De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

dinsdag 24 oktober

Hoofdartikelvrijdag, 3 juni 2016

Nieuwe strijd over 'middenschool’
In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd met hartstocht gediscussieerd over de middenschool van minister Jos van Kemenade. Dat onderwijsmodel was een pronkstuk van de PvdA en was onderwerp van felle kritiek van onder meer de VVD. Een kenmerk van de middenschool was de zogeheten verlengde brugperiode: leerlingen van verschillende niveaus bleven langer bij elkaar in dezelfde klas. Het keuzemoment voor het vervolgonderwijs werd daardoor uitgesteld. De middenschool is ten onder gegaan aan ideologische strijd. De vroege schoolkeuze voor het vervolgonderwijs is gebleven en zelfs vervroegd.
Mede door een uitvoerig rapport van de OESO is de aandacht voor het 'middenschool-denken’ actueel. Kinderen in Nederland worden heel vroeg geselecteerd op niveau, zo stelt de OESO vast. Mede door het straffe toetsingsbeleid komen leerlingen terecht in een bepaald verwachtingspatroon over wat ze kunnen. Die verwachting wordt omgezet in het instromen in een schooltype, bijvoorbeeld mavo. En wie eenmaal is 'ingedeeld’ heeft de grootste moeite om toch naar een andere school te gaan, bijvoorbeeld havo. Die moeite komt vooral voort uit de starre indeling van het vervolgonderwijs - je bent een mavo-leerling, óf een havo-leerling óf een vwo-leerling. De schotten tussen de typen onderwijs zijn tamelijk ondoordringbaar. Bovendien is het aantal brede schoolgemeenschappen fors afgenomen. In zo’ n school voor vmbo, havo en vwo is het veranderen van school in principe nog te doen.
De OESO bepleit een latere selectie van leerlingen en meer afstemming in onderwijsaanbod in de diverse schooltypen. Als een kind er al in slaagt een switch te maken, krijgt het vaak te maken met een totaal ander programma voor dezelfde vakken.
Het nadeel van vroege selectie is een toename van 'sorteerfouten’. Kinderen van twaalf jaar kunnen worden getoetst op hun leervaardigheden, maar er zijn veel andere factoren die mede bepalend zijn voor het verloop van een schoolcarričre. Denk aan de 'laatbloeiers’, kinderen die wat later dan anderen gaan presteren. Of denk aan kinderen die plotseling gemotiveerd raken om te leren, omdat ze ontdekt hebben wat ze willen worden.
De OESO heeft onderzocht of er een aantoonbaar effect is als gevolg van vroegere of latere schoolkeuze. Die effecten zijn er inderdaad. Uitstel van keuze leidt gemiddeld tot een hogere instroom in het hoger onderwijs, gemiddeld 4 procent.
Er is ook gekeken of de aanwezigheid van leerlingen die minder kunnen de groep meer-kunners negatief beďnvloedt. Dat blijkt niet het geval te zijn.
Die laatste uitkomst kan een element zijn in de noodzakelijke discussie over verlenging van de brugperiode. In de strijd over de middenschool werd door tegenstanders steeds beweerd dat het langer bij elkaar houden van leerlingen van diverse niveaus de meer-kunners negatief beďnvloedt. Dat blijkt dus niet uit de cijfers die de OESO presenteert. En het blijkt ook niet in scholen waar nu al een verlengde brugperiode is.
Alle reden dus om de 'strijd om de middenschool’ opnieuw te voeren. Maar dan liefst met wat minder ideologie en met wat meer zakelijkheid, in het belang van kinderen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties