De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

woensdag 13 december

Hoofdartikeldonderdag, 7 juli 2016

Motie van wantrouwen als holle retoriek
Premier Rutte heeft, vlak voor het zomerreces, een motie van wantrouwen overleeft. De fractie-Bontes/Van Klaveren, twee ex-PVV’ers, neemt het Rutte kwalijk dat hij niet gewoon zijn handtekening onder het associatieakkoord tussen de EU en Oekrane weghaalt.
Het Nederlandse referendum over het associatieakkoord lijkt inmiddels weggezakt, maar Rutte heeft het er maar moeilijk mee. Het is vrij lastig om als enige EU-land een akkoord niet te ratificeren. Er zijn in de EU namelijk 27 landen wel voor. Nederland heeft dus democratisch verloren. Nederland heeft er echter een referendum over gehad en Rutte moet iets met die uitslag. Wettelijk gezien hoeft hij er niets mee te doen, want het is een raadgevend referendum geweest. Maar negeren is moeilijk uit te leggen. Nu moet Rutte een uitweg zien te vinden tussen een morrend volk en morrende lidstaten. Dat is lastig.
Niet voor Bontes en Van Klaveren. Hun motie tegen premier Rutte werd natuurlijk niet gehaald. Alleen PVV, SP, Partij voor Dieren en 50PLUS steunden de motie. Rutte hoefde niet te zweten, want hij wist allang dat zijn positie niet in gevaar zou komen. Evenmin hoeft hij teleurgesteld te zijn: steun van Bontes en Van Kalveren heeft hij nog nooit gehad.
Sinds 1974 zijn er 29 moties van wantrouwen ingediend tegen een kabinet, tien hiervan tegen het huidige kabinet. Deze tien zijn allemaal ingediend door de PVV of de groep Bontes-Van Klaveren. Voor deze twee is een motie van wantrouwen geen zwaar ultiem instrument dat een waterscheiding moet markeren in de relatie tussen parlement en kabinet, maar gewoon een reguliere uiting van boosheid. De moties van wantrouwen zoals die door deze Kamerleden worden geuit zijn de parlementaire variant van de krachttermen in het verkeer. Harde woorden die niets zeggen.
Het zijn bovendien de harde woorden van politici die geen verantwoordelijkheid dragen of hoeven te dragen, maar aan de zijlijn het stoerste jongetje van de klas uithangen en zich niet druk hoeven te maken over de gevolgen van die stoere woorden. Aan de zijlijn lijkt het ook allemaal simpel en geldt 'nee is nee en anders stoppen we ermee’. In het Verenigd Koninkrijk is nu in de praktijk te zien dat een simpele tegenstelling tot allerlei ingewikkelde problemen lijdt. Iets wat Rutte de Britten natuurlijk ook al had kunnen voorspellen.
Politiek, in de zin van het besturen van het land en niet als het roepen wat je vindt, is een lastig en modderig vak. Oud-premier Joop den Uyl sprak vroeger al van 'de smalle marges van de politiek’. Of anders kunnen de dichtregels van Willem Elschot wel als illustratie dienen: 'Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.’
Maar dat is de realiteit waarmee populisten niet te maken willen hebben. Als ze dat wel krijgen, als er verlangd wordt dat ze verantwoordelijkheid nemen, dan zijn ze snel weg - zie Wilders in 2012, of UKIP-leider Nigel Farage nu - of worden ze opgeslorpt door dagelijkse beslommeringen.
Liever gebruiken ze grote woorden en zware parlementaire middelen. Maar die woorden zijn betekenisloze ketelmuziek, en maken een motie van wantrouwen tot een bot en niet serieus te nemen wapen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties