De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


woensdag 18 oktober

Hoofdartikeldonderdag, 14 juli 2016

Nederland mag best zijn zegeningen tellen
Wie straks op vakantie gaat en over een tijdje terugrijdt, moet eens goed opletten hoe de omgeving verandert wanneer de grens wordt gepasseerd. Echt waar, de Nederlandse wegen zijn beter, de wegbewijzering is helderder en de bermen netter onderhouden. Zo heeft het Duitse dogma om koste wat kost geen begrotingsoverschot te krijgen geleid tot achterstand van investeringen in de infrastructuur en lijken stoepen in Engeland meer op lapwerk.
Ons basis- en voortgezet onderwijs staat in alle mondiale lijstjes bij de bovenste plaatsen. Het mooiste van dit goede onderwijs is niet alleen dat kinderen goed opgeleid worden, de Nederlandse kinderen behoren ook nog eens tot de gelukkigste ter wereld.
Er zijn bijna geen landen waar de kloof tussen arm en rijk zo klein is, wij hebben een bijstandswet en een werkloosheidsuitkering. Onze gezondheidszorg behoort tot de beste van de wereld. We scoren hoog op de lijst met persvrijheid en weer heel laag op de lijst met corruptie. Ja, eigenlijk scoort Nederland op alle lijstjes goed. En dan leven we ook al meer dan zeventig jaar in vrede.
Natuurlijk gaan er hier in Nederland ook dingen mis, kan veel nóg beter en zijn er ook mensen in ons land die het echt moeilijk hebben. Maar soms lijken de positieve kanten van hoe Nederland is georganiseerd zo vanzelfsprekend dat we alleen oog hebben voor wat er niet goed gaat.
Je kan bij tegenslagen wijzen naar de overheid, maar wie prijst de overheid voor wat er goed gaat in zijn leven? Wie een succesvolle onderneming heeft opgebouwd, heeft dat niet alleen gedaan. Zijn opleiding is door de staat verzorgd, net zoals die van zijn goedopgeleide werknemers. Het bouwrijp maken van het industrieterrein waar zijn bedrijf staat, is door de overheid gemaakt, net zoals het aanleggen van de wegen ernaartoe. Er is bureaucratie, maar bureaucratie is ook nodig, want zonder ontstaat willekeur.
Misschien is er een te groot verwachtingspatroon. Dat wij als burgers denken dat de overheid er voor kan zorgen dat alles voor ons geregeld is en tegelijk ons niet in de weg zit. Dat alle tegenslag vermeden kan worden door beleid. En dat de overheid dit alleen bevestigt door voor elke ontwikkeling een protocol te maken of nieuwe regelgeving. En dan blijkt dat de werkelijkheid zich toch niet voegt naar het zo fijnmazig opgezette beleidsprotocol en gaat er toch iets mis. Dan ontstaat er een barst in het idee dat de overheid alles in de hand kan hebben en alle leed te voorkomen is als er maar een wet voor bestaat.
En als we ontevreden zijn over onze politici - die, dat mag ook best gezegd worden, voor de overgrote meerderheid zich hard inzetten voor wat zij denken dat het beste is voor ons land - kunnen we besluiten om bij transparante en goed georganiseerde verkiezingen onze stem aan een ander te geven. En wie dan nog niet tevreden is, kan proberen zijn eigen idealen te verwezenlijken door zichzelf als politicus in te zetten voor de publieke zaak.
Dit is allemaal geen reden om tevreden achterover te leunen, want er valt genoeg te verbeteren in ons land en er is soms best reden om te klagen. En daar zal aan gewerkt moeten worden. Maar soms is het goed om onze zegeningen te tellen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties