussel te snel is gegaan. De vergaande bemoeienis van Brussel met allerlei aspecten van het dagelijks leven heeft in de afgelopen jaren veel weerzin opgeroepen. Er is een groot wantrouwen jegens het establishment en er zijn zorgen over globalisering, veiligheid en immigratie. Europa krijgt, al dan niet terecht, de schuld dat de samenleving in rap tempo verandert en oude zekerheden wegvallen.
De grote vraag is nu hoe het verder moet met de EU. Sommige Europese beleidsmakers willen, geschrokken door het Britse ´nee´, wat betreft de politieke integratie pas op de plaats maken. Anderen, zoals de liberale fractieleider Guy Verhofstadt, kiezen ervoor om, nu de EU is verlost van de lastige Britten, juist haast te maken met de federalisering van Europa. Volgens hen kan alleen met ´meer Europa´ de uitdagingen van de toekomst het hoofd worden geboden. Mogelijk hebben ze gelijk, maar het enthousiasme onder de Europese bevolkingen is niet groot.
Uit vrees dat de EU verder verbrokkeld, lijkt het er daarom op dat een verdere Europese integratie een halt wordt toegeroepen. Onder anderen premier Mark Rutte en de Duitse bondskanselier Angela Merkel zeggen dat Europa eerst moet gaan consolideren voordat eventueel verder wordt gegaan met de politieke eenwording. Ook wint de opvatting terrein dat de EU niet meer moet willen zijn dan een vrijhandelszone. Juist door de soevereiniteitsoverdracht van nationale lidstaten naar Brussel is het vertrouwen van de burgers in het Europese grensoverschrijdende project verdampt. Als de EU een paar stappen terug zou doen, en zich beperkt tot een paar kerndoelen waaronder economische samenwerking, zou dat de populariteit van de EU ten goede komen.
De opvatting dat de EU niet meer moet zijn dan een vrije markt komt in eerste instantie sympathiek over. Zonder de politieke en juridische betutteling van de technocraten in Brussel zou het draagvlak van de EU worden vergroot. Maar dan wordt vergeten dat zonder bemoeienis van politiek en ambtenarij de Europese consumenten zijn overgeleverd aan de krachten van de vrije markt. De marktwerking in de zorg, het onderwijs en het openbaar vervoer heeft kwalijke effecten gehad en doen beseffen dat regulering door de overheid nodig is om uitwassen te bestrijden. Dat geldt op nationaal zowel als op supranationaal niveau. Zonder toeziend oog van de politiek bestaat het risico dat grote bedrijven en banken te veel invloed krijgen. Wat betreft milieunormen, genetische modificatie, bestrijding van plagiaat, beschermen van persoonsgegevens en het toezien op associatieverdragen en andere internationale handelsverdragen (zoals TTIP) valt het alleen maar toe te juichen dat in Brussel toezichthouders zijn aangesteld. Zoals het Europees Parlement.
De inrichting van de EU is te belangrijk om aan de vrije markt over te laten. Daarom is een vorm van politieke en juridische integratie van de Europese Unie onvermijdelijk.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties