De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


dinsdag 17 oktober

Hoofdartikelmaandag, 4 juli 2016

ImmateriŽle kwesties gaan politiek bepalen
Een groep ambtenaren had afgelopen vrijdag goed en slecht nieuws voor de politiek. Het goede nieuws was dat het komende kabinet, dat volgend jaar na de verkiezingen wordt gevormd, niet hoeft te bezuinigen. De staatsfinanciŽn staan er de komende jaren gunstig bij. Het slechte nieuws is dat er helaas geen geld over is om uit te geven aan nieuwe plannen.
De werkgroep adviseert de politiek daarom om in een volgende kabinetsperiode er voor te zorgen dat de staatsfinanciŽn op orde komen en schokbestendig zijn. En als het nieuwe kabinet niets geks doet, is dat in 2021 het geval. Zodat er bij een eventuele financiŽle crisis er weer genoeg buffers zijn om de grootste klappen op te vangen. Dit advies is belangrijk. De ambtelijke adviezen bij de vorige verkiezingen van 2010 en 2012 werden door het latere kabinet grotendeels gevolgd.
Het is nog al een boodschap. Hoe graag de politieke partijen het ook zouden willen, er is dus geen ruimte om wilde plannen te beloven in de komende verkiezingscampagne. Daar is geen ruimte voor. Het komende kabinet zal het werk van het huidige moeten consolideren.
Het is nog net niet dat wordt aangeraden om op de handen te zitten, maar op de winkel passen, dat moeten de komende ministers en staatssecretarissen dus wel.
Dat is jammer voor wat je als de smeerolie bij de onderhandelingen in de formatie kunt beschouwen. Er is weinig ruimte om een partij tegemoet te komen om een bepaald speerpunt uit het partijprogramma om te zetten in kabinetsbeleid. Aangezien het komende kabinet, gezien de samenstelling van de Eerste Kamer, uit in ieder geval vier partijen zal bestaan, zou een flinke scheut smeerolie niet onhandig zijn.
Aan de andere kant: heel veel gezichtsverlies is er ook niet. Want er hoeft niet gesneden te worden in een voor een partij belangrijke post. Pijnlijke ingrepen die moeilijk zijn uit te leggen aan de eigen achterban blijven daarom achterwege. Dat is dan weer een prettige gedachte voor de onderhandelaars aan de formatietafel.
Er is wel ťťn maar. Als er dus geen strijd is over het besteden van geld - noch over het snijden in posten, noch over het bevoordelen van posten - schuift het financiŽle en sociaal-economische debat naar de achtergrond. Er is daar immers toch geen eer aan te behalen. Wat overblijft zijn de immateriŽle zaken.
Juist op het punt van bijvoorbeeld veiligheid, immigratie en integratie zal de discussie hoog oplopen. Tevens is er de ruimte om over het functioneren van de Europese Unie, en de rol van Nederland hierin, aan de orde te stellen. En vergeet ook niet het debat over ethische kwesties. Als een kabinet uit vier of meer partijen moet bestaan, is er de kans dat D66 en ChristenUnie gevraagd worden. Maar die partijen staan op het immateriŽle vlak lijnrecht tegenover elkaar. Kunnen die twee er dan samen uit komen in een formatie?
Het grootste nadeel is nog wel de toon van het debat. DiscussiŽren over sociaal-economische onderwerpen verloopt toch zakelijker, en compromissen zijn, door te schuiven met procenten en miljoenen, eenvoudiger te bereiken. In immateriŽle kwesties gaat het al snel over principes en daar valt moeilijker mee te marchanderen.
De komende verkiezingscampagne kan daarom nog wel eens scherp en verhit worden.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties