De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


donderdag 19 oktober

Hoofdartikelmaandag, 2 mei 2016

De vrijheid om alles te kunnen zeggen
Fundamentele mensenrechten staan onder druk. Dat heeft veel te maken met de manier waarop we tegenwoordig in het leven staan. Er wordt veel stampij gemaakt over de vrijheid van meningsuiting nu columniste Ebru Umar in Turkije hinder ondervindt van haar opmerkingen over de president van dit land. Kritiek op de manier waarop ze wordt behandeld is terecht. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed.
Dit recht is het stokpaardje van liberaal Nederland. Zodra iemand een vinger opsteekt over het handelen van Turkije jegens Umar, komen de woorden 'persbreidel’ en 'de mond snoeren’ al snel om de hoek kijken. Maar tegelijkertijd worden tegengestelde meningen in de samenleving weggezet als opvattingen van niet-gentegreerde Nederlanders die de waarden van onze samenleving niet zouden begrijpen. Met andere woorden (een variant op George Orwell): de vrijheid van meningsuiting is absoluut, maar sommige vrijheden van meningsuiting zijn absoluter dan andere.
De vrijheid om te denken, te zeggen, te geloven en te doen wat je wilt (binnen de grenzen van de wet) ligt in onze grondwet verankerd. Aan het verwerven van dit recht ging veel strijd vooraf. Vaak wordt verwezen naar de idealen van de Verlichting - onze premier Mark Rutte doet dat steeds - maar de basis werd al eeuwen eerder in ons land gegrondvest, in de zestiende eeuw. Toen werd vastgesteld dat geen heerser kan bepalen wat we vinden, geloven of denken. Dat had destijds niet veel te maken met liberale gedachten, maar met geloofsstrijd en religieuze dogma’s. En er is in al die honderden jaren geen verschil met de controverse waarover nu wordt bericht. De kern is dat de heerser buiten mijn persoonlijke levenssfeer hoort te blijven.
De vrijheid van meningsuiting vindt haar fundament in het reformatorische besef dat ik niet beter ben dan iemand anders. We staan allemaal schuldig tegenover God. Ik mag mij daarom niet verheffen boven de ander en de ander niet boven mij en zodoende mag ik zeggen wat ik ergens van vind. Er kan geen sprake zijn van denkpolitie. Tegelijkertijd moet ik accepteren dat iemand anders een andere mening heeft die mij misschien niet zint. Over de betamelijkheid van mijn mening (en die van de ander) en over de vraag in hoeverre ik buiten mijn boekje ben gegaan oordeelt, totdat ik voor de Hemelse Troon sta, de wereldlijke rechter.
Dit zijn oude woorden. Maar ze hebben niets aan actualiteit verloren. Onze huidige heerser, de regering, is bezig met het maken van een wet die haar toestaat in te grijpen via digitale middelen in onze persoonlijke levenssfeer. Geen server, computer, laptop of telefoon is straks meer veilig. De overheid kan zien wat we doen, denken en zeggen. Het recht op privacy wordt aangetast in naam van bescherming tegen terreurdaden die ons in de toekomst zouden kunnen raken.
Meer geld naar veiligheidsdiensten is prima. Zij moeten hun werk goed kunnen doen. Maar niemand heeft ooit bewezen dat meer bevoegdheden voor de staat ons een veiliger leven bieden. Sterker nog, de meeste aanslagplegers in ons deel van de wereld waren bij de autoriteiten bekend voor ze overgingen tot hun daden. Meer inbreuk op mijn eigen leven door dienaren van de heerser zal daar niets aan veranderen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties